
Zelfs topatleten gaat het niet altijd voor de wind. Dat geldt ook voor Thomas De Gendt en Jelle Van Damme, die op het Wattage Festival in Oostende kwamen getuigen over hun gravelavonturen. Beiden moesten vroegtijdig opgeven in Unbound 2025. Eigen aan de topsporter blijven ze niet in tegenslag hangen, maar smeden ze al plannen voor de toekomst.


Wedstrijdstress
We treffen Thomas De Gendt middenin zijn ontdekkingsjaar in de gravelwereld. Daarbij mocht dé gravelrace van het jaar uiteraard niet ontbreken. De mythische Unbound kreeg zelfs de Grote Ronde-veteraan nog in zijn klauwen. “Ik was best zenuwachtig. Unbound is toch het onofficiële wereldkampioenschap, waar alle ogen op gericht zijn. Als je daar kunt winnen, kan je grote sponsors binnenhalen”, vertelt De Gendt. “Er gaan veel verhalen rond in de week voor de wedstrijd, zoals dat we 10 km zouden moeten stappen door de modder. Gelukkig droogde alles tijdig op.”
Jelle Van Damme valt de ontsnappingskoning bij. “De week voor Unbound is eigenlijk 1 langgerekte discussie over welk materiaal je moet gebruiken.” Ondanks het denkwerk maakte de ex-voetballer een verkeerde materiaalkeuze. “Ik werd bergaf los uit de wielen gereden, ik draaide een koffiemolentje door een te klein verzet. We reden op dat moment 72 km/u.” De Gendt vult met de glimlach aan. “We zaten toen nog met een 100-tal man. Het ging op en af en er ontstond waaiervorming. Ik had al een paar keer gezien dat hij op een gaatje zat, dus schoot ik hem voorbij.”
De Gendt ging goed mee, maar toch eindigde zijn wedstrijd vroegtijdig. “Ik weet niet waarom al die gravelraces zo vroeg beginnen! Door ’s ochtends vroeg havermout te moeten binnenduwen, leerde ik dat mijn maag er niet goed mee overweg kan”, lacht hij. “Ik had de hele wedstrijd last van oprispingen, op de duur lag er een hele laag gelletjes bovenop. Plots liepen de benen volledig leeg, viel ik alleen en was het plezier er van af.”



Prikkeldraad
De Gendt ziet belangrijke verschillen met de weg en geeft daarbij een treffend voorbeeld. “Tijdens meerdaagse gravelwedstrijden worden renners random bij elkaar in de kamer ingepland. Zo sliep ik in een wedstrijd in de Sahara bijvoorbeeld bij Peter Vakoč – een directe concurrent. Stel je voor dat Vingegaard en Pogačar in de Tour bij elkaar op de kamer liggen!”
In een gravelwedstrijd van lange adem geef je nooit op, dat besefte ook Van Damme nadat hij moest lossen. “Ik zocht een groep om bij aan te sluiten, want alleen rijden is dodelijk op die lange, rechte stukken. Ik kwam uiteindelijk in een groep van 7 renners, die goed ronddraaide.” Hij kon terug ademhalen, maar misschien verslapte de aandacht daardoor even. “Ongeveer halfweg koers werd ik verrast door een flauwe bocht naar rechts, toen ik achteraan het groepje aan het eten was. Ik kon niet meer corrigeren en vloog recht de prikkeldraad in. Chad Haga, vorig jaar 2e, trok me letterlijk uit de prikkeldraad.”
Toch betekende dat niet de doodsteek van zijn wedstrijd, want de voormalig Rode Duivel bezit al de spirit van de echte renner. “Ik vroeg eerst aan mijn ploeg BMC om me op te halen, maar dan begint de adrenaline te stromen, dus stapte ik toch terug op mijn fiets. Er zat toen nog een Amerikaan bij me die 30 km op mijn blote kont heeft gekeken. Hij vond het geweldig”, lacht Van Damme. “Door de adrenaline stuurde ik op een asfaltstuk iets te fel de bocht in en ging ik onderuit. Mijn eigen fout. Mijn hand lag open en ik kon mijn stuur niet meer vasthouden. Einde verhaal.”



Plannen smeden
Gravelen vinden beide atleten zeker niet gevaarlijker dan wegkoersen. “Je houdt sowieso wat meer afstand om de ondergrond in te schatten. Zware valpartijen zag ik niet tijdens Unbound, ook niet toen we nog in peloton reden”, licht Van Damme toe. Hij reed vorig jaar pas zijn 1e gravelwedstrijd en doet met schroom een bekentenis. “Eigenlijk rij ik liever op de weg, daar kan ik mijn power beter kwijt. Een klimwedstrijd als The Traka met ook technische afdalingen is bijvoorbeeld niets voor mij. Van een vlak parcours zoals Unbound hou ik dan weer wel.”
Het avontuur trekt De Gendt aan in het gravelen, toch verwacht hij op dat vlak aanpassingen naarmate de discipline zal groeien. “Ik vind het een leuk aspect dat je op jezelf aangewezen bent in gravel, maar daardoor wint de beste niet altijd. Op dit moment mag je enkel in bepaalde zones assistentie krijgen, ik zie dat wel veranderen.”
Hoewel gravelen vooral als uitlaatklep dient om de kick van de competitie stapsgewijs los te laten, schuilt het competitiebeest nog in de Lotto-renner van weleer. We zien hem dus nog terugkeren met grotere ambities. “Een wedstrijd als de Unbound ligt me het best. Bij die lange duurspanningen komt de wilskracht bovendrijven. De concurrentie is groot, maar als ik ergens een resultaat kan halen, dan is het in dit soort wedstrijden.”