ASO, organisator van de Tour, weet wie ze best inschakelen om sponsors en andere VIP’s te entertainen. In deze Ronde van Frankrijk doet de organisatie onder meer een beroep op Dan Martin. De 36-jarige Ier won tijdens z’n carrière 2 ritten in de Tour. Hij spreekt bovendien vlot Engels, Frans en Spaans. Ideaal om mensen die in het wielrennen groentjes zijn, zaken haarfijn uit te leggen.


Ambassadeur
Eind 2021 zette Dan Martin een punt achter z’n carrière. In z’n laatste seizoen won hij met voorsprong nog een bergrit in de Ronde van Italië. De 17e etappe tussen Canazei en Sega di Ala, in de Dolomieten. Een zege waarmee hij een gaatje in z’n palmares vulde, want in de Giro had hij nog nooit een rit gepakt. Wat voordien in Tour en Vuelta wel telkens 2 keer was gelukt. Hij stond slechts 3 keer aan de start van de Giro. Terwijl de Ier 9 Tours en 7 Vuelta’s op z’n actief heeft.
In de Tour van 2013 mocht hij een 1e keer juichen om ritwinst. Toen was hij aan het einde van de bergetappe tussen Saint-Girons en Bagnéres-de-Bigorre sneller dan vluchtgezel Jakob Fuglsang. Dan Martin mocht in de Tour een 2e keer juichen in 2018. Toen knalde hij op Mûr de Bretagne iedereen uit het wiel. Tijdens z’n carrière won hij ook 2 Monumenten: Luik-Bastenaken-Luik in 2013, Ronde van Lombardije in 2014. Geen wonder dat de voormalige renner van onder meer Garmin-Sharp, Quick.Step, UAE en Israel door ASO werd aangezocht om ambassadeur van de Tour te spelen.
“Ik doe de 1e tien dagen van deze Tour, telkens start en finish”, verduidelijkt Dan Martin. “Dit is echt een totaal andere kant dan wat je als renner te zien krijgt. De sfeer is speciaal, overal is er veel lawaai, maar het is leuk om hier te zijn. Het is mijn taak om de organisator van de Tour te representeren, om met sponsors en vips te spreken over de koers. Dat ik naast Engels ook Frans en Spaans praat is daarbij een handig voordeel.”



Veel fans
Dan Martin was gecharmeerd door de pittigheid van het openingsweekeinde van deze Ronde van Frankrijk. “Veel kansen voor aanvallers”, glundert hij. “Aan het einde van de 1e rit had ik zelf een goeie kans om het podium te halen. Het UAE Team verraste door op de voorlaatste klim heel hard te gaan. Er stonden overal veel fans, er waren veel smalle passages. Niemand denkt aan dergelijke zaken, maar die beïnvloeden echt wel de wedstrijden.”
Wat een verklaring vraagt. “Op sommige stroken kan je maar hooguit met 2 renners naast elkaar fietsen”, gaat Dan Martin verder. “Moet iemand lossen, is het voor de renners die achter die man zitten moeilijk om nog te passeren. Op dat ogenblik is het heel belangrijk om in de top 5 te zitten. Koersen tussen deze uitzinnige supporters maakt zo’n harde etappe nog moeilijker dan ze al is.”
Dan Martin vermoedde dat de 2e etappe met aankomst in San Sebastian zou uitdraaien op een sprint met 30, maximum 40 renners. Hij kreeg gelijk. De jury zette in de uitslag de 1e 24 renners in dezelfde tijd. Dergelijke zaken vertelt de Ier elke morgen in het ‘village du départ’, het Tourdorp dat in de startplaats tijdelijk wordt opgetrokken en waar sponsors en vips ontvangen worden.



Vingegaard
“Pakweg 10 jaar geleden kwamen de renners zelf naar het startdorp”, herinnert Dan Martin zich nog heel goed. “Nu niet meer, zeker sedert de uitbraak van de pandemie is dat niet meer aan de orde. Renners willen absoluut niet ziek worden en mijden dergelijke contacten. Waardoor ze dus heel weinig interactie hebben met sponsors en VIP’s. Door de ervaring die ik in 14 profseizoenen opbouwde, probeer ik dat gebrek in te vullen.”
De Ier wentelt zich in z’n rol als Tourambassadeur. “Ik hou van het wielrennen, ik hoop dat ik voor de rest van mijn dagen onderdeel van dit spektakel kan blijven”, klinkt hij heel duidelijk. “De momenten op het podium mis je eens je op wielerpensioen bent. Maar wat je er allemaal moet voor doen om op dat podium te geraken, dat mis ik in geen geval.”
De Ier is ook overtuigd wie in Parijs met de gele trui zal staan pronken. “Ik denk dat Jonas Vingegaard net als vorig jaar wint”, voorspelt Martin. “Als je ziet hoe sterk hij is en hoe goed z’n team is. Ik zie niet in waar hij tijd zal verliezen.”