In de Druivenstreek liggen tientallen hellingen die, gecumuleerd in een tochtje van een 100-tal km, geweldig pijn kunnen doen. WielerVerhaal maakte in een 3-delige reeks een uitgebreide selectie van de pittigste klimmetjes. Aan de voet van vele van die hellingen vind je ook een helblauw bordje met de naam van de helling, de lengte en het gemiddelde en maximale stijgingspercentage. De nijdigste klim, de Moskesstraat, hebben we voor dit laatste deel gehouden.


Ottenburg
Ottenburg is een vredig dorpje, gelegen op de grens met Waals-Brabant en dus op een steenworp van het zuidelijk gelegen Waver. Kom je vanuit het oosten, vanuit Grez-Doiceau via het gehucht Florival, dan leidt de Florivalstaat je uit de Dijlevallei naar het op het plateu gelegen dorp. Een klim van 1,9 km als we de brug over de Dijle als voet beschouwen. Al moet gezegd dat na een 1e knikje van 6% de weg even daalt en dan een 100-tal meter vlak blijft. Waar rechts de weg naar Huldenberg gaat, gaan wij rechtdoor en begint de helling pas echt.
Het asfalt is dringend aan vernieuwing toe. De weg loopt met flauwe bochten en beperkte percentages door het glooiende landschap. Pas op 600 meter van de top moeten we de ketting op het binnenblad leggen voor opeenvolgende stukken van 100 meter aan 5, 7, 8 en 5%. Pas aan het schooltje houdt de klim weer in en krijgen we de adem weer onder controle.
Komen we vanuit Terlanen en dus uit het dal van de Laan, dan leidt de asfaltweg via de Terlaenenstraat naar datzelfde Ottenburg. De 72 meter hoogteverschil overbruggen we in 2,5 km, wat deze klim tot wellicht de langste van de streek maakt. Met het gemiddelde van 2,6% noemen we dit een ‘tempoklim’ of misschien zelfs eerder ‘vals plat’. Het – nou ja – ‘steilste’ deel van de klim komt na 600 meter: we krijgen dan 400 meter aan 4%. Halfweg is er zelfs een vlak stuk. Kort daarna maakt de weg een scherpe linkse bocht richting centrum van Ottenburg, maar best ga je daar rechtdoor want dan blijft het nog een 500-tal meter flauw hellen.



Terlanen
Net genoemde klim start dus in Terlanen. Daar vinden we nog een aantal mooie beklimmingen. Fiets je in de richting van Sint-Agatha-Rode, dan kan je na een kleine kilometer links de Holstheide op rijden. Die is 1 km lang, maar vooral de 1e helft is pijnlijk. De weg loopt met een lichte bocht omhoog en je fietscomputer indiceert de hellingsgraad met 2 cijfers. Je danst op de pedalen en je hartslag gaat fors de hoogte in. Na 500 meter kan je in het zadel neerploffen, maar er wacht je nog een lange uitloper die net te steil is om echt te recupereren. Daarvoor is het wachten tot je het kruispunt met de Stroobantstraat bereikt, wat tevens ook de top is van de Koxberg én de Smeysberg die we vorige keer beklommen.
In het centrum van Terlanen vind je herberg ’t Klein Verzet. Dat verwijst niet naar de Weerstanders in de Tweede Wereldoorlog, maar naar de versnelling die je moet gebruiken als je de Bollestraat indraait. Je draait rechts voor de kerk weg om daarna met een ruime bocht links helemaal boven het centrum uit te komen. Het is bij het uitkomen van die bocht, 600 meter na de start, dat zich het steilste stuk bevindt: 9%.
Stilaan vlakt de klim af tot er enkel nog vals plat rest. Links van ons komt de Moskesstraat ons vervoegen, maar daarover straks meer. We verlaten intussen de bebouwde zone, het asfalt is voor oude betonplaten verruild.… De weg blijft flauw omhoog lopen tot het hoogste punt van het plateau. De wind heeft hier vrij spel en blaast meestal verraderlijk in het nadeel. De man met de hamer kan hier elk moment vanuit de berm toeslaan.



Moskesstraat
We eindigen onze 3-delige reeks over de Druivenstreek met de gemeenste helling in deze contreien: de alomgevreesde Moskesstraat. De laatste jaren zit deze klim in het plaatselijk circuit van de Brabantse Pijl en bouwt stilaan zijn reputatie op. Je hoort wel eens dat dit de ‘Paterberg van Terlanen’ is. De klim in kassei is 550 meter lang en heeft een gemiddelde van 9,2%, maar de laatste 150 meter helt aan 15% met een maximale piek van 17%.
Gelukkig werden de kasseien enkele jaren geleden geherplaveid, wat verhindert dat het peloton hier massaal voet aan grond zou moeten zetten. Het T-kruispunt met de Bollestraat wordt als top van de klim beschouwd, maar eigenlijk is dat niet geheel correct. In de Brabantse Pijl rijden de renners hier rechts om richting de voet van de Holstheide te gaan, maar als je links afslaat krijg je nog een 500 meter ‘vals plat’ voor de wielen geworpen. Misschien een idee voor de organisatoren….

