Bioracer is een bedrijf dat bol staat van passie en innovatie. Maar niet alles gaat vanzelf. In dit 1e deel kon je al lezen hoe oprichter Raymond Vanstraelen zich een weg naar de top baande. Het stokje van CEO werd reeds overgedragen, maar de bezetenheid allerminst. Dit is deel 2 van deze hartelijke babbel.


Collectie en custom
Intussen groeide het bedrijf van Raymond zijn thuis naar fabrieken, onderzoeksfaciliteiten en kantoren op 3 continenten. Het bedrijf draait een omzet van 36 miljoen euro. Bioracer is een bedrijf van rijders en racers, ontwerpers en vernieuwers, ambachtslieden en naaisters. In hun Protolab ontwikkelen ze kleding en testen die op het vermogen om koude te bestrijden en warmte te reguleren. Ze analyseren de fietser in beweging om ervoor te zorgen dat de stof, het ontwerp en de constructie een anatomische pasvorm met optimaal comfort bieden. Ze monitoren windtunnelgegevens en echte races om nieuwe manieren te ontdekken om de wind te bedriegen. Maar net zo goed leren ze van beklimmingen, in de modder, in de zijwind, over de kasseien en in elke meter fietsen van startlijn tot finish.
“Maar de concurrentie is bikkelhard, en er zijn steeds meer concurrenten”, grijnst Vanstraelen. “Zowel in het ‘custom made’-verhaal, de ontwerpen op vraag en op maat van wielerclubs, als in de ‘collectie’, waar we eigen ontwerpen aanbieden. Maar vallen er ook veel weg, want er waren de laatste jaren heel wat faillissementen in de sector. Toch blijven wij onze koppositie behouden. Met zelfs een lichte groei. En dit terwijl de hele fietsensector in crisis zit. Het is dus een dagelijkse ‘struggle’ om de beste te blijven. Gelukkig hebben we een team van mensen met passie voor het wielrennen én voor de producten die wij maken. We maken liefst 15.000 nieuwe designs per jaar”, debiteert Vanstraelen fel. “Kan je nagaan!”

Zuid-Amerikaanse markt
De productie gebeurde tot 2024 nog deels in België, maar de loonhandicap werd te groot. “En dus was het niet meer verantwoord om hier onze producten te blijven maken. Bovendien vind je hier weinig mensen die een textielopleiding of ervaring in de sector hebben. De laatste jaren werkten we, ook hier in Limburg, voornamelijk met buitenlandse stikkers. Dat zegt genoeg. Enkel de prototypes, de nieuwe modellen, worden hier nog samengesteld. We verhuisden de rest van de productie geheel naar Roemenië, Macedonië, Tunesië en Colombia.”
Landen met lagere lonen maar met dus ook meer technisch opgeleiden. “De Zuid-Amerikaanse markt is vrij nieuw maar ook belangrijk: enerzijds omdat de kwaliteit er zeer hoog is – te vergelijken met Italië – maar ook omdat er toch wel heel wat lokale afzet is. We draaien er 3 miljoen omzet. Onze mensen krijgen er ook nog een interne opleiding. Zo moeten de prototypes in onze buitenlandse vestigingen perfect worden uitgevoerd. Dat betekent uitproberen, controleren, corrigeren en opnieuw uitproberen tot het letterlijk en figuurlijk goed zit.”
70 geworden heeft Raymond Vanstraelen de operationele leiding van het bedrijf doorgegeven aan opvolger Danny Segers. Die is intussen 8 jaar CEO. Hij werkte voor Ernst & Young en reconversiemaatschappij LRM. Die zat mee in het kapitaal van Bioracer. Danny heeft een 10-tal jaar meegelopen, waarvan 5 jaar als rechterhand van Vanstraelen. “Ja, Danny kent alle ‘ins and outs’”, knikt hij goedkeurend.

Serendipity
Bioracer blijf ook na al die jaren innovatief inzake zemen, cooling, aerodynamica en zo meer. “Steeds weer gaan we op zoek naar nieuwe materialen, halen het beste uit onze leveranciers en denken vanuit de positie van de renner”, licht Vanstraelen het succes toe. “We hebben niet voor niets al verschillende innovatieprijzen gewonnen. Maar het is zaak om die voorsprong te behouden, gelet op de groeiende concurrentie. Dat is een dagelijkse strijd. Je moet altijd vooruit denken, nooit achteruit. Ik denk op 5 of 10 jaar, ook al zal ik hier over 10 jaar wellicht niet meer over de vloer komen. Het is gewoon mijn ‘serendipity’. De kunst van het vinden van iets van waarde waar je niet op zoek naar was.”
En laat dat nu net het bruggetje zijn naar het laatste verhaal van deze geboren verteller. “Mijn kleindochter wilde dat ik me voor mijn 75e verjaardag een tattoo liet zetten”, lacht Vanstraelen. “Ik hield de boot wat af, maar ze bleef aandringen. Ik stemde in, met als voorwaarde dat zij dezelfde tattoo zou zetten. Toen zij wat later jarig waren, lieten we ‘serendipity’ in inkt op onze huid vereeuwigen….”
