Temse is 1 van z’n bekendste wielrenners kwijt. Jan Bogaert verloor de strijd tegen pancreaskanker, een ziekte die ook zijn moeder fataal werd. Toen was ‘Boogie’ amper 8 jaar. Omdat hij in z’n carrière niet minder dan 247 koersen op zijn naam schreef – 115 als prof – werd hij ‘Koning van de Kermiskoersen’. Een titel die hij zelf niet graag hoorde. De Wase renner werd slechts 66 jaar.


Sneller dan Roger De Vlaeminck
Bij de oudere wielerliefhebbers onder ons doet de naam Jan Bogaert zeker nog een belletje rinkelen. De Waaslander beschikte over een vlijmscherpe spurt en liet dat wapen al bij de jeugd bewonderen. Bij nieuwelingen en junioren won hij diverse wedstrijden. En toen hij overstapte naar de amateurs zette hij in 1979 de Internatie in Reningelst op z’n naam en won hij 2 jaar op rij de proloog van de Ronde van de Toekomst (1978 en ‘79).
Logisch dat Bogaert in 1980 prof werd. Hij schonk Mini Flat in z’n debuutjaar meteen 3 overwinningen: Heusden-Zolder, Melsele en Temse. In totaal reed ‘Boogie’ 16 seizoenen bij de profs. Met de regelmaat van een goed werkende klok bleef hij wedstrijden winnen. Vooral in het kermiscircuit. 40 jaar geleden werd in bijna elk dorp in Vlaanderen zo’n koers georganiseerd.
Bogaert won niet alleen kermiskoersen. Zijn naam staat ook op het palmares van de E3-Prijs in Harelbeke (1982). Na een wedstrijd over 223 km was hij in de straten van de West-Vlaamse stad sneller dan Roger De Vlaeminck en Daniel Willems. Op de erelijst van deze klassieker – de uitstraling van de E3-Prijs was nog niet zoals nu maar de wedstrijd leidde wel de Vlaamse Wielerweek in – volgde hij Jan Raas op. De Nederlander won tussen 1979 en 1981 3 jaar na elkaar.


Geklopt door Cipollini
Ook de 3-daagse van De Panne staat op het palmares van Bogaert. Hij won die rittenkoers in 1981. En in 1982 was hij aan het einde van de Scheldeprijs de snelste. De sprinterskoers in en rond Schoten stond toen nog in de maand augustus op de kalender. Dat jaar was hij in de Scheldeprijs sneller dan Ludo Schurgers en Frank Hoste, de Oost-Vlaming die 1 jaar later in de Ronde van Frankrijk de groene puntentrui won. Bogaert haalde in Schoten nog eens het podium. In 1991, toen de Scheldeprijs wel in het voorjaar werd betwist, werd hij geklopt door Mario Cipollini.
Uiteraard werkte Bogaert ook enkele Grote Ronden af. Hij stond 2 keer aan de start van de Tour en reed ook 2 maal de Giro. Bij z’n debuut in de Tour in 1981 werd hij in de slotweek ziek en kwam hij niet meer aan de start van de op 1 na laatste rit. De Giro van 1983 en ‘87 reed hij wel uit, de Tour van 1985 ook. In de buurt van een ritzege kwam hij in die 4 Grote Rondes niet echt. Een etappe in de Ronde van Zwitserland kon hij in 1981 wel op z’n naam zetten.
Tijdens z’n carrière groeide Bogaert uit tot de Koning van de Kermiskoersen, maar ook tot de Keizer van de Australische Herald Sun Tour. In deze rittenkoers won hij tussen 1982 niet minder dan 26 etappes. In de geschiedenis van deze wedstrijd topt hij nog altijd de lijst met de meeste ritoverwinningen. Met 11 zeges komt Baden Cooke niet eens in de buurt.


Te braaf voor de koers
Bogaert werd in 1990 niet alleen Belgisch zegekoning. Met 17 overwinningen deed op internationaal vlak niemand beter dan de Waaslander. En toch wordt hij niet gezien als een internationale topper. Een generatiegenoot als Eddy Planckaert kreeg dat predikaat wel. Volgens ingewijden ging hij te laat – Bogaert was al 30 jaar – samenwerken met de befaamde ploegleider Paul De Baeremaeker, de man die nooit vies was van een gewaagde uitspraak.
“Onder mijn gezag had ‘Boogie’ beslist 1 of meer grote klassiekers gewonnen”, liet De Baeremaeker optekenen in het Wielerjaarboek ‘92-93 van Bernard Callens. “Jan liet zich veel te snel degraderen tot een kermiscoureur. Hij vond dat hij op die manier, zowel sportief als financieel, voldoende aan z’n trekken kwam. Volgens mij stak er voor hem veel meer in.”
Bogaert werd gezien als een brave renner. Te braaf wellicht. Toch stond ook hij enkele keren op het podium van een topklassieker. Zo strandde hij in 1981 in Parijs-Brussel op rang 3, geklopt door De Vlaeminck en Raas. De Amstel Gold Race van 1983 sloot hij als 2e af. Achter de ontsnapte Phil Anderson won Bogaert de sprint. In 1982 werd hij zowel in Gent-Wevelgem als de Ronde van Vlaanderen 5e. In die jaren werd hij ook geselecteerd voor de wereldkampioenschappen (Praag en Goodwood). Na z’n carrière ging Bogaert aan de slag in het transport- en verhuisbedrijf van z’n beschermengel Gaston Hoskens.
