Voetballers en coureurs, ze zijn in geen 100 jaar met elkaar te vergelijken. Daarom de poging om een aantal verschillen in kaart te brengen. Wel op een geheel ludieke manier, laat dat duidelijk zijn. Wie vult aan? Post onderaan jouw eigen bijdrage en dan bekijken wij of we ze kunnen toevoegen aan dit lijstje – met naam en eeuwige faam!
Voetballers die vallen, al dan niet over hun eigen voeten, blijven liggen. En wachten tot de hulpdiensten hen met een draagberrie van het terrein voeren. Coureurs die vallen, die staan recht, springen in het ravijn om hun fiets te zoeken, kruipen er weer uit, leggen hun ketting erop, zetten hun stuur recht en rijden voort. Altijd.
Voetballers spelen een match van 90 minuten, waarbij ze halfweg ook nog even een kwartier pauzeren. Daarna gaan ze onder de douche, pakken hun Vuitton-tasje en rijden in hun blinkende sportkar naar huis. De volgende hebben ze vrij. Coureurs zitten 6 uur in het zadel, gaan na de finish naar de bus, drinken iets en eten een banaan. Springen weer op hun fiets en trainen nog een uur of 2 achter de brommer. En als ze konden, deden ze dat de dag nadien opnieuw.
Voetballers moeten soms op afzondering om een match voor te bereiden. Dat vinden ze niet leuk. Soms zitten ze een paar dagen in het buitenland en dan loopt het uit de hand met wat escortes. Coureurs rijden 3 weken lang een grote ronde en zijn al een week voordien ter plaatse. En de week daarvoor was er geheelonthouding, want de vorm mag niet verstoort worden.
In het voetbal gooien ‘supporters’ om de haverklap met vanalles en nog. Van gebroken wijnglazen tot een varkenskop. In de koers nog nooit iemand iets op de weg weten gooien, of het moest een enkele keer een onverlaat met punaises geweest zijn. Verder dan eens per ongeluk een jas of een vlag in een wiel reiken onze herinneringen niet.
Wie vult aan? Post hieronder je bijdrage. Met naam en toenaam indien vermelding gewenst.
