Het doek over de Baloise Ladies Tour 2024 is gevallen. Lorena Wiebes (25) zet voor het eerst haar naam op de erelijst. De Nederlandse spurtbom won 5 van de 6 etappes. Enkel de rit in Olsene zette ze niet op haar naam. Door een akkefietje met een andere renster tijdens de voorbereiding van de sprint kwam ze niet in aanmerking voor die ritzege.


Gedrag rensters
Na afloop van die etappe stak Lorena Wiebes haar ongenoegen niet onder stoelen of banken. “Ik volgde mijn lead-out Christine Majerus, maar kreeg op een bepaald moment een harde duw”, aldus Wiebes. “Gelukkig kon ik uitwijken naar rechts, maar daarbij liep mijn ketting wel af. Voor de ritzege kon ik het vergeten.”
In Olsene bolde Wiebes als 8e over de streep. “Het begint allemaal met een beetje respect”, vindt de Nederlandse. “Toen ik jonger was, had ik meer respect voor topsprinters. De Baloise Ladies Tour is een hele mooie wedstrijd. De organisatie doet het heel goed om de veiligheid te waarborgen. Enkel door het gedrag van rensters heb je zoveel valpartijen. Hopelijk verandert die houding, want dat zou beter zijn voor iedereen.”
Daags na de rit Zulte-Zulte werd de ochtendetappe in Zwevegem bijna een uur lang geneutraliseerd door een valpartij. Fien Van Eynde, Audrey Cordon-Ragot en Silje Bader waren de voornaamste slachtoffers van die valpartij. De rit moest worden ingekort. Wiebes zette de puntjes op de i en smeerde alle concurrentes in de laatste rechte lijn 3 tot 4 lengtes aan. Nadien won ze ook de individuele tijdrit én de slotetappe in Deinze.



Niet langdurig out
Tijdens de rechtstreekse uitzendingen van de etappes van de Baloise Ladies Tour werd vaak over de valpartijen en veiligheid gesproken. Eindlaureate Lorena Wiebes had het in een interview na het akkefietje in Olsene over het niveauverschil tussen de diverse ploegen. Een visie die door haar landgenote Thalita de Jong werd bevestigd. Voor de grotere vrouwenteams in deze internationale rittenkoers zijn de kleinere ploegen de schuldigen.
“De voorbije dagen heb ik vaak gehoord dat wij als organisatoren geen schuld treffen bij die valpartijen”, reageert medeorganisator Joeri Devreese. “We vangen ook op dat het niveauverschil tussen de diverse ploegen misschien wel aan de basis ligt van de problemen die er soms zijn. Langs de andere kant, die valpartijen horen er ergens bij. Die val in Zwevegem overschaduwt een voor de rest geslaagde editie van de Baloise Ladies Tour. Gelukkig lijkt de schade nog wel mee te vallen. Ik denk niet dat er rensters zijn met heel langdurige letsels.”
Fien Van Eynde, tot voor die valpartij beste Belgische in deze rittenkoers, liep een sleutelbeenbreuk op. De Nederlandse Silje Bader brak haar pols in haar 1e meerdaagse wedstrijd voor Team dsm-Firmenich-PostNl. De Française Audrey Cordon-Ragot kwam er met enkele schaafwonden en kneuzingen van af en kan wellicht zonder noemenswaardige hinder de Franse kleuren verdedigen op de Olympische Spelen.



Hoog uurgemiddelde
Joeri Devreese hoorde ook de andere kant van het verhaal. “Als je je oor te luisteren legt bij de clubteams en bij de mindere UCI-teams, hoor je hen zeggen dat de WorldTour-teams soms nogal arrogant zijn”, aldus de koersdirecteur. “Wellicht zal de waarheid ergens in het midden liggen. Van het voorval in de finale van de rit in Olsene zijn geen duidelijke beelden. We hebben een vermoeden dat de duw aan Wiebes niet van een clubrenster kwam.”
Devreese geeft toe dat hij en organisator Geert Stevens de voorbije dagen al nadachten over deze kwestie. “Onze visie is om Belgische en Nederlandse clubs kansen te geven om een internationale rittenwedstrijd te rijden”, gaat Devreese verder. “Als we de uurgemiddelden zien die hier werden gereden, moeten we ons afvragen of rensters van clubteams zo’n tempo 5 dagen op rij aankunnen. Die balans gaan we naar volgend seizoen zeker opmaken.”
Zo begon Team Keukens Redant, 1 van de Belgische clubteams, met Jana Priau als enige renster aan de slotetappe in Deinze. “We zien inderdaad dat bepaalde ploegen amper rensters over hebben de laatste dagen van onze rittenkoers”, besluit Devreese. “We moeten ons goed afvragen of we daarmee willen doorgaan.”


