
Na jaren van blessureleed en een succesvolle atletiekcarrière maakte Annelies Nijssen uit Bilzen een opvallende overstap naar het wielrennen. Met haar contract bij de nieuwe fusieploeg Lotto Intermarché zet de 23-jarige Limburgse vol overtuiging in op een toekomst in het peloton. En ze durft ook te dromen.


Belco-Van Eyck
Annelies Nijssen was jarenlang een vaste waarde in de Belgische atletiekwereld. Ze specialiseerde zich in de middellange afstanden en pakte zelfs brons op het Belgisch kampioenschap. Maar de voorbije 3 tot 4 jaar kreeg ze aanhoudend te kampen met blessures. Een opeenstapeling van fysieke tegenslagen, met onder meer botproblemen en langdurige revalidaties, maakte het steeds moeilijker om haar loopprogramma vol te houden.
Om toch haar conditie te onderhouden, kroop Nijssen steeds vaker op de fiets. Aanvankelijk zonder grote ambities, puur als alternatief voor het lopen. De echte klik kwam na een blessure die haar indoorseizoen volledig in de war stuurde. Ook het zomerseizoen dreigde verloren te gaan. Het plan werd aangepast: een voorjaar op de fiets, gevolgd door een terugkeer naar het lopen. Alleen bleek die terugkeer er nooit te komen. Fietsen ging goed, gaf haar geen pijn en misschien nog belangrijker: ze kreeg er steeds meer plezier in. Na haar 1e koers al was het duidelijk dat er potentieel zit in dit nieuwe avontuur. “Ik amuseer me”, vertelt ze op de ploegvoorstelling in Temse.
De Belgische wielerwereld maakte echt kennis met Nijssen tijdens het BK 2025 in Binche, waar ze in het shirt van Belco-Van Eyck meteen indruk maakte. De prestaties bleven niet onopgemerkt en al snel volgde interesse van verschillende ploegen. Toch was de keuze voor Lotto Intermarché snel gemaakt. “Ik had direct een goed gevoel”, vertelt ze. “Het draait er voor mij om dat ik me goed voel en dezelfde visie kan delen met de ploeg.”


Binche 2025
Het wielrennen betekent een compleet andere dynamiek dan het atletiek. Waar lopen een individuele sport is waarin de sterkste meestal wint, draait het in het peloton om positionering, techniek en samenwerking. Dat besef kwam snel. Fysiek kon Nijssen meteen goed mee, maar ze merkte dat kracht alleen niet volstaat. “Hard fietsen kunnen er velen, maar door een peloton rijden is nog geheel iets anders”, beseft ze.
Daarom investeerde ze bewust in haar technische ontwikkeling. Trainingssessies op afgesloten circuits, mountainbikelessen zelfs samen met kinderen en pistetrainingen in Zolder maakten deel uit van haar leertraject. Zo kreeg ze de basis onder de knie: sturen, anticiperen, omgaan met chaos. Valpartijen horen daarbij, weet ze. Ze laat zich er niet door afschrikken en beseft dat leren tijd kost.
Lotto Intermarché ziet in Annelies Nijssen een renster met groeimarge. Ze stelt geen hoge verwachtingen voor 2026, zeker niet in het begin van het seizoen. De focus ligt op ervaring opdoen, groeien in het peloton en stap voor stap slimmer leren koersen.
Hoewel Nijssen nog maar kort in het peloton rijdt, weet ze al wat haar ligt. Ze houdt van zware koersen, van afzien onderweg. Heuvelachtige wedstrijden spreken haar aan, net als parcoursen waar het tempo hoog ligt en het constant pijn doet. Die mentaliteit nam ze mee uit het atletiek, waar 800 meter lopen neerkomt op gecontroleerd lijden van start tot finish.


Grote Ronde
Tegelijk blijft ze realistisch. Ze wil eerst ontdekken wat voor type renster ze precies is. In ontsnappingen duiken of vooraan meedraaien vraagt niet alleen goeie benen, maar ook inzicht. “Als je niet weet wat je moet doen, ben je energie aan het verspillen”, benadrukt ze. Net daarin wil ze groeien.
Naast het wielrennen blijft Nijssen zich ook intellectueel ontwikkelen. Ze rondde een studie Chemie af en volgt nu Voeding en Dieetkunde via afstandsonderwijs. Ze combineert haar studies flexibel met de sport en geeft zichzelf de tijd. Hoe lang ze zichzelf de kans geeft in het wielrennen? Dat laat ze open. Zolang ze plezier heeft en vooruitgang boekt, ziet ze geen reden om limieten te bepalen. Over 5 jaar droomt ze, net als veel rensters, van deelname aan een Grote Ronde. “Maar ergens een vast eindpunt leggen, dat ga ik niet doen”, besluit ze. “Hard werken en plezier maken, dan volgen de juiste keuzes vanzelf.”
