
De wielerwereld is vaak gefocust op jonge talenten die doorbreken, maar begin maart 2026 was het in het Nederlandse Rucphen een oude bekende die met de bloemen zwaaide. Timothy Dupont, de 38-jarige sprinter van Tarteletto-Isorex, toonde er nog maar eens zijn klasse. Met een perfecte timing en een krachtige versnelling liet hij de concurrentie achter zich. “Ik mag bij Tarteletto blijven till the end.”


Zege uit het boekje
De overwinning in Rucphen was het resultaat van een feilloos uitgevoerd teamplan. “Was het zege uit het boekje? Toch wel, ja”, steekt Dupont van wal. Hij legt uit hoe het team de finale naar zich toetrok. “We hebben een lead-out van 5 km gereden en we hadden eigenlijk de voltallige ploeg mee, dus dat is wel mooi.” Voor een sprinter is het vertrouwen van het team goud waard. “Dat ik het dan kan afmaken, is nog zoveel beter.”
Zo vroeg op het seizoen winnen, zorgt voor een mentale opsteker. Het neemt de druk weg, al lijkt Dupont daar sowieso weinig last van te hebben. “Winnen doet altijd deugd, zeker zo vroeg op het seizoen. Winnen is winnen, altijd. Op welk niveau dat ook is. Hier in de GP Vermarc staan er ook 170 renners aan de start die willen winnen, niet evident dus.” De zege verandert niets aan zijn aanpak voor de rest van het seizoen. Houdt het de druk weg? “Ik leg eigenlijk weinig druk voor mezelf. Ik probeer altijd mijn best te doen. Als dat dan goed lukt, is dat des te leuker.”
Zijn palmares is indrukwekkend en met deze nieuwe zege tikt het aantal overwinningen verder aan. Volgens recente berichten in de media staat zijn teller nu op 33. “Dat is wel mooi, hé”, klinkt het. Maar hij geeft meteen toe er zelf niet mee bezig te zijn. Ik hou dat niet bij, absoluut niet.” De statistieken interesseren hem minder dan het gevoel dat hij nog steeds kan concurreren op hoog niveau. “Ik kan winnen, ik kan meedoen met de jonge gasten, dus dat is voor mij het sein om ermee door te gaan.”



Toekomst tussen de bakstenen
Op 38-jarige leeftijd is Dupont een ancien in het peloton. De vraag of het lichaam niet stilaan begint tegen te sputteren, is dan ook onvermijdelijk. Voelt hij dat, een dag na de koers, dat zijn lichaam intussen 38 is? “Nee, totaal niet”, antwoordt hij stellig. “Ik heb me altijd al goed gesoigneerd. Zolang ik dat blijf doen, zal dat ook niet zo veel verschil maken.” De goesting om te koersen is er dan ook nog volop. “Zolang het goed gaat, heb ik voor mezelf uitgemaakt, blijf ik verder doen.”
Die toekomst ziet hij bij zijn huidige ploeg Tarteletto-Isorex. Een overstap op de valreep van zijn carrière is niet aan de orde. “Ik denk niet dat ik hier nog zal weglopen”, lacht hij. De loyaliteit is wederzijds en gebaseerd op een sterke band met ploegleider Peter Bauwens. “Peter heeft me het vertrouwen gegeven en 4 jaar later zit ik hier nog steeds. Dus ik denk wel dat het een goeie combo is.” Het contract wordt jaarlijks bekeken, in alle openheid. “Peter heeft mij gezegd dat hij mij gaat supporten till the end.”
Wat er na dat einde zal komen, daar heeft de West-Vlaming al concreet over nagedacht. Een toekomst als ploegleider of trainer lijkt niet meteen zijn roeping. De passie van Dupont ligt verrassend genoeg niet in het zog van de koers, maar tussen de bakstenen. “Ik zal waarschijnlijk huizen kopen, ze terug opbouwen en verkopen”, onthult hij. Geen projectontwikkeling op grote schaal, maar zelf de handen uit de mouwen steken.



Philipsen en Meeus
Die interesse komt niet uit de lucht vallen. Dupont is een handige harry die zijn talent al meermaals heeft bewezen. “Ik heb al 2 huizen zelf gebouwd en ik doe dat echt graag. De meeste dingen kan ik gewoon zelf, dus dat is wel een pluspunt, denk ik.” Toch sluit hij een rol in de wielerwereld niet volledig uit. “Als er iets op mijn pad komt dat mij wel aanspreekt, dan weet je het nooit.”
Voorlopig blijft de focus echter op de fiets. Sportief gezien zijn de doelen voor 2026 duidelijk, maar niet in cijfers uitgedrukt. “Zoveel mogelijk winnen, maar dat is niet altijd evident. Ik ben altijd blij dat ik 1 koers kan winnen.” En dan is er nog die ene droom: de Belgische driekleur. Het kampioenschap in Brasschaat, op een vlak parcours, biedt perspectieven. “Als we naar de meet gaan, kan er van alles gebeuren. Ik weet dat ik wel bij de snelsten ben, maar het is natuurlijk wel tegen Philipsen en Meeus. Gelukkig moet een sprint altijd gereden worden.”

