Geen Omloop Het Nieuwsblad, geen E3 Saxo Classic, geen Gent-Wevelgem noch Parijs-Roubaix. Uiteraard hadden de renners van het procontinentale Cycling Team Wagner-Bazin WB heel graag enkele van deze topklassiekers gereden. Zeker Kenneth Van Rooy, met 31 lentes 1 van de meest ervaren pionnen in het team van manager Christophe Brandt. Hij betreurt de gang van zaken.


Grote namen
In z’n carrière bij Sport Vlaanderen-Baloise (7 jaar) en Bingoal WB (2 jaar) stond Van Rooy al 5 keer aan de start van Gent-Wevelgem. Hij reed ook 4 keer de Omloop Het Nieuwsblad, 2 keer Harelbeke en 1 keer Parijs-Roubaix. Dat grote namen als Julian Alaphilippe, Marc Hirschi en Tom Pidcock bij ‘rijke’ procontinentale teams rijden, is voor renners als Van Rooy geen goeie zaak. Want (Belgische) organisatoren zijn geneigd teams als Tudor en Q36.5 een wildcard te geven voor hun wedstrijden.
“Ergens normaal dat inrichters die grote namen op hun deelnemerslijst willen zien”, reageert Kenneth Van Rooy. “Ik merk dat andere landen op dat vlak ietsje chauvinistischer zijn. In Italië en Spanje houden ze veel meer rekening met ploegen uit eigen land. In België is dat iets minder. Spijtig. Nochtans lijkt het me normaal dat Belgische ploegen in eigen land zoveel mogelijk startrecht krijgen. Maar het is niet omdat ik dat zeg dat het zo is.”
Ploegen uit de WorldTour starten in elke wedstrijd die op die kalender staat. Elke organisator deelt enkele wildcards aan procontiteams uit. “Tegenwoordig zijn er veel procontinentale ploegen”, weet Van Rooy. “Is dat ideaal? Dat weet ik niet. Op elke markt is er concurrentie, overal zijn de plaatsjes duur. Het is te begrijpen, maar voor onze ploeg gewoon jammer.”



Mooie kalender
Het gegeven werd ook door andere maatregelen in de hand gewerkt. “De beperking van het aantal ploegen in wedstrijden is een oplossing die enkele jaren geleden werd ingevoerd”, gaat Van Rooy verder. “Je moet niet naar school geweest zijn om te begrijpen dat die oplossing een ander probleem in het leven roept. Is de bestaande reglementering ideaal? Ik weet het niet, ik ben niet de juiste persoon om daar uitspraken over te doen. Toch denk ik dat er manieren moeten worden gezocht om dat iets anders aan te pakken.”
Wildcards uitdelen op basis van de UCI-teamranking? “Dat kan misschien een instrument zijn”, beaamt Van Rooy. “Ik heb daar wel enkele ideeën over. Over wat er zou kunnen gebeuren. Ook inzake budgetten. Er zijn genoeg manieren om dat aan te passen. Ik voel me niet geroepen om daar zware uitspraken over te doen. Wat ik wel weet: we mogen blij zijn dat er sponsors zijn.”
In ieder geval zullen Kenneth Van Rooy en zijn ploegmaats in het voorjaar niet voortdurend langs de zijlijn staan. “Ons programma is niet superdruk, maar toch mooi gevuld”, benadrukt Van Rooy. “Dat we tijdens het Belgisch openingsweekeinde Het Nieuwsblad niet kunnen rijden, is spijtig. Als de vorm er is, kan een renner van mijn kaliber zich in die koers laten zien. Nu we er niet zullen bij zijn, heeft dat een ander voordeel: ik zal veel meer gemotiveerd zijn voor Kuurne-Brussel-Kuurne de dag nadien. En Le Samyn 2 dagen erna is ook een mooie wedstrijd. We gaan niet met de vingers zitten draaien.”


Degelijk debuut
In de aanloop naar het openingsweekeinde werkt Van Rooy nog de 3-daagse Tour de la Provence (14-16/2/25) af. Hij heeft al de AlUla Tour in de benen en loodste Pierre Barbier (5e en 7e) en Sasha Weemaes (9e) naar de top 10 in sprintetappes. Wagner-Bazin WB liet zich in die rittenkoers ook opmerken met offensieve bevliegingen van Jens Reynders. En met de Fransman Quentin Bezza heeft de fusieploeg al een overwinning beet. Hij won een individuele tijdrit in de Tour of Sharjah.
Kenneth Van Rooy, aan z’n 10e profjaar begonnen, ontpopt zich nu al enkele jaren als sprintvoorbereider voor de snellere mannen van het team. “Ik ben nog altijd even ambitieus als toen ik in 2016 overstapte naar de profs”, gaat hij verder. “Gezond blijven, dat is de laatste jaren mijn prioriteit. Dan kan ik elke dag mijn trainingen afwerken en zal mijn conditie in orde blijven.”
Bij Wagner-Bazin WB tekende Van Rooy tot eind 2026. Op het einde van zijn overeenkomst zal hij 33 zijn. “Ik stap nog altijd graag op de fiets en ik voel dat de ploeg nog steeds achter mij staat”, besluit hij. “Gaat het niet meer, dan wordt het een ander verhaal. We voeren altijd een open communicatie. Ik heb gevraagd om niet te ver vooruit te plannen. Mijn kalender loopt voorlopig tot en met Le Samyn. Daarna zien we wel.”