Opmerkelijke figuur bij de voorstelling van het Essec Cycling Team in Tessenderlo: Jean-Baptiste Claes. De ex-renner en oprichter van kledingmerk JBC is intussen 87. Hij heeft een verleden als coureur, maar scoorde na zijn carrière nog beter als veelzijdig ondernemer. JBC liet hij 20 jaar geleden over aan zijn kinderen Bart en Ann. Om bezig te blijven doet hij nog wat zaken in de vastgoedsector.


IJzeren Gordijn
Op 9 februari 2024 vierde Jean-Baptiste Claes zijn 87e verjaardag. Ondanks die gezegende leeftijd weet hij nog heel goed waarom hij ooit renner geworden is. “Omdat ik van het werken verlost wilde zijn”, herinnert hij zich. “Ik ben al van mijn 14e beginnen werken. Eerst als diender van een stukadoor, daarna zelf als stukadoor. Ik ben op een bepaald moment beginnen fietsen.”
Niet zonder succes. “De Vredeskoers sloot ik als 2e af”, vertelt hij fier. Na de Duitser Erich Hagen en landgenoot Willy vanden Berghen. “Die Vredeskoers stond in mijn jonge jaren heel hoog aangeschreven. Iets zoals de Ronde van Frankrijk, maar dan achter het IJzeren Gordijn. Die rittenkoers deed grote steden als Praag, Warschau en Berlijn aan. En was voorbehouden voor amateurs. Bij de liefhebbers haalde ik echt goeie resultaten.”
Zodat hij in de kijker liep en z’n droom waarmaakte om prof te worden. Hij haalde 3 keer het einde van de Tour en stond ook 2 keer aan de start van de Giro. Waarvan hij 1 keer de eindstreep bereikte. “Op mijn 23e ben ik gestopt met werken”, gaat Claes verder. “En eind dat jaar ben ik prof kunnen worden. Bij Wiel’s-Groene Leeuw. Dat was in de jaren ’60 toch een niet onbelangrijke Belgische ploeg.”



Discotheek
Claes koerste in de periode met onder meer Frans De Mulder, Tuur Decabooter, Gilbert Desmet, Noël Foré, Jos Huysmans en Vic Van Schil. “Toen Eddy Merckx in 1967 in het Nederlandse Heerlen wereldkampioen werd, zat ik in de nationale selectie”, aldus Claes. “Daarna heb ik nog 1 jaar gekoerst. Omdat ik toch niet goed genoeg was om een topper te worden, begon ik een andere job te zoeken.”
Zo min was de profcarrière van Jean-Baptiste Claes nu ook weer niet. In 1961 zette hij in Thonon-les-Bains een etappe van de Dauphiné Libéré op zijn naam. Een jaar later was hij de beste in een rit van de Vierdaagse van Duinkerke. Hij werd ook 2e in de Omloop Het Volk van 1961 en stond 2 jaar later in Gent nogmaals op het podium van de Belgische openingskoers. Toen als 3e. In 1963 won hij in Zottegem de Dokter Tistaertprijs. Ook op de erelijst van de Grote Prijs van de stad Vilvoorde staat zijn naam. En in de Tour van 1961 werd hij 2e in Toulouse, aan het einde van de 15e rit.
Na zijn carrière begon hij iets totaal anders. “In mijn laatste koersjaar opende ik discotheek Iris in Neerpelt”, gaat Claes verder. “Dat begon toen op te komen. Al snel startte ik in Lommel een 2e discotheek. Tijdens mijn profcarrière besefte ik reeds dat ik in het leven mijn plan zou trekken. Na die 2 discotheken begon ik een restaurant. Nadien stortte ik me op amusementsspelen, maar was ik ‘s avonds vaak van huis. Ik heb ook partijhandel gedaan. Daarbij kocht ik producten op en verkocht die door.”



JBC
Waarbij hij ook kledij verhandelde. Wat een goeie sector bleek. Dat leidde tot de opstart van een 1e kledingwinkel in het Limburgse Schulen. Al snel kwamen er her en der in Vlaanderen winkels bij. Na een tijdje kregen die de naam JBC, naar de initialen van Jean-Baptiste Claes. Een naam die heel makkelijk herkenbaar was en goed in de mond lag. En nog ligt. In 2004 liet hij JBC, kledingketen met mode voor het hele gezin, over aan zoon en dochter. “Nu hou ik me nog een beetje bezig met vastgoed”, beweert de kranige 80-plusser.
Jean-Baptiste Claes probeert het wielrennen nog altijd zo goed mogelijk te volgen. Vergelijken met de periode toen hij als beroepsrenner actief was, is niet mogelijk. Want de koers is intussen veel internationaler geworden.
