Op vrijdag 18 april 2025 zoekt de Brabantse Pijl een opvolger voor Benoit Cosnefroy en Elisa Longo Borghini. De wedstrijd start in Huizingen en eindigt in Overijse, na enkele plaatselijke ronden door de Druivenstreek waarbij telkens de Hertstraat, Moskesstraat, Holstheide en S-bocht in Overijse Centrum moet worden beklommen. Die Druivenstreek kent wel meerdere nijdige hellingen. WielerVerhaal schotelt er graag een aantal voor. In deze bijdrage beperken we ons tot grondgebied Overijse.


Flankje van 15%
Wie houdt van nijdige hellingen vindt in de Druivenstreek absoluut zijn gading. De uitstekende website Climbfinder catalogeert er een 20-tal, alleen al op het grondgebied van Overijse. Sommige van die hellingen klinken na enkele edities van de Brabantse Pijl al vertrouwd in de oren. Anderen zijn onontgonnen parels.
Jammer dat bijvoorbeeld de Hagaard niet meer in de hertekende lokale ronde van de genoemde semiklassieker is opgenomen. Je vindt die klim na 1 km aan je linkerkant als je vanaf het station van Overijse richting Hoeilaart fietst. Je gaat de IJse over en dan helt de weg meteen in behoorlijk asfalt 400 meter aan 10% gemiddeld. Het middenstuk doet met 150 meter aan 13% het melkzuur in de benen meteen toenemen. De hele tijd fiets je door een holle weg die in de zomer overkapt wordt door een dicht bladerdek, wat welgekomen beschutting geeft tegen de brandende zon.
Parallel aan die klim, maar vertrekkend van aan het stationsplein, nodigt de ‘Speelberg’ – officieel Jean Tombeurstraat – uit tot kleiner schakelen. Die klim, die vroeger in de Druivencross werd aangedaan, loopt 500 meter aan 7,4% maar heeft ook een stuk van 12%. De top is waar rechts de Alfons Moerenhoutstraat ons vervoegt. Je zou ook die flank kunnen oprijden, want die is met zijn maximum van 15% nog steiler.
Nog steeds vlakbij het stationsplein maar dan aan de noordelijke kant, vind je de voet van de Schavei. De helling is eigenlijk dezelfde als die van de S-bocht en komt net voor de top ook samen. Maar de S-bocht is 1.300 meter lang en de Schavei gaat in een rechte lijn 900 meter omhoog en is dus bijgevolg een pak steiler: 5,4% gemiddeld met een maximum van 10%. De S-bocht haalt slechts 4,6% gemiddeld. Dat men die laatste helling als slotklim voor de koers gebruikt, is om veiligheidsredenen. De Brusselsesteenweg, zoals de S-bocht officieel heet, is immers een tweevaksbaan.




Het Eizer smeden als het heet is
Nog een helling die vroeger in de koers zat, is de IJskelderlaan. Die vinden we als we beneden in Overijse aan het kruispunt van de N253 met de N4 richting Leuven gaan. Na 150 meter moet je dan weer links het beekje over. Daar begint de klim met 100 meter kassei, al ligt er een fietspad in klinkers. Je gaat rechtdoor aan een 1e kruispunt, waar het zware werk begint. Met 11 à 12% gaan we verder omhoog door de villawijk, tot we aan een T-kruispunt komen. Daar gaan we links de Kouterstraat in, die een uitloper aan 5% vormt.
De Hertstraat zit nog steeds in het parcours van de Pijl: 700 meter kassei aan 5%, waarvan de 1e 200 meter aan 9%. De kunst is om hier op het betonstrookje rechts te blijven, wat lichter loopt. Maar als je eruit sukkelt, dreigt je voorwiel te blijven hangen aan de iets hoger uitstekende kasseien en is een valpartij onafwendbaar. Na 300 meter is het ergste voorbij en vlakt de helling af.
Voor de laatste hellingen vandaag, verplaatsen we ons naar het gehucht Eizer, gelegen op een 5-tal km ten noordoosten. Komende vanuit Overijse via de Duisburgsesteenweg slaan we net voor de kerk links de Bekestraat in. Dit smalle steile kasseiweggetje zat in 2021 in de grote lus van het WK Wielrennen in Leuven. De klim is slechts 500 meter lang, maar helt gemiddeld aan 7,7%, waarvan 150 meter aan meer dan 10% gaat. Maar het zijn vooral de kasseien die de helling zwaar maken. Wie handig en stuurvast is, kan hier en daar een stukje op het betonstrookje naast de kasseien blijven.



Kuitenbijter
Had je beneden in Eizer de Bekestraat letterlijk en figuurlijk links laten liggen, dan kon je net voorbij de kerk rechts de Horenberg aanvallen. Die helling zat in het parcours van het BK van 2015 in Tervuren, waar een sterke Preben Van Hecke topfavoriet en trainingsmakker Greg Van Avermaet voor bleef. Zodra je de weg indraait, doemt een muur voor je op met achtereenvolgens telkens 50 meter aan 12, dan 18 en dan weer 15%.
De steile puist dwingt je uit het zadel en verplicht je ketting om je kleinste versnelling op te zoeken. Voor zo’n klim is de term ‘kuitenbijter’ uitgevonden! Na 200 meter mildert de klim tot 6% om te verworden tot een vals plat van nog 200 meter aan 1,5%. Gelukkig is het wegdek in prima asfalt. Helemaal boven kan je niet anders dan scherp links afdalen langs de Nekkedelle, die je terug naar het centrum van het gehucht brengt.
Wie niet zo van steile ondingen houdt maar toch bergop wil fietsen, zou het zopas beschreven lusje ook omgekeerd kunnen doen en dus die Nekkedelle omhoog rijden. Die loopt 800 meter aan gemiddeld 3,4% en start met een eerder flauwe helling om je pas op 250 meter van de top tot terugschakelen te verplichten. Je fietscomputer geeft hier percentages van 8 à 9 % aan. Bij helder weer zie je boven in de verte Leuven liggen….
