
De naam van het kleine dorpje Vresse doet bij vele wielervolgers een belletje rinkelen. De voorbije 10 jaar groeide het uit tot het mekka van het wielrennen in de Ardennen. Met dank aan de vele klimkoersen die er worden georganiseerd. Bezieler van dat alles is een uit Aalst uitgeweken en in Vresse neergestreken ex-renner, Gino Verhasselt.


Wielermekka
Vresse is 1 van de mooiste dorpjes van de Semoisvallei, een regio in het uiterste zuiden van België met tal van toeristische trekpleisters. Het middeleeuwse kasteel van kruisvaarder Godfried van Bouillon, de prachtige meander ‘Le Tombeau du Géant’ in Frahan, het dierenpark van het pittoreske Rochehaut,….
Maar hoe Vresse uitgroeide tot de hoofdstad van het wielrennen in de Ardennen, dat is een apart verhaal. “Ik ben hier een beetje als bij toeval terecht gekomen”, vertelt de nu 63-jarige Gino Verhasselt. “Ik werkte voor een bank en kreeg de kans om via een ‘uitstapplan’ vroegtijdig met pensioen te gaan. We zochten een plekje in een rustige omgeving, ergens in de Ardennen.
We kwamen in Bohan terecht, een deelgemeente van Vresse. Ik deed toen al een tijdje Radio Tour bij Belgian Cycling en de bond polste me om in Vresse klimkoersen te gaan organiseren. Er was en is een klimkoers in Herbeumont, ook al aan de Semois gelegen, maar er was zeker nood aan nog zo’n organisaties. De koers heeft me nooit losgelaten en vice versa. En dus ging ik aan de slag.”
Gino Verhasselt was eind jaren ’70 tot midden jaren ’80 een steengoed renner bij de jeugd. “In 1986 – ik was toen 24 jaar – werd ik op training onderuit gereden en bij dat ongeval brak ik mijn ruggengraat”, vertelt hij. “Dat maakte een einde aan mijn wielercarrière. Maar eens je gebeten bent door de wielermicrobe, laat die je niet meer los.”


Tour de la Semois
“Vresse leent zich uitstekend tot het inrichten van klimkoersen. Je kan er een prachtig parcours uittekenen over rustige maar toch brede asfaltwegen. Telkens als je de vallei van de Semois verlaat, klim je in zo’n 4 km naar boven op het plateau. Je vindt er tal van beklimmingen die niet al te steil zijn – 5 tot 7 % – maar waar ook de beste renners een kwartiertje mee zoet zijn. Zo kan je van een koers een langzame uitputtingsslag maken. Een korter steil klimmetje kan dan de scherprechter in de finale worden. En ook dat vind je hier in overvloed. Het resultaat is dan ook dat onze wedstrijden geen toevallige of onverdiende winnaars hebben. Sla er de erelijst maar op na, het zijn allemaal toppers geworden.”
Om zijn gelijk te bewijzen, geeft hij het meest spraakmakende voorbeeld. “In 2018 organiseerden we het BK Tijdrijden. Remco Evenepoel won bij de junioren en reed die dag sneller dan de beloften die na hem kwamen. Bij de nieuwelingen won ene Alec Segaert.… Maar ook in de andere wedstrijden die we hier in het verleden hebben opgezet wonnen renners of rensters die later uitgroeiden tot de toppers van hun generatie.”
Inderdaad, Verhasselt is een bezige bij. Jaarlijks zet hij meerdere organisaties op poten. En daar wordt door de wielerwereld dan telkens met veel lof over gesproken. Zo betreurt iedereen in het vrouwenwielrennen dat de Tour de la Semois vorig jaar 2025 niet doorging. In 2024 werd die nog – voor het 2e jaar op rij – gewonnen door Karlijn Swinkels, voor Thalita de Jong en Maeva Squiban, intussen ook grote namen. “We zijn eigenlijk maar met 2 om die wedstrijden op te zetten en dat is voor een rittenkoers toch héél veel werk”, grijnst Verhasselt. “Misschien komt in de toekomst de goesting terug om nog eens zo’n ronde op te zetten. Of maken we er een eendagswedstrijd van.”


Women Cycling Series
“We hebben sinds 2017 jaarlijks klimkoersen voor de jeugd opgezet”, duidt de voormalig Aalstenaar. “Dit jaar 2026 ziet het programma er als volgt uit: op 7 juli is het koers voor meisjes U17 en U19, daags nadien mogen de mannen U23 en de vrouwen elite vol aan de bak. Die laatste wedstrijd maakt deel uit van het regelmatigheidscriterium Women Cycling Series. Dat is voor ons wel een nieuwigheid.”
“We zijn bijna een vol jaar bezig met de organisatie van zo’n wedstrijd. Het is ook niet evident om telkens het budget rond te krijgen. We moeten het grotendeels doen met lokale sponsors, vooral uit toeristische sector. We hebben dan nog het geluk dat nogal wat horecazaken hier door koersminnende Vlamingen worden uitgebaat. En ook de gemeente geeft een pak welgekomen steun, ook infrastructureel. De gemeenten hier, en het Waals Gewest, doen trouwens steeds meer inspanningen om het fietstoerisme te promoten.”
Zo is er de ontwikkeling van de fietssnelwegen, de gekende RAVeL’s, een fietsknooppuntennetwerk dat enkele jaren geleden ontwikkeld werd. De gemeente Vresse heeft trouwens een subsidie gekregen voor de uitbouw van MTB-routes en bijhorende faciliteiten. Er is wel nog een gebrek aan fietsenwinkels of fietsverhuurpunten, maar eens de vraag toeneemt, zullen die hier als vanzelf wel komen.
Wanneer hij een gelukkige organisator is? “Vooral wanneer ik aan het eind van de dag kan zeggen dat we een mooie, spannende koers hebben gezien. Zonder zware valpartijen, met een mooie winnaar die later een bekende naam wordt”, besluit Verhasselt.
