
Wielertoeristen die een jaartje of een kilootje te veel hebben maar toch graag in de bergen fietsen, vinden hun gading eerder in het zogenaamde middengebergte. De Vogezen, het Zwarte Woud of het Centraal Massief, denken we dan spontaan. Maar in de omgeving van de bovenloop van de Ardèche – een streek die heel wat toeristische troeven heeft – vind je een pak cols op een zakdoek. Wij wilden eens gek doen en stippelden een route uit met daarin 10 cols. Bleek dat we er onverwacht nog eentje gratis bovenop kregen.


Vertrek in Balazuc
We vertrekken in Balazuc, 1 van de vele pittoreske dorpjes die intussen geheel zijn ingenomen door kunstenaars, horeca, klungelaars en toeristen. Balazuc ligt iets ten zuiden van Aubenas, zowat de hoofdstad van de Ardèche-streek. We steken de rivier over, draaien links en moeten meteen kleiner schakelen want de weg loopt zo’n 6% op. Na een 2-tal km klimmen in 2 trapjes bereiken we een verdord plateau waar een bord ons vertelt dat we zonet de Col de la Grange, 213 meter, hebben gerond. Dat verrast ons, want die vonden we nergens op de kaart terug.
We dalen af naar de D104, gaan links, fietsen voorbij Uzer tot we rechts de D5 naar Largentière kunnen volgen. We fietsen door het dal van de Ligne, die we stroomopwaarts volgen. Wat dus betekent dat de weg licht omhoog gaat. We genieten van het zicht op het Kasteel van Montréal, dat we links voor ons op een bergtop zien. We peddelen fluitend voorbij de Middeleeuwse toegangspoort van Largentière. Dat moeten we later eens bezoeken!
Na goed 10 km maakt de D5 een scherpe linkse bocht. De start van de Col du Suchet. Die is amper 3,1 km lang en telt slechts 178 hoogtemeters, maar heeft na 500 meter een venijnige knik van 10%. Even op de trappers lopen, maar de adem toch controleren en zeker niet in het rood gaan. Want er wacht ons nog een pak hoogtemeters!
Eens de top bereikt, volgt een lichte afdaling van een 3-tal km, waarna het weer licht omhoog gaat: bijna onmerkbaar zijn we aan de Col de la Croix de Rocles begonnen. Veel stelt die niet voor: 1,8 km lang aan 4,4% gemiddeld en de top op 476 meter…. Er zijn Ardennenhellingen die zwaarder zijn.



Col de Meyrand
Intussen zijn we wel opgewarmd voor het échte werk: een groen bord aan de rechterkant van de weg kondigt de Col de Meyrand aan: 22,4 km lang, 1.032 meter hoogteverschil, gemiddeld 4,6% met een maximum van 7%. Schrikbarend is dat niet, ware het niet dat we de col opfietsen tijdens een hittegolf. Om die reden waren we ’s ochtends heel vroeg vertrokken. En de eerste kilometers, tot Valgorge, krijgen we nog beschutting van overhangende bomen. Maar eens dat stadje door, verandert het landschap: de weg van ruw asfalt slingert door verdorde weiden en ‘wastines’, ongecultiveerde gronden waarop enkel wat struikgewas groeit.
Een paar haarspeldbochten maken dat we naar beneden in de vallei kunnen terugkijken van waar we komen en de reeds binnengehaalde hoogtemeters ook kunnen visualiseren. Linksboven voor ons zien we de kim van wat we eerst vermoeden dat het de bergpas is. Maar een uur later zullen we daar moeten constateren dat dat maar een tussenstation is, de ‘Col de Loubaresse’. De top van de Meyrand ligt nog 200 meter hoger! Een ringslang haast zich van de weg. Een zwarte wouw, een bij ons heel zeldzaam maar hier frequent voorkomende roofvogel, zeilt op thermiek met ons mee.



Valgorge
Intussen begint de col toch zijn tol te eisen: 22,4 km is toch een eind en samen met het voorgeborchte van daarnet zitten we stilaan toch al aan 1.500 hoogtemeters. Bovendien beginnen we intussen te begrijpen dat er na Valgorge geen gelegenheid meer is om onze drinkbus aan te vullen. We moeten dus willens nillens rantsoeneren en af en toe een klein nipje van onze bidon nemen. Onze snelheid daalt naar minder dan 15 km/u, wat betekent dat we over deze col een kleine 2 uur zullen doen. Pfff, dat zal ons leren, meewarig te doen over het ‘middengebergte’.
Gelukkig geven de groene bordjes met info over de col ons enigszins moed: de volgende kilometer aan 6,3%, dat lukt wel. En via die bordjes kunnen we aftellen hoeveel kilometer het nog naar de top is. Als we aan het bord ‘Col de Loubaresse’ passeren, begint de finale. De klim gaat nu richting 7% en al is dat op zich niet zo indrukwekkend, het sloopwerk van het voorbije uur heeft ons krachtenreservoir al flink uitgeput. We schakelen terug en richten de blik op wat komen moet. De zon brandt wel en er is geen vlekje schaduw. Maar gelukkig is het op deze hoogte 10 graden frisser dan beneden, al is 25° nog steeds voldoende om het zweet als een waterval van ons gezicht te laten stromen.
De laatste 3 km lijken echter oneindig lang te duren, maar dat is omdat het km-bordje ontbreekt. Als we rechts voor ons een soort van houten staketsel zien, aangeduid als ‘point de vue’ weten we ons in de laatste kilometer. Die is nog best lastig, maar een paard dat de stal heeft geroken kan net iets harder lopen. Boven, op 1.371 meter, genieten we even van het fenomenale zicht op de lager gelegen valleien.



Col du Pendu, gemene puist!
Lang nagenieten kunnen we niet. We dalen af in noordelijke richting tot we het T-kruispunt met de D19 bereiken. We gaan even rechts, want 2,5 km verder ligt de top van de Col de la Croix Bauzon en het zou zonde zijn om die trofee te laten liggen. Let wel, de laatste anderhalve km van die klim kent stukken tot 10% en doet toch nog pijn. Snel even een foto nemen bij het bord op de top op 1.308 meter en dan maken we rechtsomkeer in westelijke richting. Tijd om ons laatste gelletje aan te spreken. We rijden het kruispunt voorbij, waar we daarstraks rechts reden, en blijven op de D19.
Waar we een bord ‘Col du Bez – Alt 1229’ zien, moeten we scherp rechts. De Col du Pendu begint meteen en ook al is die maar 3 km lang, het is een gemene puist! Met een gemiddelde van 6,7% lijkt dat goed mee te vallen. Maar in de 1e haarspeldbocht stijgt het 8% en kort voor de top wordt dat zelfs 15%. We peppen onszelf op want weten het einde stilaan nabij. We hijgen even na op de top van de Pendu, met zijn 1.428 meter de hoogste top die we vandaag ronden. We dalen een stukje af maar tot onze ontgoocheling moeten we snel weer aan de bak om naar een plateau te klimmen. Dit doet extra pijn: een klim zonder naam, dat hadden we niet zien aankomen. We schakelen terug en onze snelheid wordt met 1 cijfer uitgedrukt: het is bijna op!

Boutazon
Maar ook deze beproeving weten we te overwinnen. We dalen af en komen aan de Col de la Chavade, die van deze zijde eigenlijk gewoon in de afdaling ligt. Zo is het makkelijk om een col op je conto te schrijven. We willen echter niet in mineur eindigen, steken de N102 over om scherp rechts de laatste col van de dag te beginnen: de Col du Cros de Boutazon, waarvan we de top 3 km verder ligt. Die lopen gemiddeld aan 5% en wetende dat we in volle finale zitten, gaan we nog 1 keer diep en sprinten op volle kracht naar de top.
2.200 hoogtemeters rijker op een rit van 85 km. Met een trots gevoel dalen we terug af naar de Chavade, waar we ons neerploffen op een terras om er een halve liter weg te zetten.
