Zijn overwinningen zijn niet te tellen in zijn imposante carrière, maar momenteel krijgt Andre Greipel zijn hoofd niet bij de koers. Je kan het voorbaarlijk slecht noemen, zijn seizoen tot hiertoe. Maar naar Gorilla-normen oogt het wat bleekjes. De Duitse sprintbom met de granieten dijen laat volgens sportdirecteur Marc Sergeant van Lotto Soudal nochtans dezelfde sportieve waarden optekenen als andere jaren. Het is zijn privé-situatie die een grote invloed heeft op de geboren Rostocker. Een hart onder de riem, dát verdient hij.

Wat ging er zaterdag mis in je sprint in de Brussels Cycling Classic, Andre? Zat er niet meer in dan die 3e plaats?
Andre Greipel: “Ik zat gewoon te ver bij het ingaan van de sprint, die trouwens goed werd aangetrokken door Jasper De Buyst. Door die rotondes geraakte ik ingesloten en zakte ik wat terug. Het sprinten zelf ging prima, want ik maakte nog veel plaatsen goed, maar het kalf was toen al verdronken. Het is ook geen schande om van Démare te verliezen. De beste heeft gewonnen en daarmee is wat mij betreft alles gezegd.”
Je gaat straks niet naar het WK. Je eigen keuze?
Andre Greipel: “Ja. Ik heb er met de Duitse bondscoach over gesproken. Ik ben van mening dat ik niet topvorm kan zijn op dat WK en dan is het gewoon beter om niet te gaan. Eigenlijk heeft het dus niks met de moeilijkheidsgraad van het parcours te maken en het feit dat dat niet op mijn maat is uitgetekend. Ik denk dat John (Degenkolb, de kopman bij Duitsland, red) het wel goed zal doen. Hij weet perfect hoe hij daar in Bergen een topresultaat kan neerzetten. Ik geloof in hem.”

Andre Greipel: “Nee, ik heb andere zaken aan mijn hoofd.”
Denk je soms nog terug aan jouw WK van 2011 in Kopenhagen, waar je 3e werd?
Andre Greipel: “Eigenlijk niet. Het is ondanks die bronzen medaille eerder een slechte herinnering, want we kwamen met een zeer sterk team aan de start. Door een grote valpartij op 60 km van de meet moesten we het zien te rooien met 3 man en dat was niet bepaald in ons voordeel. We hebben er toen het beste uitgehaald, maar dat bleek niet voldoende voor de winst.”
Hoe ontgoochelend was de Tour in juli?
Andre Greipel: “Behoorlijk groot, zowel voor mezelf als voor de ploeg. Maar dat is nu eenmaal koers. Marcel Kittel was onverslaanbaar, dat moeten we accepteren. Had ik net als vorig jaar gewonnen op de Champs Elysées, dan had je me die vraag nu niet gesteld. Dat scheelde nu maar een meter, zo dicht ligt het bij elkaar. Met 3 3e plaatsen en een 2e plaats was mijn Tour trouwens zo slecht nog niet. Het is niet dat ik nergens was.”

Andre Greipel: “Voor mezelf was het best oké, maar ik had gehoopt om Tiesj (Benoot, red), Jürgen (Roelandts, red) of Jens (Debusschere, red) meer te kunnen bijstaan in de grote koersen. In de Ronde van Vlaanderen zat er niet meer in, maar bijvoorbeeld in Roubaix hadden we pech met Roelandts.”
Heb je het soms moeilijk met de kritiek op het feit dat je te oud en afgeschreven zou zijn?
Andre Greipel: “Ach, als renner word je afgerekend op je resultaten. Mensen kijken wat je de jaren voordien hebt gepresteerd en dan gaan ze vergelijken. Ik vind dat allemaal niet erg. Ik weet hoe het zit en wat er speelt. Ik ben ook maar een mens en kan de zaken niet in een vingerknip veranderen. Als je geklopt wordt, word je geklopt.”
Wil je iets kwijt over je privé-situatie?
Andre Greipel: “Nee, dat is privé.”
Een hart onder de riem, André!
Fotomateriaal: ASO.
Wat ging er zaterdag mis in je sprint in de Brussels Cycling Classic, Andre? Zat er niet meer in dan die 3e plaats?