Het nieuws dat Remco Evenepoel dinsdag op training keihard tegen een openzwaaiend portier van een bestelwagen knalde, ging als een schok door wielerminnend Vlaanderen. Maar renners en wielertoeristen zeiden unisono “Verbaast ons niks, wij maken het bijna dagelijks mee!” WielerVerhaal geeft 6 tips om je eigen veiligheid als fietser te verhogen.


Victim blaming
Niettegenstaande het totaal aantal verkeersdoden daalt (in 2023 met 7% ten opzichte van het jaar voordien), stijgt het aantal fietsdoden. In 2023 lieten in België 96 fietsers het leven na een verkeersongeval, dat is 35% van het totaal aantal verkeersslachtoffers. Opvallend: van die 96 waren er 84 doden op Vlaamse wegen. Logisch misschien, want er wordt in Vlaanderen meer gefietst dan in Wallonië. Of ligt het aan de autoverkeersdrukte die er imposanter is?
Nog opvallend in de cijfers van het Vlaams verkeersinstituut VIAS: 23 fietsers verloren het leven na een ongelukkige val. Dat heeft deels te maken met de slechte staat van de weg of het fietspad. 44% van de fietsdoden reden met een speedpedelec, wat niet zelden aanleiding geeft tot ‘victim blaming’: “Hij reed te snel!”.
1/ Helm
Zonder aan dergelijke ‘victim blaming’ te willen doen, is het wel degelijk zo dat het dragen van een degelijke fietshelm de kans op dodelijk letsel sterk vermindert. Wielertoeristen die al eens hardhandig met de Vlaamse grond kennis maakten, prijzen zich gelukkig om vast te stellen dat hun helm gebroken is en niét hun schedel. Uit onderzoek blijkt dat een helm de kans op dodelijk hoofdletsel met 70% reduceert. Remco droeg – uiteraard – een helm, zo niet was het misschien ‘fin de carrière’ geweest.



2/ Opvallen moet
Nog een belangrijk middel om zich te beschermen tegen de dreiging van buitenaf, is zorgen dat je opvalt in het verkeer. Kies voor fel gekleurde of fluorescerende kledij en/of fiets. Of monteer een led-lichtje op de fiets en zet het in knipperstand. Remco’s gouden fiets valt uiteraard meteen op, maar bovendien monteerde ook hij zo’n knipperlichtje, zo is op de foto’s van het incident te zien.
3/ Parcourskeuze
Zoek veilige wegen en autoluwe streken op. Er zijn nog regio’s in Vlaanderen, of net over de taal- en/of landsgrens, waar minder wagens rijden. Remco’s trainingsparcours is het doorgaans rustige Pajottenland, Zuid-Oost Vlaanderen en het noorden van de provincie Henegouwen.
Gelukkig zijn er steeds meer fietssnelwegen waar je afgescheiden van het autoverkeer veilig kilometers kunt malen. Opgelet, die fietssnelwegen worden steeds meer gebruikt – en dat is een goeie zaak – door fietsers van allerlei slag: schoolkinderen, gepensioneerden, skaters, wandelaars. Hoffelijkheid en solidariteit voor je ‘medemobilist’ is daarbij geboden.
Trouwens, over hoffelijkheid gesproken: gelukkig zijn er heel wat automobilisten die fietsers een warm hart toedragen en bewust voorrang verlenen. Geef die mensen een duimpje als bedanking, dan kan je er van op aan dat die een volgende keer weer stopt.
4/ Kies je moment
Vermijd in het spitsuur de weg met auto’s te moeten delen. De verkeersassen slibben dicht en vele automobilisten zoeken dan alternatieve sluipwegen op. Chauffeurs staan dan stijf van de stress en proberen de verloren tijd in te halen door roekeloos te gaan rijden. En brengen dan de zwakke weggebruiker in gevaar.



5/ Kijk en denk vooruit
Iedereen kan fouten maken. Ook ervaren fietsers. Maar de kans dat een fietser door een eigen fout een automobilist doodt, is nihil. Omgekeerd is die kans groot. Het is dus zaak om er als fietser van uit te gaan dat automobilisten fouten zullen maken. Kijk en denk dus vooruit! Zie je een geparkeerde wagen met een persoon aan boord, hou er dan rekening mee dat die het portier mogelijks openzwaait.
Komt er een oprit of weg van rechts, hou er dan rekening mee dat er op elk moment plots een wagen opduikt die met de neus over het fietspad komt. Haalt een wagen je in, ga er dan van uit dat die, zonder richtingaanwijzers te gebruiken, rechts kan afslaan. Wil je langs rechts voorbij, weet dan dat je in de ‘dode hoek’ van de autospiegel verdwijnt. Wil je de rijweg oversteken, maak oogcontact en wacht op een teken van de chauffeur om zeker te zijn dat die jou gezien heeft.
6/ Eis je plek op
Het is als fietser wel zaak om assertief te blijven. De verkeerscode stelt in artikel 9.1.2.1 dat het verplicht is om met de fiets op het fietspad te rijden “als dit berijdbaar is”. Jurisprudentie heeft dat verduidelijkt. Als er sneeuw of ijs op ligt, of modder, glas, scherpe kiezelsteentjes, als het fietspad diepe putten of hoog uitstekende oneffenheden bevat,.… Of als je er enkel op zou kunnen geraken door bijvoorbeeld over een hoge boordsteen of door een haag te rijden, dan is het fietspad niet berijdbaar! Dan moet je dat fietspad niet volgen en mag je op de rijbaan rijden tot het fietspad wel berijdbaar wordt.
Op wegen waar er geen fietspad is, eis je maar beter je plek op de weg op, zonder te provoceren. Ga niet uiterst rechts rijden want dan nodig je automobilisten uit om je op elk moment, ook bij tegenliggend verkeer of een bocht, voorbij te steken. In de bebouwde kom moet een auto minstens 1 meter zijdelingse afstand bewaren bij het inhalen, buiten de bebouwde kom is dat minstens 1,5 meter. In een fietsstraat moet een wagen steeds achter de fietser blijven.
Samen dringen we het aantal fietsdoden terug!


