Een renner die naar zijn sleutelbeen grijpt na een val – het is een klassiek beeld. Meestal weet je dan meteen wat er aan de hand is: een gebroken sleutelbeen. Maar wat als je níets breekt, en het fietsen toch niet meer zo lekker loopt als vroeger? Dan ligt de oorzaak vaak dieper. En daar komt de chiropractor in beeld.

Ontregelde zenuwen
Je verzuurt de laatste tijd sneller, slaagt er niet meer in om je positie op de fiets te vinden of ervaart pijn zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. Klachten waarbij de onmacht stelselmatig toeneemt en je bijna jaloers bent op die maat met een duidelijk herstelperspectief na een botbreuk. Het zijn situaties die Pierre Mercier, chiropractor met bijna 40 jaar ervaring op de teller, vaak tegenkomt in zijn praktijk in Lochristi.
“Je moet een onderscheid maken tussen het soort letsel na een val”, legt de Oost-Vlaming uit. “Als je een bot breekt, zal je niet bij een chiropractor komen, maar bij de orthopedist. Een val kan echter ook een andere impact op je lichaam hebben, of je nu een breuk oploopt of niet. Het kan de motorische zenuwen, zenuwen naar spieren, ontregelen.”
Welke spieren daardoor precies ontregeld raken, is willekeurig en niet op voorhand te voorspellen. “Bij een sleutelbeenbreuk na een val kan je bijvoorbeeld tegelijk een quadricepsspier of een spier in je rug ontregelen. Vervelend genoeg zal je dergelijke klachten vaak pas na enkele dagen opmerken. Stel dat je niets breekt bij een val en gewoon naar huis verder kunt fietsen, kan je 3 dagen later toch met een stijve nek wakker worden. Je zal dan misschien niet meer de link leggen met die val.”
Veilige behandeling
Soms blijkt het nog moeilijker om de link met een eerdere val te leggen.
“Bij een ontregeling van je spierspanning merk je de klachten vaak pas na een flink aantal kilometers fietsen”, legt chiropractor Pierre Mercier uit. “Je krijgt bijvoorbeeld na 50 km pijn in je rug en je vindt je positie op de fiets niet goed meer. Een aangetaste spier kan meer zuurstof vragen omdat ze voortdurend in een verkorte fase werkt. Daardoor verzuurt ze sneller.”
Maar het tegenovergestelde komt ook voor. “Als een zenuw minder activiteit doorstuurt, krijgt de spier net te weinig prikkels en kan je minder kracht produceren. Dat merk je als een gevoel van verminderde stabiliteit of onverklaarbaar krachtverlies.”
Wanneer zo’n ontregeling aanhoudt, verhoogt dat bovendien het risico op schade aan de aanhechting van de spier op het bot. 2 courante voorbeelden zijn een tenniselleboog en een achillespeestendinopathie. “Door training kan je die verkorting of onderactivatie niet corrigeren”, vervolgen Mercier en zijn collega Maarten Lambrecht – die we eerder al spraken. “Zenuwstoornissen verdwijnen meestal niet vanzelf, tenzij je de juiste behandeling krijgt. En net daarin ligt de specialisatie van chiropractors.”
Zij zijn erop getraind om te ontdekken waar de zenuwcommunicatie tussen hersenen, spieren en gewrichten verstoord is. Met specifieke technieken beïnvloeden ze de activiteit van zenuwen en herstellen ze de normale werking van het gewricht. “Onze technieken zijn superveilig”, benadrukt Mercier. “Er is niets ‘kapot’ aan de spieren, dus er is geen gevaar bij wat we doen. Omdat we niet spreken over een echt letsel, hebben ontstekingsremmers trouwens ook geen effect. Die kunnen de pijn soms tijdelijk verminderen, maar niet de verstoorde zenuw zelf herstellen.”
Om het eenvoudig te stellen: trek de vergelijking met je fiets na een val. Het frame lijkt intact, maar vanbinnen kan er onzichtbare schade zitten die pas later aan het licht komt. “Al is het menselijk lichaam en het zenuwstelsel natuurlijk veel complexer. Wat de vergelijking wel toont, is dat het zinvol kan zijn om je na een val preventief te laten checken”, springt Lambrecht even bij.
Remco Evenepoel
Mercier haalt de situatie van Remco Evenepoel aan als voorbeeld. De wereldkampioen tijdrijden is voor alle duidelijkheid geen patiënt bij de Oost-Vlamingen. “Hij won het WK Tijdrijden in Rwanda, maar tijdens de wegrit zie je zijn problemen met zijn fietspositie. Mogelijk nog een gevolg van zijn val in de winter. Dat hij zo snel rugpijn kreeg na zijn fietswissel, deed ons denken aan een ontregeling in de rugspieren. Zeker omdat hij na de koers zijn rug stretchte – al blijven we hier natuurlijk wel hypothetisch.”
Signalen aanwijzen waarbij je best een bezoek aan de chiropractor brengt, blijkt niet zo eenvoudig. Want deze zijn soms heel subtiel. Gelukkig ben je daar als renner eigenlijk zelf de expert in. “Regelmatige fietsers kennen hun lichaam goed en voelen afwijkende signalen”, weet Mercier. “Een ander gevoel op je fiets kan een belangrijke trigger zijn. Een val kan trouwens ook bijvoorbeeld op je werk gebeuren, waarbij je nadien tijdens het fietsen voelt dat het toch anders loopt dan normaal.”
Een val is bovendien niet de enige factor die ons zenuwstelsel kan ontregelen. “Virussen kunnen dat ook, net als elektroshocks en na een algemene verdoving bij een operatie. Dan kan chiropraxie vaak een oplossing brengen. “Niet alle klachten kunnen we zelf behandelen, maar dankzij onze opleiding kunnen we wél goed onderscheiden wat wél of niet door chiropraxie kan worden aangepakt.