Hij heeft nog maar net het profwielrennen gedag gezegd of Luke Rowe zit alweer bij een nieuwe ploeg. Zij het als ploegleider. De Welshman zag vorig jaar zijn klassieke voorjaar in het water vallen door een zware valpartij die hem dwong te stoppen. Dit seizoen is de voormalig INEOS-renner weer helemaal terug, vol goeie moed en ambitie. Hij wil als ploegleider Decathlon AG2R naar ongekende hoogten stuwen.


INEOS
Zoek vanaf dit jaar 2025 in de klassiekers niet meer naar Luke Rowe. De maandag 10 maart 2025 35 geworden Welshman hing op het eind van vorig seizoen 2024 zijn fiets aan de haak. “Ik wilde nog niet meteen stoppen”, bekent hij. “Maar een zware valpartij in de E3 dwong me ertoe. De eerste maanden was dat best zwaar om te verkroppen. Ik heb toen een tijdje vrijaf genomen en in die periode enkele cruciale beslissingen gemaakt. Maar al snel werd duidelijk dat ik iets als ploegleider wilde doen.”
En zo werd het Decathlon AG2R La Mondiale voor de de Brit. Hij kon zich meteen goed vinden in de ambitie van de Franse formatie. “Het was wel een moeilijke keuze om naar Decathlon AG2R te gaan, mede doordat het niet alleen een nieuwe rol was die ik ging vervullen. En uiteraard ook omdat ik de taal niet echt machtig ben. De ambitie van de staf en hoe ze die wilden bereiken, waren duidelijk. Dat heeft meegespeeld in mijn keuze.”
Een nieuwe ploeg betekent een nieuwe aanpak. Maar Rowe wil van Decathlon AG2R geen flauwe kopie maken van zijn ex-werkgever INEOS. “De manier van werken is helemaal anders. We proberen het beste uit alles en iedereen te halen om zo een beter team te worden. Er zijn wel enkele dingen die ik probeer te implementeren, maar over het algemeen draait het gewoon om het team vervoegen en deel uitmaken van de grootse dingen die zij willen bereiken.”



Door het vuur
Met het openingsweekend achter de rug is de favoriete periode van Luke Rowe als renner aangebroken, maar met zijn nieuwe rol als ploegleider is het toch anders toeleven naar de klassiekers. “Ik heb het profbestaan nog niet gemist sinds ik gestopt ben”, bekent hij evenwel. “Maar eens het openingsweekend voor de deur stond, miste ik dat gevoel wel. Het blijft toch altijd speciaal. Als renner zie je dingen vanuit een ander perspectief.”
“Indertijd draaide het vooral om jezelf als coureur. Je bent je wel bewust over wat je ploeggenoten aan het doen zijn, maar je moest toen alles benaderen op een redelijk zelfzuchtige manier. Als ploegleider daarentegen moet je meer het overzicht bewaren en ervoor zorgen dat iedereen het beste uit zichzelf haalt en de renners de mogelijkheid geeft om te slagen in hun opzet.”
13 jaar als prof betekent dat de Welshman tonnen ervaring heeft op het hoogste niveau. En die wil hij graag delen bij de Franse equipe. “Ik besef dat ik hen als ex-prof veel kan bijbrengen, maar daarnaast moet ik nog veel leren. Iets wat ik aan het team kan toevoegen, is dat ik van veel sterke individuen een hechte en sterke groep kan maken. Hierdoor ga je voor elkaar door het vuur.”



Sander De Pestel
Decathlon AG2R heeft afgelopen winter enkele jonge talenten aangetrokken waarmee ze op elk terrein willen scoren. Rowe tipt 2 namen om in de gaten te houden dit voorjaar. “Van Rasmus Pedersen en Sander De Pestel verwacht ik veel. We hebben renners met grotere bekendheid en palmares dan die 2 jongens. Maar op trainingskamp heeft Rasmus me aangenaam verrast. Als je in jouw eerste koersen als prof meteen kunt tonen dat je koersintelligentie hebt en erg sterk bent, dan heb je wat in je mars. Ook van Sander hebben we in de Provence gezien hoe sterk hij is. Hij heeft echt een ferme stap gezet.”
De Franse ploeg wordt nu niet meteen beschouwd als 1 van dé te kloppen blokken in de klassiekers. Maar Rowe ziet dat anders. “We hebben een sterk team. Je gaat me niet horen zeggen dat we 1 van de sterkste blokken zijn in het peloton, simpelweg omdat we dat niet zijn. Maar we hebben jongens die als alles samenvalt echt kunnen strijden voor glorie. Neem Oliver Naesen bijvoorbeeld. Als je zoals hem talloze top 10-noteringen in de klassiekers laat opschrijven, zit die overwinning er spoedig aan te komen. Daar ben ik zeker van. Maar we moeten ook realistisch blijven. Er zijn teams die een kwalitatief en kwantitatief superieure kern hebben. Je moet je plaats kennen. Maar we willen op termijn het gat op die ploegen verkleinen.”
