
Zonder verwachtingen, maar met bakken goesting en toch ook wel een stevige portie zenuwen stond Jana Seyen zaterdag 28 juni om 6u30 aan de start van La Cannibale. Klaar voor een rit van 220 km en meer dan 5.000 hoogtemeters over de Mont Ventoux en omliggende cols. Nooit had ze luidop durven dromen dat ze die dag als 1e vrouw over de finish zou rijden.


Vlaamse Wielerschool
La Cannibale is een wielerevenement dat ontstaan is als eerbetoon aan Eddy Merckx. Deelnemen kan met een racefiets, handbike of al wandelend/lopend. Jana Seyen uit Voortkapel schreef zich in voor de rit van 220 km met 5.250 hoogtemeters. Inclusief:
- Mont Ventoux (Malaucène), 21,2 km – 7,5% – 1552 hm – 12% max.
- Col d’Aulan, 8 km – 3,1% – 245 hm – 6,0% max.
- Col de Perty, 10,8 km – 5,3% – 573 hm – 9,3% max.
- Col St. Jean, 5,4 km – 6,1% – 329 hm – 10,7% max.
- Col de l’Homme Mort, 12,3 km – 3,5% – 430 hm – 7,0% max.
- Gorges de la Nesque, 3,8 km – 2,5% – 95 hm – 5,3% max.
- Mont Ventoux (Bédoin – Ste Colombe), 18,2 km – 7,9% -1437 hm – 12,2% max.
“Op woensdagnamiddag kwamen we aan in onze B&B in Malaucène”, vertelt ze. “Dat gaf ons nog een paar dagen de tijd om gewoon te worden aan de warmte en korte ritjes om los te rijden. Op vrijdag werd Village Cannibale opgebouwd door de organisatie. Daar konden we onze startnummers en gepersonaliseerde truitjes ophalen, en een laatste bike check laten uitvoeren door de Vlaamse Wielerschool.”
“Terug in de B&B wilde ik een overzicht maken van de bevoorradingspunten (wanneer ik wat zou moeten eten en drinken) en van de tijdslots, want er zijn natuurlijk tijdslimieten. En toen werd ik toch een tikkeltje onzeker. Want om 14u30 zou ik ten laatste in Sault moeten passeren, anders moest ik verplicht een kortere rit rijden. Als alles goed zou lopen én op goede benen zou kunnen rekenen, dan zou ik daar om 13u30 pas passeren. Ik had dus maar 1 uur marge. Stress!”
De dag begon al vroeg, want om 4u30 ging de wekker van de Kempense. “De voorgaande dagen waren we elke dag om 5u opgestaan om een beetje gewend te geraken aan functioneren én ontbijten op dat uur. Want natuurlijk moet je goed op tijd beginnen eten en dat is niet zo evident om 4u30 ’s ochtends. Om 6u30 vertrokken we met een groepsstart – 150, 190 of 220 km – tegelijk vanuit Malaucène.



De bevoorrading die alles veranderde
De openingsklim was na 5 minuten al daar. Meteen de Mont Ventoux op via Malaucène. De zon scheen al en de aankomende warmte was al duidelijk voelbaar. “Maar mijn benen, die voelden verrassend goed, ondanks de stress van de dagen ervoor”, bekent Seyen. “En mentaal zat het ook helemaal goed: ik had er zin in!”
Aan het 2e bevoorradingspunt, na de afdaling naar Sault, kreeg ze plots het volgende te horen: “Wauw, je bent de 1e vrouw die hier passeert. Nu al.” “Het besef dat ik bij de vrouwen op kop reed, gaf een gigantische boost. Bij elk volgend bevoorradingspunt werd deze boodschap bevestigd, ik was niet meer ingelopen. En hoewel mijn enige doel bij de start gewoon uitrijden was, veranderde mijn mindset op dat moment. Dit kon ik niet meer loslaten. Ik moest en zou blijven doorzetten.”
Na de afdaling naar Sault volgden enkele pittige en vooral bloedhete beklimmingen: Col d’Aulan, Col de Perty, Col Saint-Jean en Col de l’Homme Mort. “Mijn grootste zorg was nog steeds op tijd terug in Sault te zijn. Als ik daar pas na 14u30 zou aankomen, moest ik verplicht de 190 km-route nemen. Maar ik haalde het! Wat volgde was een adembenemend stuk door de Gorges de la Nesque. Gelukkig zonder al te veel verkeer, want het was snikheet dus er waren ook niet veel auto’s op de baan.”



Rollercoaster van emoties
De zwaarste kilometers van haar leven diende zich aan voor Jana Seyen. “Zo zou ik de slotklim vanuit Ste Colombe (Bédoin) naar de top van de Mont Ventoux beschrijven, ja”, grijnst ze. “Ik zag wielrenners die uitgeteld in de berm zaten. De geur van verbrand asfalt. Mijn ogen? Die durfde ik amper even te sluiten uit angst om gewoon neer te vallen. Die laatste 21 km, dat was een rollercoaster van emoties. Want ik was er nog steeds steevast van overtuigd dat ik echt niet meer kon opgeven deze laatste kilometers.”
Na een korte verfrissing onder de tuinslang en wat laatste eten en drinken aan Chalet Reynard, zette ze door naar de iconische top. “Na de afdaling terug naar Malaucène kwam ik aan de finish. Sprakeloos en stikkapot reed ik over de streep, gevolgd door een daverend applaus. De sfeer onder de deelnemers en vrijwilligers was geweldig. Iedereen had hetzelfde doel: genieten, afzien en elkaar een beetje helpen. Ik was trots, dankbaar, en vooral: ontzettend blij dat ik was blijven vechten tot het einde.”
La Cannibale bleek niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een mentale overwinning. “Ik heb ontdekt dat ik véél meer kan dan ik zelf geloofde. Wat een prachtige herinnering!”
