
Onlangs brachten we een routebeschrijving van een rit waarin we probeerden om in 85 km liefst 11 cols in het Franse Ardèche-middengebergte te combineren. Maar wie in de streek op vakantie is, kunnen we ook dit rondje als opwarmertje aanraden.


Startpunt Vals-les-Bains
Als startpunt kiezen we Vals-les-Bains, een stadje op zo’n 10 km ten noorden van Aubenas, de grootste stad uit de Ardêche-streek. De stad is een voormalig kuuroord en dat zie je aan de grandeur van de wat bombastisch aandoende gebouwen, een casino, een schouwburg,… en een groot park. In dat park bevindt zich een ‘source intermittente’, een bron die af en toe opborrelt en dan weer stilvalt. De plek is gezegend met meerdere mineraalrijke bronnen waarvan er sommige worden geëxploiteerd en onder de plaatsnaam ‘Vals’ op de markt worden gebracht. Maar wij hebben onze bidon gevuld met niet-bruisend water, aangelengd met isotoon poeder, want we gaan een paar cols aan onze scalpengordel rijgen.
We nemen de D578 en rijden noordwaarts het ontwakende stadje uit. De weg volgt de Volane-rivier stroomopwaarts, wat dus wil zeggen dat die licht – amper 2% – omhoog loopt. Een vrachtwagen gevuld met flesjes Vals-bronwater dendert ons voorbij, dit stuk is redelijk druk. We maken in ons hoofd de woordspeling dat dit ‘Vals-plat’ is, met hoofdletter. Maar na een 3-tal km mogen we links de D243 inslaan richting Juvinas, we vinden de rust waar we naar op zoek waren. Dit is de start van de 1e klim. Nauwelijks gestoord door gemotoriseerd verkeer volgen we de licht kronkelende asfaltbaan die zich soms rechts, soms links van ‘La Besorgues’ bevindt, een idyllisch kabbelend bergbeekje.
De klim verloopt in trapjes. Iets steilere stukken van 6% wisselen zich af met lichtlopende delen van 3%. Ideaal om af en toe een slok te drinken, maar vooral te genieten van de omgeving. Die is merkelijk véél groener dan de benedenloop van de Ardèche, die fel te lijden heeft onder de zomerse droogte en hitte. We bereiken ter hoogte van Moulin Lacoste een splitsing waar wij rechts richting Aizac nemen. We duiken even naar beneden, draaien rechts een bruggetje over die Besorgues over en moeten meteen terugschakelen. Hier begint de Col d’Ayzac, al zou je evengoed kunnen stellen dat we eigenlijk al 10 km aan het klimmen zijn.




Col de Moucheyres
Vanaf het bruggetje is dit colletje slechts 3,5 km, maar er zitten enkele nijdige stukken tussen die er ons voor hoeden om overmoedig te worden. We spelen met onze versnellingen, want de klim is erg onregelmatig: soms 3, dan weer 8 tot zelfs 11% net voor de top. Die top ligt in het dorpje Aizac en tot onze grote ontgoocheling wacht ons niet de mentale beloning van een bord met de naam van de col. Die vind je enkel op de kaart terug. Wat jammer, want nu hebben we niet echt het gevoel dat we de top bereikt hebben.
Soit, in het dorp gaan we links richting Labastide via de D254. Dit vrij smalle weggetje is in slechte staat en kent enkele verraderlijke bochten waar je weinig overzicht hebt. Voorzichtig zijn is dus de boodschap. We houden de handen aan de remmen en dalen af om weer uit te komen bij de Besorgues, de rivier die we daarstraks hadden achtergelaten. We slaan rechts in op de D243 en merken langs de rechterkant van de weg meteen een groen bord op dat de voet van de Col de Moucheyres aankondigt. 858 meter hoog, 4,7 km lang, gemiddelde stijgingsgraad 4,2%, maximale stijging 6%.
Niks om schrik van te hebben, van zo’n cols leggen we er elke ochtend 3 tussen onze boterham! Na dat enigszins misprijzen, zullen we gaandeweg deze col toch beginnen appreciëren: de slingerende weg is in behoorlijke staat en voelt echt wel aan als een heuse col. De hitte slaat intussen ook meer en meer toe en dus puffen we meer dan wat we vooraf hadden ingeschat. De groene infoborden geven ons elke km aan wat we de volgende km mogen verwachten. Dat helpt om goed te doseren. En boven op de top krijgen we een prachtig zicht op de omgeving. Ons zweet trekt helaas meteen vliegen en ander ongein aan en dus haasten we ons – na de obligate foto bij het ‘colbordje’ – om de afdaling aan te vatten.




Col du Juvinas
Ook deze afdaling is niet vrij van gevaar, door het verweerde wegdek. Snelheidsrecords gaan we vandaag dus maar beter niet breken. Met oververhitte remschijven bereiken we Burzet, waar we links gaan en de D26 verder afdalen. We naderen Saint-Pierre-de-Colombier. Wil je proviand of extra drank inslaan, dan is dit het moment want het is de enige plek waar we een winkel tegenkomen. In dit dorp slaan we terug links de D343 in richting Juvinas en verleggen onze ketting want we zijn begonnen aan de Col du Juvinas. Die is 5,5 km lang en helt gemiddeld 5,8% om finaal een top van ‘slechts’ 715 meter te halen. Dat is de laagste top van onze rit, maar toch de zwaarste beklimming die we doen.
Dat kan mede ingegeven zijn door de hitte die steeds ongenadiger op ons hoofd neerdaalt. Het zweet loopt in beekjes van ons gezicht, ons truitje is intussen kletsnat. Na een eerder gemoedelijke aanloop toont de klim na 2 km dat het een echte ‘col’ wil zijn: de weg slingert met 6 haarspeldbochten tussen de velden tot en voorbij het gehucht – dat willen we een West-Vlaming horen uitspreken! – Libonès. Een zwarte wouw cirkelt boven ons hoofd alsof hij er van uitgaat dat wij straks een lekker kadaver zullen worden. Maar met een maximaal stijgingspercentage van 7% gaan we het dier zijn maal nog even uitstellen. Op goed 2 km van de top zien we al heel duidelijk waar de weg de pas overgaat. Dat geeft ons een mikpunt! Net voor de top bevindt zich nog een ultieme haarspeldbocht. Dansend op de trappers ronden we de top met een bevredigend gevoel en krijgen een schitterende panorama als beloning.
Even een laatste slok en dan pijlsnel naar beneden. De afdaling ligt er namelijk goed bij, maar we raden aan om in het dorp Juvinas even te vertragen omwille van de veiligheid maar ook om het mooie kerkje te bekijken. Een paar km lager bereiken we de D243, waar we rechts gaan om weer verder te dalen richting Vals. Inderdaad, dit stuk deden we daarnet in omgekeerde richting. We kennen dus de weg, kunnen de bochten al wat beter inschatten en dus de teugels (remmen) wat meer laten vieren. Na precies 50 km staan we terug in Vals-les-Bains, 3 colletjes en 935 hoogtemeters rijker.
Download GPX WielerVerhaal Fietsroute Ardèche!

