
Amund Grøndahl Jansen is een Noorse bonk die voor Uno-X uitkomt. Hij blijkt verrassend goed Nederlands te spreken. Een taal die hij oppikte toen hij bij de Visma-ploeg reed. Van 2017 tot en met 2020 was hij een sterkhouder in die Nederlandse ploeg, waar hij vooral diende te knechten voor onder meer Wout van Aert. In 2021 verkaste hij naar Jayco, maar medische problemen stonden zijn echte doorbraak in de weg. “De belangrijkste jaren van mijn carrière gingen zo verloren”, beseft hij.


Problemen met lies en heup
Sinds dit jaar 2025 rijdt Grøndahl Jansen in de roodgele kleuren van het Noorse Uno-X Mobility. Deze week rijdt hij kort na zijn wederoptreden in de Tour de Wallonie. “Ik ben naar Uno-X gekomen om mijn carrière terug op het goede spoor te krijgen”, vertelt hij. “Met mijn 31 ben ik te jong om al op wielerpensioen te gaan. Want ook al gaat het goed met mij en mijn familie, mijn carrière zat toch wat in het slop. Ik had het me 6 à 7 jaar geleden anders voorgesteld toen ik bij Jumbo-Visma een quasi certitude was voor de Tour (hij stond er tussen 2017 en 2022 6 jaar onafgebroken aan de start, red). Ik zat er heel goed in mijn vel en had echt het gevoel deel uit te maken van het succes van dat team. Ik schoot ook goed op met de Nederlanders en Belgen van de ploeg.”
Zijn overgang naar Jayco AlUla had een nieuwe stap voorwaarts in zijn carrière moeten zijn, maar dat is helaas geen succes gebleken. “Ik heb intussen een paar heel moeilijke jaren achter de rug”, geeft hij toe. “In die mate zelfs dat ik het plezier in het fietsen wat verloren was. Ik wilde bij Uno-X vooral een goed gevoel terugvinden. Niet direct met een specifieke ambitie om een koers te winnen of terug de Tour te gaan rijden. Ik wil vooral terug op niveau komen. Het duurde lang voordat we ontdekten wat er aan de hand was. Bleek dat ik problemen had met de liesslagaders aan beide kanten. Dat vereiste een toch wel zware operatie.”



Contract verdienen
Helaas bleek dat niet het enige issue. “Er bleek ook te veel bot aan mijn heupgewricht te zijn gegroeid, wat voor hinderlijke wrijving zorgde”, duidt Amund Grøndahl Jansen. “Dat bot werd wat verwijderd, maar daardoor moesten ligamenten, capsule en labrum herstellen. Deze operatie was niet zo zwaar, maar moest uiteraard wel onder volledige narcose gebeuren. En het herstel nam toch heel wat tijd in beslag. De operatie gebeurde begin mei. Nu kan ik weer vooruit kijken en heb ik het gevoel dat het weer wat beter begint te lopen.”
Stilaan haalt hij weer enig niveau. Op het nationaal Kampioenschap eind juni 2025 werd hij 10e, wat in Noorwegen toch niet meer zo evident is. “Met de ploeg de Tour rijden zat er uiteraard nog niet in, want ik zit nog steeds in een revalidatieproces. Als ik een voetballer was geweest, dan zou ik tot eind dit jaar geen wedstrijden hebben gedaan, maar als wielrenner ben ik intussen wel al aan het koersen. Nu ja, fietsen is sowieso een deel van de revalidatie na zo’n operatie, want dat soort beweging is minder belastend voor dat soort herstel.”
Wanneer hij dan terug op niveau hoopt te komen? “Tja, ik moet nog een contract verdienen voor volgend jaar”, grijnst hij. “Ik hoop dat te kunnen halen op 90% van mijn potentieel. Want deze revalidatie is een langzaam proces, ik mag niets forceren en geen stappen overslaan. Dat zou me anders zuur kunnen opbreken. Pas rond Kerst zal ik helemaal hersteld zijn. Hoe dan ook, de jaren waarin een renner normaliter op zijn best is – tussen 25 en 30 – lag ik in de lappenmand. Ik ben nu 31, maar tot mijn 35 à 36 moet ik toch nog een goed niveau kunnen terugvinden. Als ik de motivatie heb, moet dat lukken.”



Robert Gesink en Thymen Arensman
Of koersen bij een Noorse ploeg een beetje als thuiskomen voelt, polsen we. “Ja, ik heb het super naar mijn zin hier in het team. De ploeg draait goed, ook in de Tour met de overwinning van Jonas Abrahamsen en de 6e plaats in de eindrangschikking van Tobias Johannessen. Dat maakt de sfeer er alleen maar beter op. De ploeg is ook heel professioneel. Ik vertoef hier ook in een nostalgische omgeving, want veel van de renners en het kader ken ik nog van toen ik met de nationale selectie als belofte koerste in de Tour de l’Avenir.”
Maar vanwaar toch dat prima Nederlands? “Sinds 2019 woon ik in Andorra”, zegt hij. “Daarvoor woonde ik in Girona, aan de Costa Brava. Maar ik probeer mijn Nederlands – dat ik bij Visma heb geleerd – wel wat te onderhouden. Ik heb in Andorra een paar Nederlandstalige vrienden, zoals ex-ploegmaat Robert Gesink en Thymen Arensman, met wie ik wel eens ga mountainbiken. Dat helpt om mijn woordenschat en grammatica niet te vergeten”, lacht de Scandinaviër.
