Koen Vekemans heeft al verschillende jaren op de teller als Sales Manager bij Bioracer. Zelf kreeg hij van Moeder Natuur ook een stevige portie wielertalent mee. Met de huidige kennis in het wielrennen wachtte hem wellicht een schitterende carrière, maar door overtraining kon hij zijn potentieel nooit volledig waarmaken. Toch haalt Vekemans met plezier herinneringen op aan een bijzondere vervlogen koers.


Veelwinnaar bij de jeugd
Koen Vekemans behoort tot 1 van die zeldzame wielertalenten waarvoor men de wielerwetten aanpast. Als jeugdrenner blonk hij in die mate uit dat hij versneld door de leeftijdscategorieën mocht stromen. “Op mijn 20e werd ik prof, terwijl de minimumleeftijd toen 22 jaar was, vertelt hij. “Ik won meer dan 200 koersen bij de jeugd, waardoor ik vroeger junior, belofte en prof mocht worden.”
Achteraf gezien bleek het een vergiftigd geschenk, want het lichaam van Vekemans werd bij de profs op vroege leeftijd te veel uitgerekt, waardoor hij zijn beloftes niet kon waarmaken. Wie zijn verhaal hoort, heeft haast spijt om zijn mooie wielermomenten die als prof niet mochten zijn.
Soms beïnvloeden onverwachte zaken iemands leven: een regeringswissel kostte Vekemans wellicht zijn wielercarrière. “Het 1e jaar bij Lotto ging het nog goed. Ik won toen 4 koersen en eindigde 30 keer bij de eerste 10”, blikt hij terug. “Toen moest Walter Godefroot echter wijken bij Lotto. Nadat een Waalse wissel plaats vond in de regering, kwam Jean-Luc Vandenbroucke in zijn plaats. Hij was niet de ideale sportdirecteur voor jonge renners. Godefroot bracht me stapsgewijs, onder Vandenbroucke kreeg ik meteen een volledig programma met alle klassiekers erin.”

Vroegtijdig einde
Vekemans benoemt alle symptomen van overtraining, als hij aangeeft dat hij zich zelfs bij de start van het volgende seizoen nog vermoeid voelde. Na 4 jaar Lotto kwam hij er terug door bij S.E.F.B.-Saxon-Gan, waar hij onder meer Andrei Tchmil als ploeggenoot trof. Vekemans had zijn buik ondertussen echter vol van de wielerwereld. Hij wijst ook op een andere reden waarom hij zijn carrière al op 24-jarige leeftijd beëindigde. “Er heerste toen crisis in het wielrennen, waardoor verschillende ploegen verdwenen. Ik kon wel tekenen voor een aantal ploegen in het kermiscircuit, maar dat wilde ik niet.”
Het vuur dat hem sinds kinds af dreef, was jammer genoeg gedoofd. Zijn huwelijk met de koers was nochtans voorbestemd: toen hij als jongetje meteen op een koersfiets stapte, sloeg hij ook op dat vlak de gewone stappen over. Vele jaren later blikt hij toch tevreden terug op zijn carrière. “Het was natuurlijk beter omgekeerd geweest, ik had beter 200 koersen bij de profs gewonnen en 10 bij de jeugd. Maar je moet vrede kunnen nemen met hoe het leven loopt. Ik ben toch trots op mijn vrij unieke prestaties als jeugdrenner.”
Zijn deelname aan de Vredeskoers in 1987 was wellicht de meest markante belevenis uit zijn wielercarrière. Hij reed er tussen ronkende namen als Piotr Ugrumov, Olaf Ludwig en Djamolidine Abduzhaparov. “Voor een 19-jarige was dat geen cadeau”, blaast hij. “Het was een zware koers van 15 dagen tussen die rijpe Oostblokkers die er hun eigen Tour de France reden.”

Vredeskoers
De organisatie van de koers verliep vlekkeloos, want de Vredeskoers fungeerde als communistisch uithangbord. “Overal stonden er mensen langs de kant. Zij kregen een dag vrij, zodat de wedstrijd als promotie kon dienen. De koers moet bij ons stoppen voor de trein, daar was het omgekeerd. Elke renner kreeg ook een persoonlijke jongen toegewezen, een soort persoonlijke soigneur voor en na de rit.”
Toch bleven de verschillen met de West-Europese cultuur niet onopgemerkt. “Hoe het leven daar nog was, dat was toch een cultuurshock. We gingen met 6 ploegmaats ’s avonds op stap. We bestelden elk een cola maar het café had er maar 3 in voorraad. Maar er waren nog grotere verschillen. De tussensprints bijvoorbeeld werden op leven en dood uitgevochten. Die mannen deden dat voor een set borden en bestek. 2 jaar later viel de muur en kwamen ze hier miljoenen verdienen. Dat moet een ongelooflijke klik geweest zijn.”
Het verhaal dat zijn ex-ploegmaat Andrei Tchmil hem vertelde, illustreert het mentaliteitsverschil nog beter. “In januari startten ze met 30 à 40 renners op trainingskamp in Rusland. Ze wisten niets. Niet hoelang het trainingskamp zou duren, niet hoelang de training op die dag zou duren. Na 1 maand schoten nog 8 renners over en was de selectie gemaakt. Je kan je hier niet voorstellen hoezeer propaganda daar destijds de sport overheerste.
