Het was de ploeg van Rik Van Looy die er in de jaren ‘60 mee startte. Hij trok met zijn zogenaamde Rode Garde in februari naar het Gardameer om daar van het 1e lentegevoel te profiteren en kilometers te malen. Maar de laatste 3 decennia is vooral de Costa Blanca populair om er de conditie aan te scherpen. Zowel profploegen als amateurteams, jeugdploegen en hele horden wielertoeristen trekken er in januari en februari naartoe om trainingsarbeid te verrichten in een fietsvriendelijk klimaat. Al komt er stilaan sleet op de formule…


Van Benidorm naar Calpe
30 jaar geleden was het vooral Benidorm dat de kroon spande. Er waren en zijn enorm veel hotels, de prijzen voor een verblijf zijn er belachelijk laag en low-cost maatschappijen vliegen op Alicante, op amper 50 km. In het heel prille voorjaar kon je dan ook heel wat ploegbussen op de parkings van die hotels zien staan. Die profteams brachten ook onrechtstreeks een schare wielertoeristen mee.
Want die hoorden dat de wielervedetten in het hinterland gingen trainen om de conditie aan te scherpen. Meer had een maniakale wielertoerist of would-be renner niet nodig om dat gedrag te gaan kopiëren. De hotelbazen wreven zich in de handen en fietsenwinkels schoten als paddenstoelen uit de grond. Niet zelden gerund door een Belg of Nederlander.
Benidorm werd echter slachtoffer van het eigen succes. De wegen in en om Benidorm worden geteisterd door het baanwinkelfenomeen, wat maakt dat er veel autoverkeer over raast. Niet elke Spanjaard is even fietsminded, wat wel eens aanleiding geeft tot getoeter of ronduit agressief gedrag. Ook de net na Benidorm landinwaarts gelegen dorpen als La Nucia en Polop kan je enkel bereiken via drukke straten. Dit alles maakt dat je al minstens een dik half uur moet fietsen eer je uit het gevaarlijk verkeer bent.
Zo’n 20 jaar geleden begon het epicentrum van de winterstages daarom te verschuiven naar Calpe, 15 km noordwaarts. Tot vandaag wemelt het er in januari en februari van de ploegen en de wielertoeristen. In die mate zelfs dat niet-fietsende locals – als hun broodwinning niet van fietsen afhangt – flink beginnen te morren over tweewielers die de weg innemen. Bovendien heeft Calpe het grote nadeel dat het in een baai ligt, omgeven door toch wel flinke bergen.


Steekt Denia Calpe naar de kroon?
Wil je uit Calpe wegfietsen, moet je meteen een stevige klim doen. De ‘Benissa’ – genoemd naar het dorp dat op de top ligt – vanuit Moraira is daarbij erg gekend. Het is de meest gemodereerde klim en wordt dus heel druk gefrequenteerd door wielrenners. Voor profs is die klim een niemendalletje, maar wielertoeristen met een buikje moeten er zwoegen en puffen dat het geen zicht is. Een gelijkaardig alternatief is La Fustera, die ongeveer parallel maar iets noordelijker naar Benissa gaat (4 km à 5%).
Daarom zoeken nu steeds meer teams hun uitvalsbasis in en rond Denia. Qua landschap en dus potentiële parcoursen vind je hier voor elk wat wils. Je kan een nagenoeg vlakke rit van enkele uren uitstippelen, want tussen Denia en Gandia en verder richting Valencia is er een heel open kustgebied. Als je vanuit Denia de Montgo opfietst, dan heb je een helling die aan een Ardennenklim doet denken: 5 km aan 4,5%. Ideaal om er inspanningen van enkele minuten op in te studeren. Maar verder landinwaarts vind je tal van langere en zware beklimmingen waar je echt kunt trainen.
Het dorpje Pego is daarbij de toegangspoort tot het echte gebergte. Je kan er kiezen voor de Port de la Vall d’Ebo (8 km aan 5,7%). Dat lijkt dus een haalbare klim – en in vergelijking met een aantal ondingen in de buurt is het dat ook. De klim is vrij onregelmatig met soms een afdaling, dan weer een nijdig stuk. Iets noordelijker vanuit Pego ligt de verschrikkelijke El Miserat. Die heeft zijn naam niet gestolen: 6,6 km gaat het aan gemiddeld 10,1%. Dat is al niet niks, maar de miserie van deze col is zijn onregelmatigheid. Met pieken tot 23% en meerdere langere stukken waar de hellingsgraad flink in de dubbele cijfers gaat, is het een rotding, zoals José De Cauwer zou zeggen. Absoluut geen goeie klim om wat dan ook te trainen. De enige reden waarom je El Miserat überhaupt zou willen doen, is om er later bij je vrienden over te kunnen opscheppen.


Klimaatverandering heeft impact
Mogelijks gooit het klimaat stilaan roet in het eten. Waar renners en wielertoeristen de Costa Blanca tot voor kort als winters fietsparadijs ervaarden, hoor je de laatste jaren regelmatig klagen over het veranderende klimaat. De streek staat niet langer garant voor droog lenteweer in januari en februari. Met wat pech valt de regen er met bakken uit de lucht. We herinneren ons de beelden van het nabijgelegen Valencia dat door dodelijke overstromingen werd geteisterd.
Ook de voorbije winter was het niet top, maar zowel bewoners als toeristen klagen steeds meer over een koude en vooral forse wind. Begin februari 2026 was de wind zo sterk dat vrachtwagens op de autosnelweg tussen Valencia en Alicante gewoon werden omvergeblazen. De Ronde van Murcia – iets zuidelijker gelegen – werd afgeblazen nadat een deel van het peloton van de weg werd gewaaid.
Andere renners als Wout van Aert en diens ploeg kozen voor een hoogtestage op de Sierra Nevada. Zij waren niet beter af. Van Aert postte een video waarop te zien was dat hun hotel en de wegen ernaartoe ondergesneeuwd waren. Zij moesten bijgevolg binnen trainen op de rollen. Net zoals renners het 40 jaar geleden deden: op de rollen in de garage.