5 februari 2026, finaledag van de Keirin op het EK Baanwielrennen in Konya, Turkije. Lowie Nulens staat na een tactisch uitgekookte kwalificatie en een spannende halve finale tussen de grote jongens in de eindstrijd om Europees eremetaal. Tegen kleppers als Harrie Lavreysen en Matthew Richardson is de kans op een podium gering. Na de loting van de startposities staan de sterren al wat gunstiger. De rest is geschiedenis. Kersvers sprintcoach Theo Bos doet het verhaal uit de doeken.


EK meteen cruciaal
Terug naar midden januari 2026. Nederlander Theo Bos wordt officieel voorgesteld als nieuwe sprintcoach van het Belgische baanwielrennen, een rol die hij eerder al vertolkte voor China. Bos wist ook als renner van aanpakken, getuige zijn wereldtitels en Olympisch zilver in de sprintnummers. Nu moet hij de Belgen ook in de explosieve disciplines wereldtop maken. Daarvoor woonde hij in december, voor zijn aanstelling, al enkele trainingen bij. “Ik botste op een leuke, jonge groep renners die verdomd hard kunnen rijden”, herinnert hij zich.
Bos had geen tijd te verliezen en nam meteen de touwtjes in handen. “De vorige coach was al even vertrokken, maar had een trainingsplan achtergelaten. De basis was er. Toch leidde ik al enkele trainingen. In januari kwam ik dan met een eigen plan, wat even aanpassen was voor de renners, maar iedereen is mee met het verhaal”, vertelt Bos trots. “Het EK in februari was meteen heel belangrijk. Je kon je er plaatsen voor het WK, waar in 2026 dan weer de kwalificatie voor de Olympische Spelen van 2028 start.”


Strategisch ongelooflijk sterk
“Een sprintcultuur is er niet in België, maar een enorme wielercultuur wel, dat zit dus mee”, is Bos overtuigd. Maar wat is zo een ‘sprintcultuur’ juist? “Sprintnummers bevatten meer dan enkel hard op de pedalen duwen. Heel de omkadering moet kennis hebben van trainingsschema’s, hoe competitiedagen eruitzien, wat de juiste tactieken zijn… Ieder radertje in het netwerk moet weten wat hij moet doen om het maximale eruit te halen.”
In sneltempo lijkt dat te lukken bij de Belgische nationale ploeg. Het EK werd succesvol afgesloten, inclusief een medaille in het Keirin bij de mannen. “Daar had ik voor getekend”, vertelt de sprintcoach al lachend. “Belgen hebben het nadeel dat hun continentale tornooi (het EK) een gigantisch hoog niveau heeft. Bijna alle toplanden zijn aanwezig. Op een WK zijn er ook nog Australiërs of Japanners, maar het verschil is minimaal.”
“En toen kwam de Keirindag”, opent Bos een hoofdstuk met fenomenaal slot. “In het Keirin moet je je kwalificatie winnen om rechtstreeks door te stoten, wat Lowie Nulens (20) goed aanpakt. Voor zijn leeftijd is hij strategisch ongelooflijk sterk. Hij analyseert de tegenstanders en de manieren waarop een race zich kan ontvouwen. Lowie heeft op het EK tactisch geen fouten gemaakt.” Ook in het verdere verloop van de competitie bleef de jongeling koelbloedig.


Onverhoopt brons
In zijn halve finale reed Nulens naar een puike 3e plek, die recht geeft op deelname aan de grote finale. Daarin zou hij kleppers als Harrie Lavreysen (20-voudig wereldkampioen) en diens rivaal Matthew Richardson bekampen. Een ereplaats leek het hoogst haalbare voor de jonge Belg, maar de loting van de startposities bracht Bos op ideeën. “Harrie lootte plaats 1, gevolgd door Lowie. Richardson pas plek 6, helemaal achteraan. In een gelijkaardig scenario vorig jaar knalde Lavreysen van start tot finish om zo Richardson uit te schakelen. Dat zei ik ook tegen Lowie.”
En zo geschiedde. Lavreysen pakte van op de kop uit met een lange sprint, Nulens beet zich ternauwernood vast in diens wiel. “Even droomde ik dat hij erover zou gaan”, zegt Bos. Uiteindelijk sleepte Nulens, na een straffe comeback van Richardson, fenomenaal brons in de wacht dankzij een sterk staaltje koerstactiek. “Lowie is zo intelligent en zijn lichaamsbouw is perfect voor langere sprints. Zet hem 500 of 750 meter op kop en je zal er niet over geraken.”
Nu wordt er al gekeken naar 2032, met een belangrijke rol voor de groepsgeest. “De teamsprint wordt heel belangrijk. Wie zich plaatst, mag automatisch 2 renners afvaardigen voor de individuele sprintnummers. Het is ook een heel controleerbare en veilige manier om je te plaatsen”, legt Bos uit. “Maar het zal moeilijk worden. Top 8 is nodig voor kwalificatie, maar er zijn heel wat landen die al langer investeren in de Teamsprint, zoals Tsjechië en Italië. Bij de vrouwen hebben we voorlopig nog geen ploeg. We hopen dus op de Spelen van Los Angeles 2028, maar kijken ook al verder”, sluit Bos af.