
Stond lang met stip op 1 op deze bucketlist: de Gran Fondo Strade Bianche. Maar op 6 maart 2023 kon de viltstift worden bovengehaald en kon deze uitdaging van de lijst worden geschrapt. Wat maakt een weekendje Strade Bianche nu zo uniek? Wat ons betreft een onweerstaanbare cocktail van cultuur, natuur, architectuur, gastronomie, heroïek, inspanning en ontspanning én actief (Gran Fondo) en passief (supporteren voor de profs) de liefde voor wielrennen beleven. Wij nemen jullie mee terug in de tijd naar 2023 op een ‘adventure of a lifetime’.


Starstruck
Het is vrijdag 3 maart wanneer we om 16u met de wagen aankomen op onze bestemming – een appartement gelegen nabij gravelstrook Colle Pinzuto. Na onze spullen te hebben uitgeladen, zetten we met de wagen koers naar het 16e-eeuws fort in Siena Fortezza Medicea, dat dit weekend dienst doet als episch centrum. In dit voor de gelegenheid aangelegd koersdorp worden we welkom geheten door een bord met de namen van alle deelnemers op. Na het ophalen van ons startbewijs kuieren we rond tussen de verschillende standhouders. Laat maken we het vanavond niet, er wacht ons nog een druk weekend.
Op zaterdagochtend starten we met een verkenning van de laatste 20 km van de Gran Fondo met de gravelstroken Colle Pinzuto en Le Tolfe. Zo weten we wat ons morgen in het slot – wanneer het jus stilaan uit de benen zal verdwenen zijn – nog te wachten staat. Na de verkenning rijden we van de Piazza del Campo opnieuw naar het Fortezza Medicea, waar de start van de profs plaatsvindt. De vrouwen zijn bij onze aankomst al een tijdje aan hun Strade begonnen. De mannen worden voorgesteld op het startpodium, alle kleppers passeren de revue. We voelen ons redelijk starstruck. Maar ons genoeg vergaapt. We zetten onze fietstocht verder met nog een kort lusje om vervolgens een plaatsje uit te zoeken op de Colle Pinzuto.
Vanuit onze zonovergoten ‘VIP’-plaatsen op een talud langs de weg aanschouwen we hoe de profrenners en -rensters de helling opvliegen terwijl wij enige tijd ervoor hetzelfde al zwalpend deden. Indrukwekkend! Met de solo van Pidcock die – hoewel zijn voorsprong continu schommelt tussen een halve minuut en een handvol seconden – succesvol werd afgerond én de incidentrijke vrouwenwedstrijd met onder meer het paard- en het kutwijf-incident met telkens winnares Demi Vollering in de hoofdrol – waren we vanop de 1e rij getuige van een historische editie.






Ti amo
Zondag, de grote dag. De wekker gaat al af om 6u. Na een stevig ontbijt rijden we warm richting start in Siena. Nu ja, warm? De temperatuur komt amper boven het vriespunt uit. Om 8u horen we het startschot klinken. Maar door de liefst 6.000 deelnemers die in verschillende startvakken zijn verspreid, kunnen we ons pas een kwartier later in gang trekken. De eerste kilometers – bij het buitenrijden van Siena – verlopen chaotisch door de massa volk waartussen genavigeerd moet worden. Eens Siena achter ons komt de vaart er serieus is en springen we van groepje naar groepje. De eerste 25 km – inclusief 1e grindstrook – verlopen hoofdzakelijk in dalende lijn en het gaat snoeihard. Het is bij momenten de billen – en vooral de remmen – dichtknijpen.
Na de 2e sterrata – die zo’n 6 km oploopt en onze benen een 1e keer serieus op spanning zet – is het aanschuiven aan de 1e bevoorrading. Even verderop krijgen we nog de kans om het hazenpad te kiezen door op de splitsing het parcours van de Medio Fondo te volgen. Maar we zijn hier uiteraard voor de full experience en volgen gedwee het bordje van de Gran Fondo die het 138 km lange parcours van de vrouwenwedstrijd van daags voordien volgt. Tussen de 1e en 2e bevoorrading krijgen we met stroken Radi, Serravalle en La Piana op 40 km maar liefst 20 km aan gravel voor de wielen geschoven.
Hoewel we nog maar net over halfweg zijn, treden de eerste tekenen van verval al op. Wetende dat de meeste hoogtemeters nog moeten komen, beslissen we letterlijk en figuurlijk een tandje kleiner te schakelen. Meteen na de 2e bevoorrading staat de gevreesde strook San Martino in Grania te wachten. Hoewel we afzien bij de beesten, is het toch vooral genieten van de idyllische en adembenemende uitzichten. En we zijn al zo in ademnood. Toscana, ti amo.





Hai Voluto la bicicletta? E adesso pedala!
Net voor we de laatste 20 km aansnijden, kunnen we nog een laatste maal bevoorraden. Waar we gisteren reeds het idee hadden dat we op de Colle Pinzuto amper vooruitkwamen, is het vandaag werkelijk meter per meter ons naar boven hijsen. En dan moet Le Tolfe nog komen. Het enige voordeel aan Le Tolfe is de afdaling die eraan voorafgaat. Op die manier kan je snelheid nemen om je enigszins te lanceren. Maar al snel na de lancering treedt de parcheggio op. Het duiveltje dat ondertussen meerijdt op onze schouder, briest: “Hai Voluto la bicicletta? E adesso Pedala!”. Vrij vertaald: “Je wilde dit zo graag. Klaag niet, en doe het dan gewoon”. Het is bikkelen om niet te kapseizen, maar we slagen erin uit de kuil te klauteren en het duiveltje de mond te snoeren.
Enkele kilometers later komt plots Siena in zicht. Maar we kraaien te vroeg victorie, want we worden nog getrakteerd op een extra lus van 8 km alvorens de binnenstad binnen te rijden. En dan is het zover. De befaamde – maar vooral gevreesde – Via Santa Catarina. Terwijl we ons een weg naar boven banen in het smalle straatje – geflankeerd door wielrenners die te voet staan – spuit het lactaat haast uit onze oren. Tot tranen toe bewogen bollen we volledig uitgeput – maar o zo voldaan – over de eindmeet. Na de inontvangstneming van onze medaille dalen we terug af naar het koersdorp voor een welverdiende pasta. Met compleet verzuurde spieren zetten we aan een slakkentempo de terugweg naar ons appartement in. Maandag volgt nog een losrijritje om dinsdag terug huiswaarts te keren.
Voor 2025 zit ie al vol, de Gran Fondo Strade Bianche. Maar ooit moet ie toch eens op je bucketlist, niet?

