
De kasseien hebben hun tol geëist. Het stof is neergedaald op de Vélodrome van Roubaix. De lichamen zijn getekend. Voor Delano Heeren van Acrog-Tormans eindigde zijn 1e Parijs-Roubaix voor junioren met een 12e plek. De bevestiging van een talent dat zich zowel in het veld als op de weg manifesteert. Want Heeren is ook regerend wereldkampioen Veldrijden bij de junioren.


Halve sprint
Een wedstrijd als Parijs-Roubaix laat zich niet voorspellen, maar wel controleren. Dat is althans vooraf doorgaans het plan. Heeren, die eerder dit jaar 2026 wereldkampioen Veldrijden werd, toonde dat hij ook op de meest verraderlijke kasseien zijn mannetje kan staan. Hij zat waar hij moest zitten, pareerde aanvallen en hield zich staande in het voorste gelid. “De hele wedstrijd zat ik goed van voren”, vertelt hij toch ietwat trots. “Ook op de belangrijke punten ook. Op zich heb ik best wel goed de controle kunnen houden, alleen op het einde was het voor mij helemaal klaar”, kan hij er op de miste al om lachen.
De scherprechters in deze juniorenedities zijn vaak dezelfde als bij de profs. Namen als Mons-en-Pévèle en Carrefour de l’Arbre boezemen ontzag in, ook bij de jongere garde. Het zijn de momenten waarop de koers ontploft en een goede positionering van levensbelang is. “Ja, het waren wel cruciale punten om mee te zijn”, knikt de Dutchie. “Vooral op Mons-en-Pévèle het laatste stuk en dan de strook daar naar rechts. Dat was wel even opletten. Zeker met Carrefour nog in aantocht.”
De finale was een afvalrace, een strijd man tegen man, waarbij elke kasseistrook wel iets bepaalde. Heeren zat lang in de groep die voor de overwinning streed, maar moest in de absolute slotfase passen. De overgang van de ruwe stenen naar het gladde beton van de wielerbaan was het breekpunt. “Het ging de laatste kilometers eigenlijk wel goed. Ik zou in het groepje kunnen blijven, alleen hier het laatste deel op de Vélodrome was er voor mij te veel aan. Er zat ook maar een halve sprint in.”


Rust in Spanje
Een 1e deelname aan Parijs-Roubaix vraagt om een gedegen voorbereiding. Heeren liet niets aan het toeval over. De kasseien werden uitvoerig getest, zowel in goede als in slechte weersomstandigheden. “Ik heb 2 keer verkend, de 1e keer in slecht weer, dat was toch pittig. Afgelopen woensdag kon ik met hetzelfde weer als vandaag verkennen. Dat was een mooie verkenning. Ja, geef mij maar een zonnetje voor dit soort koersen.” De voorbereiding betaalde zich uit in de koers, waar hij zijn ambitie, een topklassering, bijna kon waarmaken. “Sowieso ging ik wel voor een top 10, top 15. Ik heb een vermoeden dat het wel geslaagd is.”
De aanloop naar Roubaix was er nochtans met pieken en dalen. Na zijn wereldtitel in het veld volgde een hectische periode. De persaandacht was groot en de nood aan rust evenzeer. Een trainingskamp in Spanje werd vooral een mentale decompressie. “Na het WK ben ik de hele week met de pers bezig geweest. Die wilden ook graag op bezoek komen. Een paar dagen later ben ik vertrokken naar Spanje. Eigenlijk was het een trainingskamp, maar ik heb 4 keer op de fiets gezeten en niet eens getraind. Ik ben echt even tot rust gekomen.”
Zijn eerste wegwedstrijden van het seizoen, de E3 en de Pévèle Classic, kenden een wisselend verloop. Waar de motor in de E3 nog sputterde, bleek de Pévèle Classic een uitstekende generale repetitie voor wat komen zou. “De E3 ging niet zo goed”, bekent Heeren. “Ik zat wel in de kopgroep, maar op een gegeven moment ging het licht bij mij uit. Pévèle was veel beter. Die lijkt ook wel wat op Roubaix, een goede voorbereiding was dat.”


En nu?
En wat nu? Na de hectiek van het WK en de slopende Hel van het Noorden is het tijd voor relatieve rust. De boog kan niet altijd gespannen staan, zelfs niet voor een jonge wereldkampioen. “Ik heb eerlijk gezegd helemaal geen idee wat er nu komt. Ik ga even een kleine rustperiode inlassen. Terug voorbereiden en dan zie ik wel verder.” De vraag die velen bezighoudt, is waar zijn toekomst ligt. Blijft hij de cross trouw, of kiest hij voluit voor een carrière op de weg?
Voorlopig lijkt een combinatie het devies. Het voorbeeld van de groten, zoals Mathieu van der Poel, inspireert. De explosiviteit van de cross als fundament voor duurprestaties op de weg. “Ik denk wel dat ik de cross nodig heb om een goede wegrenner te kunnen worden. Maar ik probeer zo lang mogelijk te combineren”, benadrukt de Acrog-renner Het is een pad dat door velen met succes is bewandeld en dat ook voor Heeren de sleutel tot succes kan zijn.
De uiteindelijke keuze voor de weg lijkt onvermijdelijk, maar de liefde voor het veld blijft. Het is een discipline die hem heeft gevormd en hem zijn eerste grote successen heeft bezorgd. “Maar uiteindelijk wil je wel die stap zetten naar de weg. Al zal ik toch wel een aantal crossen blijven rijden.”
