
Er zijn fietstochten die je benen voelen, en er zijn ritten die je hart raken. De Gran Fondo Fausto Coppi hoort onmiskenbaar tot die 2e categorie. Eind juni 2025 mochten we op uitnodiging deelnemen aan deze legendarische rit, die start in het Noord-Italiaanse Cuneo en zich diep in de Westelijke Alpen boort. Wat we er vonden, was meer dan een sportieve uitdaging. Het was een verhaal van folklore, strijd, schoonheid en ontzag – verteld in de taal van hoogtemeters, parmigiano en zinderend asfalt.


Culinaire fietstocht
De aanblik van Cuneo is even verrassend als treffend: strak uitgelijnde straten, een stadsvorm als een wig – de letterlijke vertaling van Cuneo. Omringd door parken voelt de stad als een rustpunt te midden van alpenpracht. Maar wie denkt dat het hier enkel om schilderachtige uitzichten draait, vergist zich. Cuneo is een stad die strijdt – ze heeft 7 oorlogen overleefd – en die energie voel je. Dit jaar is Cuneo niet toevallig uitgeroepen tot Città Alpina del’Anno. De stad investeert zichtbaar in sporten, duurzaamheid en bergbeleving. De Vuelta zal er binnenkort starten, de Giro passeert er vaak – en in 2008 zelfs de Tour. Piemonte wil zich zo tonen aan de wereld.
De Gran Fondo La Fausto Coppi is de oudste granfondo van Italië en houdt koppig vast aan zijn tradities. Het hele weekend staat in het teken van sport en folklore: een vlaggenstoet met de landen van alle deelnemers, een culinaire fietstocht, een nightrun…. Er wordt niet zomaar gefietst, er wordt gevierd. Vorig jaar 2024 namen we al eens deel aan dit event, maar moesten toen door een hamstringblessure na 34 km en met pijn in het hart terugkeren. Tijd dus om revanche te nemen. En we lieten niets aan het toeval over. We trainden in Mallorca en de Ardennen. We deden een bikefit en namen onze perfect afgestelde fiets mee. En we verloren 3 kg lichaamsgewicht.
De avond voor de start mogen we nog aanschuiven aan het diner: alles in teken van culinaire streekgerechten. En vlees is dit jaar blijkbaar het centrale thema: tartaar van piemontese, vitello tonato en dan de lokale specialiteit bollito di Carrù. Een keer iets anders dan het gewoonlijke carbo loading. Zondagochtend, klokslag 7u, weerklinkt het startschot. Een gele stoet van 2.500 deelnemers uit 42 landen zet zich in beweging. Zwarte bibs, gekleurde bibs maar even goed ook versleten bibs – Gianluca’s en Lucia’s van alle leeftijden (18 tot 84 jaar) en met evenveel stijl als strijdlust. Je voelt de zenuwachtigheid: dit wordt geen makkelijke dag.












Colle Fauniera
Onze gids Stefano, zelf fervent fietser, beschrijft het treffend. “Om de Fauniera te bedwingen, moet je, net als Cuneo zelf ooit deed, 7 keer sterven.” En hij overdreef niet. De klim is meedogenloos. 22 km aan 7,6% lijkt easypeasy. Tot je in detail gaat kijken en merkt dat je na 8 km amper nog onder de 10% komt tot je aan de top bent. De Colle Fauniera is een beest maar wel een prachtig beest. Geen schaduw, 31 graden, een weg die zich eindeloos omhoog slingert. Je ziet het klooster, waar de 1e bevoorrading is, al liggen, denkt dat je er bent, maar toch duurt dat nog een eeuwigheid. De benen protesteren, maar lokale supporters schreeuwen en toeteren je naar boven. Je voelt de golf van enthousiasme, en peddelt toch weer voort.
Onderweg naar de top genieten we toch vooral van de omgeving. We komen alles tegen: spelende marmotten, waterbronnetjes, fluitende vogels en vooral veel stilte… Het is afzien tot de top. Op meer dan 2.400 meter hoogte wacht geen klassieke beloning. Onder luid applaus kom je boven. Je wordt er stil van. Of spontaan emotioneel. Il Pirato knikt ons er bemoedigend toe. Op 2 km van de top komen de Medio Fondo en de Gran Fondo samen. Vanaf dan voel je de spanning van de race. De deelnemers van de Gran Fondo overwonnen op dat punt al de Colle di Sampeyre (na 9 jaar terug opgenomen in het parcours) en de Colle d’Esischie, 2 brutale beklimmingen van respectievelijk 16 en 21,4 km. Wij hadden ons grootste doel bereikt: op de foto met Marco Pantani.









Kop3
De afdaling van de Fauniera is even adembenemend als verraderlijk. Slecht wegdek, Belgische wegen en steile haarspeldbochten maakten het technisch en gevaarlijk. Gelukkig stonden op elk gevaarlijk punt alpinieri paraat. Toch werd het zenuwslopend: terwijl wij voorzichtig daalden, vlogen de Italiaanse renners ons met messcherpe precisie voorbij. Alsof de remmen er niet toe deden. Crazy as hell, maar indrukwekkend.
De bevoorradingen waren op en top Italiaans: geen sportgels of smaakloze repen, maar blokjes parmigiano, hesp, citroenpartjes, confituurboterhammen en zelfs cola. Eenvoudig, lokaal, overheerlijk. Fietsen in Italië is ook culinair genieten. Bij aankomst wachtte ons een houten medaille én een pastaparty met lokale specialiteiten.
Enige minpunt: sanitaire voorzieningen onderweg. 1 toilet, in het klooster, bleek veel te weinig. Net de ochtend van de start werden we ongesteld, en dat was wel een behoorlijke spelbreker. Omdat er bij de 2e klim op ons parcours, de Madonna del Colletto, geen toilet meer was, waren we gedwongen om deze over te slaan. Jammer, maar het hoort bij het verhaal. We reden uiteindelijk de Fauniera Classic, 100 km en met 2.200 hms nog steeds een flinke uitdaging.
De laatste 25 km, eindelijk tussen de bomen, voelden als balsem voor lichaam en geest. En bij het binnenrijden van Cuneo, onder luid applaus, voelden we kippenvel. Je komt niet gewoon aan. Je arriveert. Deze granfondo is geen wedstrijd tegen de klok. Het is een rit door geschiedenis, folklore en natuur. Het is 7 keer sterven op de Fauniera en daarna herboren worden bij een bord pasta. Het is een verhaal. En wij zijn trots dat we er een hoofdstuk aan mochten toevoegen.
