In het Sven Nys Cycling Center stond woensdag alles in het teken van het nieuwe veldritseizoen. Lucinda Brand was er samen met haar ploeggenoten van de Baloise Trek Lions aanwezig op de Balenberg. Ook voor de Nederlands kampioene hadden we een lijstje verrassende vragen voorbereid.


Wie zorgt voor de sfeer bij jullie in de ploeg op training?
Lucinda Brand: “Dat doen we allemaal samen. De jongens zijn heel hard op elkaar ingespeeld, die hebben allemaal een beetje dezelfde humor. Het is in de hele ploeg gewoon met allemaal samen een dolletje. Er is een goeie dynamiek in de groep waar iedereen van kan genieten.”
Wie is de ideale kamergenoot?
“Ik kan natuurlijk alleen spreken over de meiden, maar Fleur en Shirin zijn heel keurige kamergenoten. Die 2 gedragen zich altijd heel netjes. Bij de wegploeg van Lidl-Trek is er wel iemand die snurkt, maar daar heb ik weinig last van omdat ik een goeie slaper ben. Je moet gewoon zorgen dat je eerder slaapt dan de snurker.”
Wie is het meest nerveus op wedstrijddagen?
“Dat weet ik eigenlijk niet. Ik ben zelf altijd vrij relaxed, maar op de cross zit ik vaak gewoon in mijn eigen camper. Het hangt sowieso ook af van het type wedstrijd en voor welk klassement we die dag rijden. Iedereen gaat anders om met zenuwen. Het is ook moeilijk om een onderscheid te maken tussen stress en graag gestructureerd te werk gaan op zo’n wedstrijddag. Soms ben je niet echt nerveus, maar moet je je planning aanpassen en dat kan wel heel vervelend zijn.”


Zijn er crossen waar je altijd naar uitkijkt bij de start van het seizoen?
“Ik kijk altijd heel erg uit naar de crossen met een natuurlijk parcours. Dat zijn dan de parcoursen die gebruikmaken van wat er op de locatie te vinden is en niet ergens nog een extra heuvel hebben neergekwakt of dat soort dingen. Dat zijn voor mij altijd de mooiste crossen, en dat worden soms ook de fysiek zware crossen die mij beter liggen. Die weilandcrossjes waar het veel draaien en keren is zoals in Ruddervoorde bijvoorbeeld, daar maak je me minder gelukkig mee.”
Als je voor de wedstrijd nog een laatste verkenningsrondje kan rijden, met wie ga je dan graag op pad?
“Ik rijd altijd graag nog eens achter 1 van de jongens aan. Zij gebruiken soms nog andere lijnen die ik eerder niet ontdekt had. Lars van der Haar kan dat dan bijvoorbeeld ook heel goed voortonen en uitleggen, maar alle jongens hebben er aanleg voor om die lijnen te vinden. Binnen de ploeg delen we de belangrijke info altijd met elkaar na onze verkenningen. Als er plots iets veranderd is op het parcours kunnen we dat gewoon vertellen aan elkaar en dat is altijd prettig.”
Komen de andere meisjes soms tips aan jou vragen?
“We rijden heel vaak samen en dan gaat dat op een heel ontspannen manier. Het gebeurt natuurlijk wel eens, maar het is niet dat ze echt specifiek naar mij komen en om hulp vragen. Het is gewoon een automatisme dat we info met elkaar delen, binnen de hele ploeg.”



Wat vind je het moeilijkste aan de voorbereidingen van het veldritseizoen?
“Het is altijd wel druk om het hele huishouden van de cross op orde te krijgen. Het materiaal klaarzetten, de camper inrichten… dat allemaal terwijl je eigenlijk ook nog moet gaan trainen. Ook de kledingkast die je volledig moet omgooien zodat je niet plots een verkeerd truitje aanhebt… Het is altijd even schakelen van de weg naar de cross. Die hele heisa staat me meestal niet zo aan.”
Je combineert volop de weg en de cross. Mis je geen pauzemoment in zo’n druk seizoen?
“Hobby’s naast de koers komen echt wel ver op de achtergrond te staan. Ik ga bijvoorbeeld heel graag met de motor rijden, maar die staat vaker stil dan dat ik hem gebruik. Ik heb er eenvoudigweg geen tijd voor, maar ik doe het mezelf aan. Ik wil alles combineren en dan moet je andere dingen opofferen. Een discipline laten vallen is voor mij ook absoluut geen optie, daarvoor doe ik deze sport veel te graag.”


