
Een beetje slaan, een beetje zalven. Wie verantwoordelijk is voor een groep van 20 jonge profs moet dat kunnen. Hans De Clercq (55), ploegleider bij Team Flanders-Baloise, probeert dat te doen. Hij merkt dat de upgrade van het materiaal op alle renners een gunstig effect heeft. Tijdens de winter probeerde de performancecel van de ploeg de renners wat nauwgezetter op te volgen.


Beste stage ooit
Pech! Het was de rode draad door het seizoen 2024 van Team Flanders-Baloise. Gilles De Wilde, Vince Gerits en Arno Claeys waren langdurig buiten strijd. De wegkalender van Lindsay De Vylder, Tuur Dens, Noah Vandenbranden en Jules Hesters stond in het teken van de Olympische Spelen in Parijs. Ook Jasper Dejaegher viel na enkele weken uit met klierkoorts en bleef diverse maanden langs de kant.
“In het klassieke voorjaar, de zwaarste periode van het seizoen, hadden we 9 fitte renners”, herinnert De Clercq zich. “Onze jongeren hebben het in het voorseizoen sowieso al moeilijk. Enkele jongens hebben heel veel moeten koersen. Tijdens onze ploegstage in Altea had ik met iedereen een individueel gesprek. De jongens die veel hebben moeten rijden, heb ik bedankt. Omdat ze daarover niet hebben gezaagd, omdat ze hun uiterste best hebben gedaan.”
Dit keer ziet de nabije toekomst er mooier uit. Net voor het einde van het oefenkamp beschikt Team Flanders-Baloise nog altijd over 20 fitte renners. “Nooit zo’n goeie stage gehad”, beweert Hans De Clercq. “Niemand ziek, geen langdurig geblesseerden. Iemand met lichte keelpijn of buikloop. Zaken van tijdelijke aard. Het is ooit anders geweest.”


Hoge vetpercentages
Hout vasthouden dat De Clercq z’n selectie van 9 man voor de Challenge Mallorca – eind januari en begin februari 2025 – niet moet aanpassen. De ervaren sportdirecteur ziet dat z’n manschappen een motivatieboost kregen dankzij de upgrade van het materiaal. Zowel Eddy Merckx Bikes als Fast Forward Wheels leverden nieuw materiaal aan het procontinentale team.
“Geen enkele ploeg rijdt 6 of 7 jaar met hetzelfde frame”, weet De Clercq. “Dat frame was niet slecht, maar je moet mee met je tijd. Uiteraard wisten we wat er scheelt, maar dat konden we niet toegeven. Voor Team Flanders-Baloise is het niet evident om de zoveel tijd te veranderen van frame. Manager Christophe Sercu heeft geen lade waar hij in een oogwenk een extra miljoentje kan uithalen. Dit seizoen beschikken we over een Merckx-by-Ridley-frame. Ook de nieuwe wielen zijn top. Veel profteams rijden niet met die kwaliteit.”
De Clercq plaatst een andere kanttekening bij de fiets van vorig jaar. “Toch won Kamiel Bonneu vorig jaar met dat materiaal een bergrit in de Arctic Race en reed Lars Craps een sterke Ronde van Hongarije”, vult hij aan. “Vorig jaar werden we te veel weggereden. Dat was het probleem. Enkele renners presteerden ondermaats. Sommigen arriveerden vorig jaar op de ploegstage met een beschamend hoog vetpercentage. Zij moeten in de spiegel kijken. We hebben dat deze winter beter in de gaten gehouden door in november 4 keer samen te komen. Nu zijn die vetpercentages wat ze moeten zijn. Op dit moment moeten de renners nog niet ‘scherp-scherp’ zijn.”


Geloof in Vanhoof
De positieve vibe van de ploegstage betekent niet dat een renner van Team Flanders-Baloise dit voorjaar Omloop Het Nieuwsblad of Ronde van Vlaanderen gaat winnen. Met Bonneu (Intermarché-Wanty) en Craps (Lotto) stroomden eind 2024 2 renners van Team Flanders-Baloise door naar hoger gereputeerde ploegen. Bij de Vlaamse opleidingsploeg kan je niet eeuwig blijven. Ook eind 2025 zullen jongens moeten doorstromen of in het slechtste geval afvloeien. De Clercq ziet op dit moment 3 tot 4 kanshebbers op een carrière op een hoger niveau.
“Ik ben ervan overtuigd dat Ward Vanhoof die stap kan zetten”, beweert de sportdirecteur. “Je ziet vaak dat een renner in z’n 2e of 3e jaar anders begint te koersen nadat hij als 1e jaars vaak in een lange vlucht zat. Omdat ze een prijsje willen rijden, maar voor bepaalde koersen nog niet sterk genoeg zijn. Ook Vincent Van Hemelen moet de stap kunnen zetten. Door een val in Almería had hij vorig jaar enorme pech. Waardoor hij veel schrik heeft gekregen.”
Daaraan werd gewerkt. De Clercq ziet doorgroeimogelijkheden bij enkele 2e jaars. “Dylan Vandenstorme is 1 van de jongens die vorig jaar veel moest koersen”, vertelt de ploegleider. “Toch is hij niet kapotgegaan. Er zit dus een motor in. Nu kreeg hij een programma met voldoende rust tussen de koersen. Hij zal overal frisser aan de start verschijnen. Hetzelfde geldt voor Jasper Dejaegher. Ook hij moet de stap kunnen zetten. Is het niet eind dit seizoen, dan wel eind 2026.”

