De Ronde van Frankrijk van 2026 zal van start gaat in Barcelona. Normaal wordt zo’n nieuws erg positief onthaald, maar nu klinkt er ook veel gemor. De Grote Rondes beginnen steeds vaker in het buitenland. De Giro zou voor de Grande Partenza zelfs lonken naar Albanië. Op die manier verliezen de wedstrijden hun eigenheid en duurzaam is het hele gegeven evenmin. Dat vooral.


Amsterdam
Het was wachten tot de 41e editie van de Tour om een buitenlandse start te krijgen. Uiteindelijk was die eer weggelegd voor Amsterdam, waar het peloton zich op 8 juli 1954 op gang trok ter hoogte van het Olympisch Stadion. Deze start gold als een eerbetoon voor de Nederlandse renners die een jaar eerder het ploegenklassement hadden gewonnen, maar bleek ook het begin van een traditie.
Lange tijd was het de gewoonte om een start in Frankrijk als norm te hanteren en af en toe eens uit te wijken naar het buitenland. Dat gebeurde nooit 2 keer na elkaar, al lag de start in 2009 wel in de dwergstaat Monaco (wat niet echt als een buitenlandse start wordt beschouwd) en een jaar later in Nederland. Sindsdien starten we vaker niet dan wel in het thuisland van de Tour. De start in Toscane van eind juni 2024 is de 6e buitenlandse start in 10 edities.
Laat ons wel duidelijk zijn: de start in het buitenland is vaak een schot in de roos qua publieke belangstelling. Denk maar aan 2014 toen het volk in Yorkshire rijen dik stond om de renners te zien. Ook in Brussel was er in 2019 naar goede gewoonte veel volk. De Denen (2022) en de Basken (2023) bewezen echter dat ze niet moeten onderdoen voor de wielergekte in België. Anderzijds kan ook worden gesteld dat België, Spanje en Italië hun eigen wedstrijden reeds hebben.



Cycling Weekly
Het probleem is niet enkel een kwestie in Frankrijk. De Giro deed geregeld vreemde dingen en liet de wedstrijd in 2012 al van start gaan in Jutland (Denemarken). Al waren ook Noord-Ierland (2014), Nederland (2016), Israël (2018) en Hongarije (2022) opmerkelijke keuzes. Alle genoemde landen grenzen niet eens aan Italië. Op die manier vraag je je af wat dit nog met de Giro heeft te maken. 10 jaar geleden werd er zelfs gesproken over een start van de Giro in Noord-Amerika, maar zover is het nooit gekomen.
De Gran Partidas in de Vuelta zijn vooralsnog wel beperkt. In 1997 werd er gekozen voor Lissabon en dat is dit jaar 2024 opnieuw het geval, maar verder blijven deze beperkt tot Nederland (2009 en 2022) en Frankrijk (2017), met het zuidelijk gelegen Nîmes. Toch is er ook daar sprake van een start in Piemonte volgend jaar 2025 en een vertrek in Monaco in 2026. Daarmee zwicht de Vuelta als laatste van de Grote Rondes voor de lokroep van het buitenland.
Onder meer blogger Adam Becket, news editor bij Cycling Weekly, benadrukte al dat deze evolutie niet te rijmen valt met de klimaatverandering. Het hele circus dient zich immers te verplaatsen. Daar komt veel meer bij kijken dan 180 renners op een fiets. Logistiek wordt het er ook niet gemakkelijker op. Met als gevolg een rustdag op dag 4 in 2022. Veel mensen zaten een dag in de wagen om naar Scandinavië te gaan en nog een dag om terug te keren, wat toch in de kleren kruipt.



Toekomst
Het is natuurlijk niet onlogisch dat de Grote Rondes zich laten verleiden door het geld dat gegeven wordt om een Tourstart te organiseren. Door de spreiding van startlocaties groeit de organisatie ook als merk, ontdekt de kijker nieuwe regio’s en is er de kans om historische verwijzingen te verwerken in het verhaal. Zo was de start in Brussel in 2019 een verwijzing naar de 1e Tourzege van Eddy Merckx 50 jaar eerder.
Voor de Tourstart van 2027 meldden zich eerder al Rotterdam en Den Haag en ook Ierland. Toch lijkt een nieuwe trip naar het buitenland echt wel van het goede te veel. Frankrijk is het meest populaire vakantieland ter wereld. Het moet mogelijk blijven om daar toch zeker 1 keer om de 2 jaar een mooie startlocatie te vinden. In de ideale wereld worden zelfs de verplaatsingen tussen de etappes zoveel mogelijk beperkt. Afwachten in welke richting dit verhaal verder evolueert.
[yop_poll id=”21″]
