
Als de Col du Tourmalet de koning van de Pyreneeën is, dan zijn de Col du Soulor en Col d’Aubisque de prinsen die hun krachten bundelen om hem naar de kroon te steken. Als klimopdracht misschien minder lastig, maar het uitzicht tijdens de laatste kilometers zet de reus veruit in de schaduw. Je leest de Tourgeschiedenis ook hier gewoon van de grond.


Col du Soulor
Vanuit Argelès-Gazost betekent de Col d’Aubisque een klimopdracht van 30 km. Zelden troffen we een dergelijke onregelmatige beklimming, in feite combineer je dan ook meerdere cols na elkaar. We starten aan de voet met koude benen en dat blijkt een slecht idee. Je rijdt best even in, want gedurende 4 km krijg je meteen stevig klimwerk te verduren. Volgens het profiel schommelt het tussen 6 en 7%, maar het voelt toch meer aan. Aan onze linkerkant zien we in de verte de silhouetten van de bergen.
We krijgen ruim 8 km om te recupereren van de inspanning, want het loopt slechts licht omhoog doorheen een open vlakte. Het vals plat lijkt er te liggen om ons klaar te stomen voor het echte werk. De weg doorkruist enkele charmante dorpjes, postkaartjes met het hooggebergte erachter.
Arrens-Marsous biedt de laatste kans om bij te tanken voor de Col du Soulor begint. We zijn nog maar net begonnen, popelen om verder te fietsen en rekenen op proviand verderop. De Soulor vanaf Arrens-Marsous is een pak lichter dan de andere kant van de bekende berg. Toch biedt 7,3 km aan gemiddeld 8,1% voldoende uitdaging, zeker omdat die doorspekt zijn met korte momenten die even steil oplopen als de Muur van Hoei. Gelukkig klimmen we die stukjes met enkele trappen recht op de pedalen telkens weer zo voorbij.






Cirque du Litor: mooiste ringweg ter wereld?
De Col du Soulor leidt ons door een mooie omgeving, zeker als er op de achtergrond een rotsgebergte opduikt. Vanaf de top blijkt dat echter enkel maar voorspel voor een sublieme finale. We duiken gedurende 2 km naar beneden, met zicht op 1 van de straffere prestaties van onze soort. Als een ring loopt de weg rond de buik van de berg, langs steile rotswanden – de fameuze Cirque du Litor. Het loopt hier amper op, dus we krijgen alle tijd om bewonderend rond te kijken.
We blijven toch maar voorzichtig, want ergens op de weg tussen de Soulor en Aubisque viel Wim van Est 70 meter diep het ravijn in. De precieze plaats vinden we niet, want de gedenkplaat aan de rotswand rijden we pardoes voorbij – we kijken blijkbaar dan toch iets te veel naast de weg.
De ringweg doorkruist 2 tunneltjes, waarbij een fietslicht in het 2e tunneltje geen overbodige luxe is. Gedurende een paar 10-tal meter zien we geen steek voor onze ogen, terwijl we op goed geluk over de groeven rijden die we plots in het wegdek voelen. Met de billen dichtgeknepen hopen we dat de achterliggende moto ons heeft gezien.






Col d’Aubisque
Vanaf Arbéost begint de eigenlijke Col d’Aubisque, met een gemiddelde van 5% over 7,2 km geen al te zware klimopdracht. Vergeet echter niet dat Argelès-Gazost dan al 23 stijgende kilometers achter ons ligt. Hier wordt nogmaals een totaal nieuwe ervaring opengetrokken, want de omgeving vinden we met de klap nog een stuk indrukwekkender. Waar we al onder de indruk waren van het decor tijdens de klim van de Col du Tourmalet, schakelt het uitzicht hier nog een tandje bij.
De zon brandt, er is geen zuchtje wind en op schaduw moeten we duidelijk ook niet hopen. We smeren onze keel daarom nog met een laatste restje drank uit onze bidon en zetten onze weg verder. De kilometers die ons scheiden van de top tikken vliegensvlug weg – naar klimnormen althans. Ook de Aubisque spaart zijn zwaarste deel tot het einde, het lijkt haast een geheime afspraak tussen de cols in de buurt.
We zien het restaurant op de top echter al van vrij ver liggen, het vooruitzicht van iets fris en een espresso doet ons een tandje bijschakelen. Die espresso is zeker niet mis, gelukkig vonden we nog wat kleingeld in onze achterzak want ze aanvaarden geen bankkaart onder de 10 euro. Op de terugweg naar de Col du Soulor houden we een aantal keer halt om ons te vergapen aan het uitzicht. Die terugtocht heeft wel nog klim van 2 km in petto, waar veel medefietsers duidelijk niet op gerekend hadden. Wij duiken vervolgens naar beneden om de minder bekende Col de Spandelles te verkennen.


