
Ook al is hij amper een 4-tal weken opnieuw aan het koersen, toch was licht ontgoocheld over z’n bronzen medaille op het BK Tijdrijden bij de Elite 2. Op Elias Van Breussegem gaf hij over 20,1 km 5 tellen toe. Kamiel Notebaert was over 20,1 km anderhalve seconde sneller dan de Antwerpenaar. Stiekem hoopt Van Gucht op zondag 27 juli 2025 in Rollegem het BK op de weg naar z’n hand te zetten.


UCI-zeges
Eind 2023 hield Sten Van Gucht, intussen 32, het voor bekeken. Een aantal jaren bij Franse clubteams brachten hem wel enkele succesjes op, maar het verhoopte profcontract bleef uit. “Ik zat al een tijdje in hetzelfde circuit”, blikt de man uit Puurs terug. “Omdat ik me iets beter voelde dan de rest werd het voor mij niet gemakkelijk. Enkele andere renners waren ook van mijn niveau. Vaak werd er naar mij gekeken. Omdat ik toch wat wedstrijden had gewonnen.”
In 2023 zette hij zelfs 3 UCI-koersen op z’n naam. Een etappe in de Tour de la Mirabelle, een rit in de Tour du Pays de Montbéliard en het algemeen eindklassement in deze 2.2-rittenkoers. “In het laatste jaar stonden wat meer profkoersen op onze kalender”, gaat Van Gucht verder. “Die 3 UCI-koersen won ik op een correcte manier, geen enkele zege heb ik gestolen. Dan hoop je natuurlijk op een contract. In de loop van mijn carrière had ik enkele contacten, maar het raakte nooit helemaal rond.”
In 2020 had hij een akkoord om prof te worden. “Met Pro Immo, de Franse amateurploeg met het meeste geld”, herinnert Van Gucht zich nog. “Alles was rond, maar toen kwam corona en viel het plan in het water. Af en toe had ik via de ploegleiding wat contacten, maar het werd telkens niets.”



Voltijds mecanicien
Terwijl hij enkele ploegmaats zag doorstromen naar het proconti- of zelfs WorldTour-niveau. “Onder meer Nicolas Prodhomme, recent winnaar van een etappe in de Giro”, verduidelijkt Van Gucht. “Andere mannen die de stap konden zetten, zijn Alexandre Delettre, Eddy Finé, Martin Tjotta en Louis Rouland. En ik vergeet er zonder twijfel nog enkele. Ik had de indruk dat naarmate het niveau hoger werd, het beter was voor mij. Maar de kans kwam niet. En vooral: ik wilde geen prof zijn om ooit te kunnen zeggen dat ik het geweest ben. Dus ben ik maar gewoon gestopt.”
Hij begon voltijds te werken in een fietsenwinkel. “Ik ben wel blijven fietsen, maar op training deed ik natuurlijk geen blokjes”, gaat Van Gucht verder. “Vorig jaar heb ik op vakantie met mijn Franse ploeg 1 koers gereden. Zonder specifieke training. Eigenlijk betwistte ik 1 jaar en 8 maanden geen competitie. Circa 4 weken geleden ben ik weer beginnen koersen. Vooral in functie van dit Belgisch kampioenschap Tijdrijden.”
Bij zijn wederoptreden, nog steeds bij de club uit Bourg-en-Bresse, streed hij in het regionale circuit meteen mee om winst. “6 koersen gereden en geen enkele keer ging ik uit de top 7”, glundert Van Gucht. “Met dit BK Tijdrijden ben ik al iets langer bezig. In zo’n kampioenschap telt enkel de trui. Dat ik op Elias Van Breussegem maar een paar seconden tekort kom, is toch wat teleurstellend.”



Aanstekelijk weer
Van Gucht probeerde de week in functie van dit BK tegen de klok in te delen. “In Nederland reed ik eens op zondagochtend een tijdrit”, vertelt de man uit Puurs. “Nadat ik zowel op vrijdag als zaterdag in de fietsenwinkel heel wat uren geklopt had. Als mecanicien is dat uiteraard voortdurend rechtstaand. In die tijdrit miste ik wat frisheid. Daar hield ik deze week rekening mee. Woensdag heb ik niet gewerkt, donderdag wel. Dat extra dagje rust heeft me zeker geholpen.”
Blijkbaar heeft de renner van Bourg-en-Bresse Ain Cyclisme – de aansluiting bij de Franse club noemt hij een vriendendienst – nieuwe motivatie gevonden. “Eigenlijk was ik niet van plan zoveel te koersen”, beweert Van Gucht. “Het weer is de laatste weken zodanig goed, dat werkt aanstekelijk. Omdat ik voor mijn vroegere Franse club rijd, moet ik wel altijd een aanvraag doen. Dat is een beetje vervelend.”
De aanvraag voor een selectie voor het BK is ingediend. Hij hoopt eind juli 2025 in Rollegem een gooi te doen naar de Belgische wegtitel bij de Elite 2. “Dat het in de wegkoersen meteen goed ging, was verrassend”, geeft hij toe. “Het kostte mij niet zo veel moeite om er vooraan telkens bij te zijn. Een beetje koersritme, dat ontbreekt nog. De opeenstapeling van inspanningen moet ik nog beter onder de knie krijgen. Vooral het steeds weer optrekken na bochten. Niet vergeten dat ik dat draaien en keren in al die Franse jaren toch wat verleerd was.”

