De Belgische ploeg Révvi-EGS Group-Velopro haalde met Lidia Cusack een jong maar veelzijdig talent binnen. De Amerikaanse viert medio februari pas haar 19e verjaardag, terwijl ze in Denia op trainingskamp is met haar ploeg. Aangename kennismaking!


Leren koersen in Europa
Cusack is afkomstig van Washington DC. Ze woont in de zogenaamde suburbs, de zeer ruime buitenwijken van de Amerikaanse hoofdstad. Vader Cusack deed aan competitiewielrennen in de age groups, een soort van amateurkoersen in leeftijdsgroepen. Hij wakkerde zo het vuur bij zijn 3 kinderen aan. De oudste, zoon Nathan, komt dit jaar uit voor devo-team EF Education-Aevolo. Lidia timmert ook aan de weg naar de wielertop. “En ook mijn jongere zus wil gaan koersen”, vertelt ze.
Lidia Cusack begon wedstrijden te rijden als juniore en reed eerst wat Amerikaanse regionale koersen. Ze bleek al snel 1 van de besten van haar generatie. In 2024 werd ze Amerikaans kampioene Tijdrijden en 4 dagen later pakte ze ook brons in de wegrit. Datzelfde jaar stak ze de plas over om met de nationale selectie enkele rittenkoersen af te werken. Dat ging best goed:. In 1 van die rittenkoersen voor junioren, de Watersley Ladies Challenge, werd ze 4e in zowel het bergklassement als het puntenklassement.
Vorig jaar 2025 kwam ze wat meer in Europa koersen. Ze won de juniorenkoers in Budingen maar vooral ook de 1.1. Druivenkoers voor junioren, toch wel een lastige wedstrijd. “Ik was eigenlijk meteen aangenaam verrast van hoe de koers hier in Europa leeft”, vertelt ze. “In de States moet je uren reizen om aan een wedstrijd te kunnen deelnemen. In Europa zijn er heel wat wedstrijden op een spreekwoordelijke boogscheut van elkaar.” Alles is relatief natuurlijk: voor ons is een wedstrijd in het noorden van Spanje een heel eind, voor Amerikanen is dat een relatief kort tripje.


Girona
Dat blijkt ook uit de verblijfplaatsen die ze er hier in Europa op na houdt. Soms verblijft ze in het Amerikaanse rennerskwartier in Sittard, dan weer vliegt ze naar Girona waar ze me haar broer en een vriendin een flatje hebben. “Girona is echt de wielerhoofdstad van Europa aan het worden. Heel veel renners hebben er een flatje. Het is er een groot deel van het jaar aangenaam weer en je kunt er zowel vlakke ritten uitstippelen als echt in de bergen gaan.”
Het moet toch wat zijn voor een jonge vrouw om wekenlang in een totaal vreemd continent, ver weg van de familie, op avontuur te trekken. “Ja, van Washington naar Barcelona is 8 uur vliegen én een jetlag. En kost zowat 1.000 euro. Ik ga dus niet om de haverklap op en af. Maar doordat mijn broer hier ook vertoeft, valt het wel mee. Heel af en toe – bij belangrijke wedstrijden – komen mijn ouders eens naar hier.
Als we haar vragen welk type renster Lidia Cusack is, moet ze het antwoord schuldig blijven. “Ik moet het nog allemaal ontdekken. Ik ben niet slecht in tijdrijden, ik ben niet traag, ik kan korte tot middellange hellingen goed aan, maar vrees de echt lange beklimmingen nog.” Op trainingskamp maakte ze in het achterland van Denia alleszins al een goeie indruk bergop.


Crossen of wegkoersen
“Ik ben er zelfs nog niet uit wat mijn favoriete discipline is”, bekent ze. “Want ik ben in de winter ook actief in het veldrijden.” Ze won vorig crossseizoen 2024-2025 de Wereldbekercross voor junioren in Dublin. En ook het seizoen dat nu op zijn einde loopt, deed ze het heel goed. Net nieuw in de U23-categorie viel dat wellicht weinig op omdat de U23 ook samen met de elites rijden. Dat maakt dat ze letterlijk tot de 3e of 4e rij wordt veroordeeld en moet knokken voor een plaats in de top 20. Op het WK in Hulst voor beloften werd ze 7e.
“Zonder pech was ik er wellicht 5e geëindigd”, sakkert ze. “Maar een val in de finale besliste er helaas anders over. Nu goed, ik had vooraf getekend voor een plaats in de top 10. Maar als je dan zo dicht bij een top 5 bent, blijf je toch met een dubbel gevoel achter. Als 1e jaars is het niet slecht, ik krijg de komende jaren nog kansen.” Over hoe ze zichzelf als crosser ziet, is ze wel duidelijk. “Ik hou van zware omlopen. Zandstroken liggen me veel minder.”
“Ik wil het veldrijden en het wegwielrennen blijven combineren. In het moderne wielrennen is dat niet meer zo uitzonderlijk. Na het WK zat mijn crossseizoen erop. Nu bereid ik me voor op het wegseizoen, waar ik wil proeven van UCI-wedstrijden en Interclubs. Vooral de geaccidenteerde parcoursen als bijvoorbeeld de koers in Vresse trekken mijn aandacht. Benieuwd wat ik er van bak!”
Zonder al té extravert te zijn, ligt ze wel meteen goed in het internationale gezelschap dat de Velopro-EGS Group ploeg is. De voertaal is er Engels, wat de integratie van de Amerikaanse bevordert. Bovendien is ze lang niet het enige jonkie in de ploeg.