Bij de nieuwelingen werd Jinze Joris gelauwerd als Flandrien van de Toekomst. De 16-jarige renner uit Blaasveld (Willebroek) mocht het voorbije wegseizoen niet minder dan 20 keer de handen in de lucht gooien. Hij werd 2 keer Belgisch kampioen en zette ook de Ronde van Vlaanderen U17 op z’n naam. Hoewel hij door heel wat ploegen werd gesolliciteerd, blijft hij in 2025 Acrog-Tormans trouw.


2 grote doelen
Een blik op het uitslagenbord van Jinze Joris het voorbije wegseizoen leert dat hij zo goed als overal binnen de top 10 finishte. Enkel in de openingsrit van de Radjügendtour in Oostenrijk en in de finale van de Topcompetitie in Affligem haalde hij die top 10 niet. Want respectievelijk 13e en 19e. Zelfs het aantal resultaten tussen de plaatsen 5 en 10 is op 1 hand te tellen. Vooral de 20 1’tjes achter zijn naam springen in het oog. Met zoveel overwinningen nationaal zegekoning: in moderne wielertijden gebeurt dat niet zo vaak meer.
“Toch stak ik er bij de nieuwelingen niet bovenuit, in mijn lichting is er heel veel concurrentie”, verwijst Jinze Joris naar Mauro Keppens, Sune De Valck, Seff Van Kerckhove en enkele anderen. “Voor aanvang van mijn 2e seizoen bij de nieuwelingen had ik 2 belangrijke doelen: mijn titel in het tijdrijden verlengen plus de Ronde van Vlaanderen proberen winnen.”
Op 1 mei 2024 had hij z’n 1e grote ambitie al gerealiseerd. In Geraardsbergen was hij anderhalve seconde sneller dan de West-Vlaming René Messely. Sune De Valck pakte brons en was 2 tellen trager dan de Antwerpse nieuweling. “Die dag was ik nochtans niet top”, beweert de nieuwe Flandrien van de Toekomst. “Die titel pakte ik vooral op wilskracht en doorzettingsvermogen.”



Sterke klimkoersen
Amper 18 dagen later had Jinze Joris ook z’n 2e belangrijkste doel op zak. In Oudenaarde won hij met voorsprong de Ronde van Vlaanderen. Z’n uitzinnige vreugde bij het overschrijden van de aankomstlijn leverde hem een stevige uitbrander van de wedstrijdjury op. “Eind vorig seizoen had ik van de Ronde van Vlaanderen al een doel gemaakt”, geeft hij toe. “Die ambitie kunnen waarmaken was geweldig. Met die 2 overwinningen was mijn seizoen al geslaagd. Dat ik daar bovenop zo veel zeges boekte, had ik nooit durven verwachten.”
Zondag 11 augustus 2024 pakte hij een 2e 3-kleur. In Liedekerke mocht hij na een lange vlucht met een elitegroepje strijden om de overwinning. Met succes verwees hij Seff Van Kerckhove en Mauro Keppens naar de andere podiumplaatsen. “Dat nationaal kampioenschap was een tactische race”, blikt hij terug. “Ik had er uiteraard een doel van gemaakt, maar voor mij was het geen hoofdbetrachting. Omdat ik vooraf wist dat het bijzonder moeilijk zou zijn om dat BK te winnen. Dat ik 2 weken later in die 3-kleur 2 etappes in de Ronde van Oostenrijk kon winnen, was heel mooi.”
Het BK tijdrijden, de Ronde van Vlaanderen, de Belgische wegtitel en die dubbele ritwinst in Oostenrijk: Jinze Joris karakteriseert die 5 zeges als de mooiste onder de 20 die hij boekte. Misschien nog belangrijker: in de koersen met wat langere klimmen viel hij niet uit de toon. Zo sloot hij de klimkoers in Herbeumont als 4e af en moest hij in Couvin, een andere klimwedstrijd van Belgian Cycling, enkel Mauro Keppens laten voorgaan.



Nieuw begin
Dus kan Jinze Joris ook op geaccidenteerde parcoursen uit de voeten. Er wacht hem misschien wel een mooie wielertoekomst. Die gaat alvast verder bij Acrog-Tormans, de jeugdploeg uit Balen. “Ik had geen enkele reden om van ploeg te veranderen”, benadrukt de 2-voudige Belgische kampioen. “Bij het team is de begeleiding top, we mogen in alle grote wedstrijden starten, alles is zoals het moet zijn. Ik kreeg heel wat aanbiedingen. Toch stond mijn keuze om te verlengen snel helemaal vast. Dat Acrog-Tormans een link heeft met Soudal Quick-Step is een extraatje. Maar niet de voornaamste reden waarom ik blijf bij het team van voorzitter Jef Robert.”
Wat de overstap naar de junioren betreft is veelwinnaar Jinze Joris bijzonder realistisch. Benieuwd of we hem op zondag 1 maart 2025 al aan de start van Kuurne-Brussel-Kuurne zullen zien. “Een nieuw begin”, beseft hij. “Ik kijk uit naar de grote wedstrijden. Met mijn trainer en met enkele vrienden die het voorbije jaar debuteerden bij de U19 had ik het al eens over de overstap. Er zullen weer veranderingen in het peloton zijn en er zal anders gekoerst worden dan bij de nieuwelingen.”

