
De gemiddelde amateurfietser rijdt met meer informatie rond dan profs 20 jaar geleden. Wattages, hartslag(variabiliteit), herstelniveau, slaapscore,.… De smartwatch en GPS vertalen alles in een cijfer. Het zijn fantastische hulpmiddelen met een keerzijde. Steeds meer renners raken afhankelijk van cijfers en verliezen onderweg hun plezier én hun intuïtie. Wie is hiervoor het meest vatbaar? Hoe herken je wanneer het fout gaat en wat kan je ermee doen?


Lars Boven en Tom Dumoulin
Met Lars Boven haakt alweer een talentvolle renner af. “Het plezier in de koers verloren”, klinkt het. Of dat met de datadruk te maken heeft, weten we niet. Maar voor iemand als Tom Dumoulin haalde de doorgeschoten meetcultuur in elk geval wel de energie uit het wielrennen weg.
Data kan ongelofelijk krachtig zijn wanneer je ze correct inzet. Een vermogensmeter of trainingsanalyse geeft je objectieve feedback: je ziet progressie die je met het blote oog niet altijd opmerkt. Je kan je vermoeidheid beter inschatten, trainingen gerichter plannen en zelfs je voeding tijdens ritten optimaliseren. Je kennis van je FTP kan je van zelfoverschatting of roekeloosheid in een wedstrijd behoeden.
Voor atleten die graag gestructureerd trainen – denk aan analytische denkers en mensen die graag controle hebben – past data helemaal bij hun manier om informatie te verwerken. Elke training wordt voor hen betekenisvoller wanneer ze exact weten waarom ze iets doen. Maar data kan je ook naar beneden trekken. Soms heb je spierpijn, ben je moe van het werk of zit je mentaal niet scherp. Maar omdat je data vindt dat je ‘moet’ presteren, duw je toch door. Op korte termijn voelt dat misschien stoer, op lange termijn is het een recept voor overtraining.
Veel fietsliefhebbers streven naar steeds hogere cijfers: steeds maar 5 Watt meer of een hartslag die 1 tel per minuut trager slaat in rust. De grens tussen motivatie en obsessie wordt dan flinterdun. Wie zijn dag laat afhangen van hoe goed zijn wattages zijn, verliest de vrijheid die hem motiveert om te fietsen. 1 slechte meting kan dan al genoeg zijn om een hele training als mislukt te bestempelen.



Ben je een Froome of Alaphilippe?
Overmatig focussen op cijfers kan je koersintuïtie verstoren. Renners die te veel naar hun vermogensmeter kijken, durven minder te gokken, reageren trager op demarrages of verliezen het gevoel voor ritme. Laat daar voor sommigen nu net hun kracht liggen. Niet iedereen verwerkt informatie immers op dezelfde manier, hetzelfde geld voor hoe we met data omgaan. De kunst is te begrijpen wie jij bent, en data te laten aansluiten bij jouw stijl van informatieverwerking.
De analytische renner voelt zich goed bij structuur, controle en heldere parameters. Data sluit perfect aan bij zijn of haar manier van denken. Voor dit type renner werkt data vooral motiverend… tot het te veel wordt. De gevoelsrenner moet iets tasten en proeven voor het betekenis krijgt. Wat telt is hoe de benen voelen, hoe het weer is, hoe de tegenstander oogt. Hij haalt zijn info dus minder uit data, die zelfs remmend kunnen werken. Wanneer elke rit in cijfers wordt gegoten, verdwijnt het plezier en de creativiteit tijdens de training en wedstrijd.
Voor de sociale renner draait fietsen vooral om verbondenheid. Trainingen zijn geslaagd wanneer er gelachen werd met een kopje koffie. Te veel data maakt de sport voor hen ingewikkeld en minder spontaan.



Gezond omgaan met data
Hoe herken je nu dat data jouw leven dreigen over te nemen? Een 1e knipperlicht is duidelijk: je humeur hangt af van je wattages. Je merkt dat je prikkelbaar bent na je training omdat je bepaalde waardes niet hebt gehaald. Zeker wanneer je twijfelt aan je fitheid op basis van 1 training, gaat er best een lampje branden.
Evalueer ook wanneer je vaak te hard traint, omdat data dat voorschrijven. Een training mag en moet soms zwaar voelen, anders kan je geen vooruitgang boeken. Maar als het telkens als een opgave voelt, dan is er iets aan de hand. Misschien kan je lijf het nog aan, maar weegt het mentaal door. Iedereen kent wel een persoon die vaker naar zijn Garmin kijkt dan naar het landschap. De druk om mooie statistieken op Strava te posten, speelt bij heel veel mensen. Maar bij sommigen zo sterk dat het fietsplezier verloren gaat. Voor zichzelf of voor de mensen rond hem of haar.
Evalueer data enkel op langere termijn, want 1 training op zich zegt niets. Kijk naar het patroon dat zich over meerdere maanden aftekent. Gebruik daarbij data als een kompas, niet als een beoordeling van je prestaties of jezelf. Een blik van buitenaf kan helpen om de cijfers weer in het juiste perspectief te zetten. Zet die hartslag- en vermogensmeter minstens 1 keer per week af. Je kan gerust de data blijven verzamelen, maar zet je toestel tijdens die ene rit op slaapstand.
Het goede nieuws is dat minder data je prestatie verbetert. Uit onderzoek blijkt dat atleten hogere waardes trappen wanneer ze slechts 1 cijfer op hun fietscomputer zien. Meer data zorgen voor mentale overbelasting, dat vermindert zowel je plezier als je prestatie.
Schrijf je in op de nieuwsbrief van SKS en win een Speedrocker XL spatbordenset twv 60 euro. Meer weten?