Onze columniste Eefje Brandt knalde medio april in Steenhuize-Wijnhuize naar een gouden medaille op het Oost-Vlaams kampioenschap Tijdrijden bij de elite. Over een pittig golvend parcours van 17,8 km stuurde ze de concurrentie, met onder meer titelverdedigster Jesse Vandebulcke naar huis.


HRV
Eefje Brandt: “Ondertussen kan ik wel zeggen dat ik veel ervaring heb in het tijdrijden. Ik doe al sinds de jeugd mee aan de wedstrijden tegen de klok en weet wel wat erbij komt kijken. Zo ging ik de week voor het kampioenschap het parcours nog eens verkennen. Er stonden 2 ronden van 8,9 km op het programma, waarbij we met de Waesberg en de Pijpketel telkens 2 beklimmingen en een technische afdaling moesten trotseren. Ik kende het parcours al helemaal uit het hoofd want identiek aan een jaar eerder, toen ik me tot kampioene bij de beloften mocht kronen. Toch wilde ik sommige technische passages nog vers in het hoofd krijgen.”
“Fast forward naar de dag van de waarheid, een dag vol protocollen. Hiervoor stelden mijn coach en ik een schema op. Zo moet ik de dag zelf niet meer rekenen wanneer ik moet eten, naar de koers moet vertrekken en op de rollen moet. Alles is gebaseerd op het startuur van mijn tijdrit (16u11) en het uur waar ik meestal opsta. Het lijkt misschien heel autistisch en perfectionistisch, maar zo’n dagindeling helpt tegen nervositeit. En als ik weet dat ik kan winnen, dan gieren de zenuwen door mijn lijf.”
“Om 8 uur word ik doorgaans wakker. Mijn dag begint met mijn parameters op Whoop te checken. Mijn rusthartslag is zoals hij moet zijn, maar mijn HRV (Heart-Rate-Variability) staat aan de lage kant. De oorzaak moet ik niet ver zoeken, stress is immers een negatieve invloed. Maar goed, die rusthartslag is het belangrijkste en een iets mindere HRV mag mijn dag niet verpesten. De dag van een tijdrit start voor mij met een nuchtere training. Bij het opstaan spring ik in mijn koersbroek, dat werkt heel goed tegen mijn ochtendhumeur. Ik ga 20 minuten de rollen op: activatie om het lichaam zachtjes wakker te schudden. Nadien volgen witte boterhammen met confituur en een douche. Op schema!”

Geen tussentijden
Eefje Brandt: “Normaal zorg ik ervoor dat ik 2,5 uur op voorhand bij een tijdrit ter plaatse ben, maar omdat de laatste verkenning op een afgesloten parcours enkel rond 12 uur kan, moet ik dus 4 uur vooraf aanwezig zijn. Dat betekent om 11 uur, volgens de dagindeling, de auto in om een uurtje later op locatie toe te komen, mij om te kleden en nog een halfuurtje verkenning en materiaaltest te doen. Daarna is het vooral veel rusten, inclusief koersmaaltijd, witte boterhammen met confituur, om 12u30.”
“De rest van de tijd dood ik met de inschrijving, fietscontrole door de commissarissen, de concurrentie aanschouwen en me te fuelen. Een rugnummer opspelden is niet nodig, want de nieuwe Giordana-tijdritpakken van de ploeg zijn voorzien van een Nopinz-zakje, een plastiek zakje waar je zo je rugnummer inschuift. Desondanks spookt het parcours, mijn indeling, de windrichting en mijn tegenstand door mijn hoofd.”
“Het kwartiertje opwarmen voelt zwaar aan. Ik moet namelijk al eens door een muur gereden zijn voor ik in de tijdrit all out kan gaan. Wanneer ik van de rollen stap, heb ik nog 20 minuutjes tot aan de start. Terwijl mijn papa de tijdritfiets van de rollen haalt, neem ik mijn laatste gelletje. Ik trek mijn tijdritpak aan, stop mijn oortje dat in verbinding staat met de volgwagen in en zet mijn tijdrithelm op. Nog een snelle radiocheck en dan richting de start.”
“Vooraf heb ik de nieuwe KASK-helm al even getest. Die zit als gegoten en ook mijn haar kan er volledig in zodat het zeker geen wind vangt. Met ploegleider Mats heb ik het parcours, de tegenstand en de wind al besproken. Hij moet tijdens de TT voortdurend tegen mij praten en mag vooral geen tussentijden doorgeven.”

Kampioene
Eefje Brandt: “Het 1e deel van de tijdrit is meewind en dus ideaal om mijn ritme te zoeken. De houding voelt vertrouwd aan en ik zie dat mijn waardes veelbelovend zijn. Zoals Mats me vanuit de volgwagen me aanmoedigt: vandaag is mijn dag. Nog voor een kwart wedstrijd haal ik de renster die voor me was gestart al in. En dan moeten de beklimmingen nog komen, in mijn hoofd begint de tijdrit daar pas echt. Enkele kilometers later, ongeveer halfweg, haal ik een 2e renster in. Bij mijn passage over de meet wordt het plots een beetje stiller vanuit de volgwagen.”
“Om niet veel later terug vol enthousiasme alle aanmoedigingskreten te horen. In al dat enthousiasme hoor ik dan toch een tussentijd. Ik lig bij mijn passage aan de meet al 30 seconden voor op Jesse. De 2e ronde is voor mij alles of niets, geen pacing meer, vooral overal all out. Compleet kapot en leeg kom ik over de meet, de speaker kondigt me al aan als waarschijnlijke winnares, maar ik juich pas als ik de tijd van de allerlaatste hoor binnenkomen. Ik ben kampioene!”
“Zelfs in mijn stoutste dromen had ik een voorsprong van 1 minuut en 10 niet durven voorspellen. Het lijkt voor sommigen misschien een evidentie, aangezien ik al 2 keer won bij de beloften. Maar voor mij begint bij de elites opnieuw vanaf nul. En nu op naar het Belgisch kampioenschap en zoek vooral dus niet naar mij in de kleuren van Carbonbike Giordana, maar in het witgroene pakje van Oost-Vlaanderen.
