Zita Gheysens (19) maakt momenteel haar debuut in de U23-categorie op het Europees kampioenschap in het Duitse Cottbus. Na een succesvol jaar 2025 bij de junioren kiest de sprintster resoluut voor de piste en kijkt ze vooruit naar de toekomst. “Zowel tijdens wedstrijden als op training heb je ervaren mensen nodig om te blijven leren.”


Ervaring
De overstap van de junioren naar de elite en de U23-categorie verloopt voorlopig best heel goed voor Gheysens. Het toernooi in Duitsland vormt haar 1e grote test op dit niveau. “Ik bekijk deze uitdaging realistisch”, vertelt ze. “Op de piste in Cottbus gelden andere wetten dan ik gewend ben. De baan meet hier 333 meter in plaats van de gebruikelijke 250 meter. Dat specifieke gegeven maakt het toernooi direct een pak complexer qua indeling.”
Door de afwijkende afstand is het voor de sprintster uit Izegem moeilijk om naar persoonlijke tijden te kijken. Ze past haar tactische strategie voor dit toernooi daar dan ook op aan. “Ik kijk wat naar leeftijdsgenoten en probeer alles zo goed mogelijk uit te voeren”, vertelt ze heel erg nuchter. De focus ligt op de uitvoering en niet op de klok. De druk houd ik zo wat af, waardoor ik vrij kan koersen tegen de internationale concurrentie.”
De Keirin is momenteel haar sterkste discipline op de baan. Dit onderdeel staat bekend om zijn onvoorspelbaarheid en chaos. Specifieke fysieke skills en tactische inzichten zijn cruciaal, maar lastig in theorie te vatten. “Het is moeilijk te zeggen welke talenten je precies nodig hebt, want een Keirin verloopt steeds anders”, legt Gheysens uit. “Je neemt verschillende posities in met telkens andere deelnemers. Je kan de finesses van dit nummer dan ook uitsluitend leren door wedstrijdervaring op te doen.”


Groeimarge
Als atlete kent Gheysens haar eigen profiel en werkpunten wel. Ze analyseert haar prestaties kritisch om de komende seizoenen verdere stappen te zetten. “Mijn uithoudingsvermogen op hoge snelheid is een sterk wapen. Ik heb een redelijk goeie lange sprint maar het duurt iets langer tegen dat ik op gang kom”, oordeelt ze eerlijk over haar eigen capaciteiten. Techniek en het mentale luik krijgen zeker aandacht, maar de prioriteit ligt momenteel bij het fysieke aspect.”
De grootste groeimarge voor de komende jaren is duidelijk. “Ik denk dat ik nog het meest kan groeien qua explosiviteit”, klinkt het stellig. “Die extra explosiviteit is noodzakelijk om in de elite-categorie te kunnen wedijveren met de absolute wereldtop. Mijn trainingsschema is afgestemd op het kweken van meer pure snelheid in de eerste meters. Die ontwikkeling vraagt tijd, maar de eerste signalen tijdens de trainingen zijn absoluut positief.”
In 2025 veroverde ze nog een karrenvracht aan medailles op het wereldkampioenschap in Apeldoorn en het Europees kampioenschap in Anadia, inclusief nationale records. Toch zorgt dit palmares uit de jeugdreeksen niet voor extra verwachtingsdruk. “Het is moeilijk te vergelijken natuurlijk met de juniorencategorie”, relativeert ze haar eerdere successen. “In 1 jaar tijd is iedereen ook veel geëvolueerd, dus heel moeilijk om vorig jaar als referentie te houden.” Al haalt ze er uiteraard wel zelfvertrouwen uit.


Nicky Degrendele
De voorbije jaren koos Gheysens er bewust voor om de wegwedstrijden links te laten liggen. Ze ging meteen vol vol voor een sprintcarrière op de houten planken. “Mijn wegcarrière is volledig in de verleden tijd”, stelt ze resoluut. “Het kriebelt absoluut niet meer om nog op de weg te koersen. Ik vind dit veel leuker en het past ook veel beter bij mijn capaciteiten.” De radicale keuze voor het baanwielrennen was volgens haar de juiste beslissing.
Het Belgische baansprinten zit flink in de lift. De komst van bondscoach Theo Bos en de leerrijke duels met ervaren toppers zoals Nicky Degrendele, in 2018 nog wereldkampioene in de Keirin, spelen een sleutelrol in haar ontwikkeling. “Goede begeleiding is heel belangrijk”, benadrukt Gheysens. “Professionele omkadering zorgt ervoor dat je alle kansen kan benutten. Interne concurrentie tilt het niveau van de groep omhoog. Zowel tijdens wedstrijden als op training heb je ervaren mensen nodig om te blijven leren”, weet ze. De wisselwerking resulteert in een topsportomgeving.
Voorbij het lopende toernooi in Cottbus liggen er nieuwe grote doelen te wachten. De ultieme ambities op de lange termijn krijgen stilaan concrete vorm in haar jonge hoofd. “We bekijken alles natuurlijk doel per doel maar we kijken ook een beetje verder natuurlijk”, vertelt de sprintster. “Dit jaar proberen we ons te kwalificeren voor het WK in China in oktober en dan kijken we verder. Maar ergens zit de droom om naar de Olympische Spelen te gaan wel al in mijn hoofd.”