De Cape Epic is een beest van een wedstrijd. 8 dagen, honderden kilometers door de Zuid-Afrikaanse hitte, over ruige paden, stoffige tracks en moordende beklimmingen. Ik, Eline Linssen, ben hier als soigneur, een rol die meer inhoudt dan alleen massages geven. Je bent de stille kracht achter de schermen, degene die zorgt dat rijders fysiek en mentaal zo goed mogelijk de dagen doorstaan. Maar soms wordt je rol groter, emotioneler en complexer dan je vooraf had kunnen bedenken.


Crash op dag 2
De 2e wedstrijddag had al een dreun uitgedeeld. Niet voor ons team direct, maar voor een team uit Duitsland dat we goed kennen. 1 van hun rijders ging hard onderuit. In 1e instantie leek het een gewone valpartij, iets wat iedereen weleens overkomt in zo’n race. Maar toen hij bleef liggen en zijn gezicht vertrok van de pijn, wist iedereen genoeg: dit was serieus. Niet veel later bevestigde de medische staf de diagnose – een gebroken heup. Zijn Cape Epic was voorbij.
Je zou denken dat het een incident is dat verder weinig invloed heeft op ons team, maar zo werkt het niet. In deze wereld ken je elkaar. Je komt elkaar jaar na jaar tegen bij verschillende races, je deelt dezelfde passie, dezelfde ontberingen. Zo’n ongeluk drukt je met de neus op de feiten: hoe snel alles kan veranderen. Opeens had hij geen maat meer. Geen wiel om mee af te wisselen, geen woorden van steun op de moeilijke momenten. Een duo wordt niet zomaar samengesteld; je kent elkaars tempo, sterke en zwakke punten, hoe je elkaar door moeilijke momenten sleept. En nu moest hij in zijn eentje verder.
Als soigneur ben je meer dan alleen de handen die spieren losmaken. Je bent ook degene die de mentale kant opvangt. Ook al is het niet ‘jouw’ team, je informeert toch bij de overgebleven rijder hoe de dag hem is vergaan. Niet alleen een rijder zijn spieren, maar ook zijn hoofd moet heel blijven.
Vooraf was afgesproken dat ik de sportmassage zou verzorgen voor het duo waarin Leander rijdt. Logisch, zou je denken, want je kent de verhalen, je kent de perikelen, blessures, voorkeuren. Maar plots bleek dat de trainer van de Duitse renner een andere sportmasseur te hebben geregeld. Niet in de koele, schone ruimte waar ik mijn werk deed, maar buiten in de brandende hitte.



De vreemde keuze, de moordende hitte en de schok
Wie doet zoiets? Een rijder, na een slopende dag, neerleggen in de open lucht, zelfs zonder enige zekerheid over de kwalificaties van de masseur? Ik begreep het niet, maar ik hield mijn mond. Soms moet je je plek kennen, ook als je hoofd schreeuwt dat het fout is. Mijn prioriteit bleef de rijders helpen die wél bij mij kwamen.
De 3e wedstrijddag werd een nachtmerrie. De hitte was genadeloos. Bij de start was het al ruim boven de 30 graden en in de loop van de middag tikte de temperatuur bijna de 50 aan. Water verdampte nog voor het kon verfrissen. Renners kwamen binnen met holle blikken, ogen verstopt achter stof en zoutresten van opgedroogd zweet. Halverwege de middag werd de etappe ingekort voor de rijders die nog op de route zaten. Ons duo was gelukkig al binnen, mijn rijder was al gemasseerd, gekoeld en naar bed gestuurd om bij te komen. Maar in mijn hoofd waren de andere rijders nog steeds onderweg. Je weet dat niet iedereen op tijd binnen zal zijn. Je weet dat het mis kan gaan.
En dat ging het ook.
Afgelopen maandag kwam het bericht binnen: 1 van de rijders die die dag in de hitte had gevochten, was overleden aan een hitteberoerte. Ik kende hem. Niet alleen van deze race, maar ook van de Crocodile Trophy in Australië. Een doorgewinterde atleet, iemand die wist hoe hij met extreme omstandigheden moest omgaan.
Op social media barstten de discussies los. Mensen die hem niet kenden, schreven dat hij onvoorbereid was, dat hij de risico’s niet serieus had genomen. Het deed pijn om te lezen. Dit was geen amateur. Dit was iemand die de sport serieus nam, die trainde, die wist wat hij deed. Ik wilde reageren. Vertellen dat hij geen roekeloze avonturier was, maar een echte atleet. Maar uiteindelijk bleef ik stil. Online discussies voeren nergens toe. De mensen die het echt begrijpen, hoeven geen uitleg.



De realiteit van een hitteberoerte
Een hitteberoerte is niets minder dan een sluipmoordenaar. Het begint met uitputting, duizeligheid, spierkrampen. Als je lichaamstemperatuur te hoog wordt en je niet snel genoeg afkoelt, kan het fataal zijn. Je organen beginnen uit te vallen, je hersenen raken oververhit. Zonder snelle en drastische maatregelen is er geen weg terug.
Voor mijn vertrek naar Zuid-Afrika had ik nog een scholing gevolgd, specifiek over hitteberoerte. Een bewuste keuze, juist omdat ik wist wat ons te wachten stond. Maar kennis en praktijk zijn 2 verschillende dingen. Toen ik daar stond, met het nieuws dat een rijder eraan was overleden, voelde die scholing ineens beangstigend tastbaar. Theorie was werkelijkheid geworden. Na de wedstrijd bleef de hitteberoerte door mijn hoofd spoken. Had iemand het kunnen voorkomen? Hadden ze sneller moeten ingrijpen? En belangrijker: hoe voorkomen we dat dit weer gebeurt?
De Cape Epic is een race die respect eist. Niet alleen van de rijders, maar ook van de teams, de soigneurs, de organisatie. Wij kunnen het verschil maken door niet alleen te masseren en te verzorgen, maar ook te waarschuwen, te signaleren en in te grijpen als het moet. Volgend jaar sta ik hier mogelijk weer. En ik zal nog scherper zijn, nog alerter. Want deze race is meedogenloos. En een massage alleen is niet genoeg om iemand overeind te houden.
