Ben Squire (22) droomde enkele jaren van een carrière als profrenner, maar richtte z’n blik aan het einde van z’n 4e en laatste seizoen bij de beloften snel richting de bedrijfswereld. Op 6 november 2023 ging hij als monteur aan de slag bij Anglo Belgian Corporation, motorenbouwer sinds 1912. In combinatie met koersen bij de Elite 2. In Sinaai boekte de Zottegemnaar z’n 1e zege.


Tarteletto
Anglo Belgian Corporation is een trouwe sponsor van de Oost-Vlaamse jeugdploeg Onder Ons Parike. Tim Berckmoes, vader van Lotto Dstny-prof Jenno, is CEO bij het Gentse bedrijf. Ben Squire en Jenno Berckmoes hebben een verleden bij het jongerenteam uit de Brakelse deelgemeente. Dankzij z’n opleiding elektromechanica kon Squire aan de slag bij de motorenbouwer.
“Motoren voor boten, daar had ik uiteraard geen ervaring mee, maar binnen Anglo Belgian Corporation kreeg ik de kans om alles te leren wat nodig is”, vertelt Squire. “Ik ben ingeschakeld als monteur van motoren: ik speel mijn rol in het proces van een lege blok tot een afgewerkte motor die klaar is voor verzending. Inderdaad, in een groot bedrijf want ongeveer 380 medewerkers. Ik werk in 2 ploegen: de vroege shift is van 5 tot 13 uur, de late schift van 13 tot 21 uur. Behalve op vrijdag. Dan werk ik van 5 tot 11 of van 11 tot 17 uur.”
Wat betekent dat hij voor of na het werk wel wat tijd heeft om te trainen. Nog een jaar langer investeren in een wielercarrière zag hij niet meer zitten. “Ik ben gaan babbelen met Peter Bauwens om bij Tarteletto-Isorex continentaal te koersen”, geeft Squire toe. “Voor mezelf heb ik de klik gemaakt dat ik zoiets niet zou doen. Ik heb er enkele jaren alles voor gedaan. Het is niet gelukt om de stap te zetten. Stel dat ik op continentaal niveau een goed jaar zou kennen, wordt de verleiding wellicht groot om nog een seizoen op die manier door te gaan. Waar eindigt zoiets dan?”


Geen duurtraining
Ben Squire hakte kort na het seizoen 2023 de knoop door. Koersen is nu nog louter een hobby die hij beoefent in het shirt van het DCR Cycling Team van Mattias Nys en Kris Smet. “Terugkeren naar VDM-Trawobo was ook een optie”, vertelt de ex-renner van EFC-L&R-Van Mossel. “Daar had ik het gevoel dat van mij toch nog mooie prestaties werden verwacht. Terwijl ik zelf niet wist of dat met een pak minder trainingsuren nog zou kunnen. Het is dus DCR geworden. Kris Smet had me vorig jaar al gevraagd om te komen. Toen vond ik het programma iets te beperkt voor mijn persoonlijke ambitie. Nu past het perfect bij iemand die voltijds gaat werken.”
De Oost-Vlaming becijfert dat hij de helft minder traint dan de voorbije jaren. “Vorig jaar nog 18 tot 19 uur per week, nu 10 tot 11 uur”, verduidelijkt hij. “Een lange duurtraining bijvoorbeeld, dat is verdwenen. De langste training die ik nu tijdens de week afhaspel, is 2,5 tot 3 uur. In het verleden werkte ik ook wel een trainingsblok van 3 weken richting een specifiek doel af. Dat doe ik niet meer. Lukt een bepaalde training niet, dan maak ik mij daar niet druk om.”
Het is ooit anders geweest. Het lijkt erop dat Ben Squire een half jaar geleden de knop makkelijk kon omdraaien. “Ik ga niet zeggen dat ik er nog veel aan denk”, vertelt hij. “Uiteraard had ik het willen proberen. Soms overkomt het mij wel eens dat ik denk aan koersen van vorig jaar waar ik dit of dat anders had kunnen aanpakken. Achteraf is het altijd makkelijk. Nu heeft het niet veel nut om daaraan te denken.”



Motivatie schommelt
Het neemt niet weg dat hij de laatste weken enkele mooie uitslagen behaalde. Onder meer een 2e plek in de interclub om de Beker van België in Galmaarden en winst in een kermiskoers in Sinaai. “Vooral door die 2e plaats in een interclub was ik verrast”, geeft Squire toe. “Voordien had ik wel een paar goeie wedstrijden gereden, maar viel het resultaat tegen. In de finale in Galmaarden sprong ik naar een kleine kopgroep. Met Wesley Van Dyck en Tom Vermeeren zaten daar mannen die voor het klassement gaan. Zij bleven rijden. Maar om Jasper Devenijns te kloppen, kwam ik net te laat.”
Waardoor Squire in de tussenstand van de Beker van België naar de 6e plaats klom. “Het kan snel gaan”, beseft hij. “In Staden reed ik lek en werd ik 22e. Dankzij de 2e plaats in Galmaarden schoof ik in de tussenstand flink op. Jammer genoeg kwam ik in de finale van de Grote Prijs Florian Vermeersch ten val. Gelukkig valt de schade mee.”
Toch geeft hij toe dat de motivatie wat op en neer gaat. “De voorbije winter was het soms moeilijk”, besluit hij. “Ik tastte in het duister, ik wist niet of 10 tot 12 uur trainen per week zou volstaan om finales te rijden. Ik denk dat ik het van nu af aan winter per winter zal bekijken. Of ik nog 10 jaar verder ga of volgend jaar stop, veel maakt dat nu niet meer uit.”
