Veel jonge rennertjes dromen ervan om de nieuwe Tom Boonen te worden en een heel pak steengoede beloften hopen te kunnen doorstromen naar de profs. Maar het is er slechts weinigen gegeven om van hun passie hun beroep te maken. En mannen die op latere leeftijd nog hun 1e profcontract kunnen tekenen, zijn al helemaal uitzonderlijk. Maar het kan wel degelijk! Oliver Naesen deed het en ook Dimitri Peyskens flikte het: op zijn 25e kreeg de Vlaams-Brabander dan toch zijn kans bij de grote jongens. Een monoloog.

“En zo ben ik elk jaar gegroeid. In mijn laatste jaar als belofte, in 2013, kreeg ik dan mijn kans bij de U23 van de Lotto-ploeg. Ik reed een heel mooi seizoen. Mijn prestaties mochten zeker gezien worden en ik maakte regelmatig deel uit van de nationale selectie. Ik was beste Belg in de Ronde van de Toekomst en 4e op het BK tijdrijden, maar dat was niet genoeg om het jaar daarop een profcontract te kunnen tekenen. Blijkbaar was ik toen nog niet goed genoeg.”

Ambities zijn gebleven
Dimitri Peyskens: “Mijn profambities heb ik wel nooit opgeborgen. Ik reed na mijn periode als belofte een paar jaar op continentaal niveau, maar ik voelde dat ik daar niet echt op mijn plaats zat. Dat klinkt opschepperig, maar ik voelde gewoon dat ik de motor had om bij de profs mee te rijden en ben blijven geloven in mijzelf. En uiteindelijk is mijn doorzettingsvermogen ook beloond.”

“Maar het is nu ook niet dat ik in 2016 rondreed met het idee van: nu moet het gebeuren! Ik legde mezelf wat minder druk op en dat kwam mijn prestaties wel ten goede. Ik reed meer bevrijd en behaalde enkele mooie uitslagen. Ik werd 3e op het BK voor elite zonder contract en bewees in de 1.1-koersen dat ik ook een finale kon rijden. En zo heb ik toch nog mijn kans gekregen en die heb ik met beide handen gegrepen. Ondertussen ben ik ook bijna afgestudeerd. Normaal gezien behaal ik in januari volgend jaar mijn diploma.”
Waalse klassiekers
Dimitri Peyskens: “Ik ben heel blij dat ik nu als prof mag rijden voor WB-Veranclassic-Aqua Protect, de opvolger van Wallonie-Bruxelles, dat is samengesmolten met enkele sponsors van mijn vorige ploeg. Maar voor mij is het dus eigenlijk wel een nieuwe ploeg. 1’tje waarin ik mij goed thuis voel. Ik ben bovendien perfect 2-talig. Het ene deel van mijn familie is Franstalig en het andere deel Nederlandstalig. De taal vormt dus geen probleem en er heerst een heel goede sfeer binnen de ploeg. Iedereen doet er zijn werk en dat wordt beloond met mooie resultaten voor iedereen.”

“Die Waalse klassiekers zijn wel koersen die me moeten liggen. Wanneer je me als kind vroeg wat mijn droomkoers was, dan antwoordde ik steevast Luik-Bastenaken-Luik. Ook al was mijn conditie niet meer schitterend, ik mocht toch mijn debuut maken in mijn droomkoers. En ook van de Waalse Pijl en de Brabantse Pijl heb ik dit jaar al eens mogen proeven. Die laatste is zo’n beetje mijn thuiskoers, dus op termijn hoop ik daar wel nog iets te tonen.”
“Ik moet het dus vooral hebben van de zwaardere, heuvelachtige koersen. Over kasseien rijden kan ik ook wel, maar je moet ergens een keuze maken. Het is er maar weinigen gegeven om, zoals Van Avermaet, Gilbert of Kwiatkowski, op alle terreinen goed te zijn. Ik moet mij dus meer specialiseren in het kortere werk bergop.”

BK en TRW
Dimitri Peyskens: “Daar wil ik in het tweede deel van het seizoen nog een vervolg aan breien. Nu komen eerst nog de nationale kampioenschappen. Ik rijd zowel de tijdrit als de wegrit. Vervolgens gaan we met de ploeg op stage naar Livigno om stevig door trainen. Het volgende hoofddoel wordt dan de Tour de Wallonie, vooral voor de ploeg is dat een belangrijke wedstrijd. En daarna zien we wel weer. In het najaar zijn er nog mooie koersen. Misschien zit er zelfs een overwinning in. Het zal zeker niet simpel zijn, dat besef ik ook wel, maar dromen mag. Ik droomde ervan om prof te worden en uiteindelijk is het me toch ook gelukt.”
Fotomateriaal: WB-Veranclassic-Aqua Protect.