
Wielertoeristen met klimmersbenen of -ambities weten dat het dichtst bijgelegen middelgebergte de Vogezen zijn. Vanuit Brussel is het 475 km tot Gérardmer, het hart van dat oud-vulkanisch gebergte. Slechts weinigen kennen echter de Morvan, ten Westen van Dijon, op zo’n 550 km van de Belgische hoofdstad. Ook daar kan je echt je klimcapaciteiten demonstreren.


La Petite-Verrière
De Morvan is eigenlijk een uitloper van het Centraal Massief, een oud vulkanisch gebied. Eigen aan de streek, en minder aantrekkelijk voor fietsers, is dat het er relatief veel regent. Gemiddeld 190 dagen per jaar, wat na Bretagne het hoogste van Frankrijk is. Het gevolg daarvan is dan weer wel dat het een erg groen gebied is met veel dicht gemengd bos, met daartussen grote weidegebieden. De voornaamste activiteit is bosbouw, de Parijse kerstbomen komen dan ook uit de Morvan.
De arme streek kent totaal geen industrieel verleden en is daardoor tot op vandaag zéér rustig. Sterker nog, sommige dorpen worden quasi geheel verlaten door de jeugd die naar de grootsteden trekt. Het departement heeft de grootste ontvolking in heel Frankrijk. Dat maakt huizen er erg goedkoop en de laatste jaren streken er heel wat Nederlanders neer die er een pensionnetje of B&B gingen uitbaten.
Zo ook de uitbaters van de Auberge de Chaloire in La Petite-Verrière, onze uitvalsbasis. Het pensionnetje heeft 5 kamers, waarvan 1 familiekamer. Tot maart 2025 is het gesloten voor verbouwingen. La Petite-Verrière stelt als dorp niks voor, maar het is wel een ideaal vertrekpunt voor fietstochten én voor toeristische bezoeken. Wat dat laatste betreft moet de oud-Keltische ‘Bibracte’-site van Le Mont Beuvray en de Oud-Romeinse stad Autun zeker op de to-do-lijst staan.



Touraankomst waardig
Maar wij zijn hier om te fietsen. En laten we maar meteen de hoogste top van dit gebergte gaan zoeken. De Haut-Folin, 901 meter hoog, bereik je vanuit het noordelijke La Bise. Dit na 10,6 km klimmen aan gemiddeld 3,6%. De steilste 100 meter tikt wel 10,7% aan. Dan heb je 377 hoogtemeters in de benen. Maar vertrek je in het zuidelijke Saint-Prix, dan overbrug je 451 hoogtemeters in 11,3 km. Dát mag je toch wel een echte col noemen! Temeer omdat de klim een 3-tal haarspeldbochten telt, die een beetje een alpien gevoel oproepen. Beide beklimmingen zijn vrij gelijkmatig, veel schakelen is niet nodig. En de hele tijd fiets je over verlaten wegen door een groot woud.
Ga je vanuit Saint-Prix richting zuiden, dan vind je in Saint-Léger-sous-Beuvray de voet van de klim naar de Mont Beuvray, een oud-Keltische site. De berg is 8,5 km lang en haalt 5,1% gemiddeld, zij het dat deze klim erg onregelmatig is. Het 1e deel, tot de Col du Rebout, komt niet boven de 5% uit, maar eens je op die tussencol links bent ingeslagen, doemt een muur op van 1 km aan 10,5% met een steilste stuk van 17,3%. Daarvoor heb je dus die 30 achteraan gestoken! Ook de slotkilometer rijst aan 9%. Dit is toch een helling die een Touraankomst waardig is!
Vanuit onze startplaats liggen nog tal van cols of colletjes te rapen: de Col de la Croix vanuit Sommant, 5,4 km aan 4% gemiddeld is met zijn 214 hoogtemeters eerder een ‘Ardennenhelling’. Idem voor de Col de la Croix de Chèvre vanuit Vignerux, 8,3 km bergop maar slechts 3,8% gemiddeld. Vanuit Palaisot is die een tikje zwaarder: 4,5% gemiddeld over 7 km. Of nog, de Col d’en Moulu vanuit La Chaume, 5 km aan 3,8%. Het is een col, want er staat een naambordje boven, maar veel stelt het niet voor.



Signal d’Uchon
De steilste ‘pentes’ vind je nabij Autun, de Oud-Romeinse stad waar je onder meer nog een amfitheater en een stadspoort terugvindt. Autun was in 2007 aankomstplaats van een Touretappe. Filippo Pozzato nam er in de massaspurt van een uitgedund peloton de maat van Oscar Freire. Mogelijks had het meer spektakel opgeleverd om de aankomst op de Mont Saint-Sébastien te leggen. Die klim van 4,5 km stijgt aan 6,6% maar heeft een paar venijnige stukken tot 13% en eindigt met 150 meter aan 10%.
Iets meer ten zuiden, en eigenlijk al net buiten de Morvan, ligt de Signal d’Uchon. Die kleurde de finale van de 7e rit van de Ronde Van Frankrijk van 2021. Na de top was het enkel nog afdalen naar Le Creusot. Matej Mohorič was de sterkste uit de vroege vlucht. Stuyven werd 2e. Roglič werd op de klim gelost en verloor 4 minuten. Om maar te zeggen: deze klim is geen doetje! De cijfers spreken voor zich: de noordelijke zijde, die de renners deden, is 7 km lang, maar kent halfweg een afdaling. In totaal wordt 419 meter overbrugd aan een gemiddelde van 6%. Het 2e deel van de klim heeft een kilometergemiddelde van 13% en een steilste stuk aan 14,5%. De westelijke flank is nog dodelijker want 5,8 km lang aan 6,7% gemiddeld, maar een steilste stuk van 22,3%! Nee, dan liever de oostelijke zijde, waar je 8,5 km klimt aan 4,3 gemiddeld maar waar je nooit meer dan 10% haalt.
Kortom, de Morvan is een prachtig gebied voor wie graag bergop fietst maar nog niet aan het hooggebergte toe is. Ideaal voor een verlengd weekend of als tussenstop op weg naar het warme zuiden of de Pyreneeën.
WielerVerhaal Giveaway: een paar Ergo 6 raceschoenen van SIDI!
