
In Mythische wielerplekken leidt sportjournalist Jacques Sys de lezer door de meest iconische plaatsen uit de wielergeschiedenis. Dit is waarom het boek een plaats verdient in je boekenkast.


Van Binda tot Pogačar
Het moeten zowat de 2 zwaarste boeken zijn uit onze collectie: Jacques Sys haalde ooit de krachttoer uit om de top 1.000 van zowel de beste renners uit België als uit de wereld op een rij te zetten. Deze keer gaf hij zichzelf een meer haalbare opdracht: 99 iconische wielerplekken bezingen. Zoek geen systeem of selectiecriteria. De auteur leidt de lezer van Vlaamse velden, over hoge cols uit de Grote Rondes, warme hellingen nabij Nice, tot minder voor de hand liggende plekken zoals de Olympische Spelen. Beschouw het als een persoonlijke lezing van wat Sys als de hoogtepunten in de wielergeschiedenis vindt. Sommige plekken krijgen iets meer aandacht, de Tour-cols worden dan weer in een sprint afgewerkt, behalve natuurlijk de Mont Ventoux, Col du Tourmalet en Puy de Dôme.
Fijn is dat de auteur ook uitstapjes buiten het wegwielrennen maakt. De aandacht voor de cross past perfect binnen een boek gericht op de Lage Landen. Ons charmeerde echter vooral de stukjes over een aantal iconische Zesdaagsen die teloorgingen. Of het echt mythische plekken zijn als je naar het ruimere plaatje van het wielrennen kijkt, daar kan je zeker wat betreft het veldrijden over discussiëren. Het doelpubliek zal het echter wel smaken.
De eerste stukjes beginnen wat roestig, maar daarna leest het boek lekker weg. Verwacht geen uitgesponnen, literaire verhalen. Sys grasduint in de wielerhistorie inclusief het seizoen 2025 – Alfredo Binda tot Tadej Pogačar dus. Elke plek kent decennia aan verhalen, die telkens in een aantal pagina’s moeten passen. Zie het een beetje als een samenvatting van een koers waarin je enkel de hoogtepunten kan verwachten, maar geen diepgaande analyse.


Albert Wauters
Veel lezers zullen zich niet storen aan de beknoptheid, omdat ze zelf heel wat verhalen verbinden aan de plekken. Vergelijk het met een tocht waar je langs de weg snapshots vindt, mini-tafereeltjes die je herinneringen of verbeelding triggeren.
We vragen ons wel af op wie de auteur zich eigenlijk met dit boek richt. Soms lijkt het alsof 2 verschillende koersen door elkaar worden gereden. Bij momenten geeft de auteur net iets te veel basisinformatie mee die de liefhebber waar hij wellicht op mikt al paraat heeft. Het boek had aan kracht gewonnen als daar iets meer in gesnoeid was.
Op andere momenten trekt hij wel onze aandacht. We geven zeker niet alles weg. Wist je dat de kasseien van de Muur niet scheefzakten door de tand des tijds, maar bewust zo werden gelegd om paarden overeind te houden op de steile helling? Albert Wauters rondde als 1e de top en sleepte de bijhorende premie in de wacht. Het is 1 van die verhalen die in de geschiedenis van de koers belandden. Hij dook het café in en verbraste meteen zijn geld door de menigte te trakteren. We moeten vast niet vertellen dat hij de finishlijn nooit zou zien.


Jaloerse boer op de Paterberg
Het stikt natuurlijk van de verhalen die de koers zo’n unieke sport maken. Hoe Pollentier een sprint won die er geen was. Dat Alfredo Binda altijd de 1e zal blijven. Dat de Paterberg ondanks zijn naam niets met religie te maken heeft, maar misschien alles met een jaloerse boer. Over een discotheek op de Muur van Geraardsbergen en de link tussen Karel de Grote en de Mortirolo. Hoe een Gran Fondo een nieuwe col op de radar van de Tourdirectie bracht die een instant klassieker werd. En wat zanger Daan Stuyven en het veldrijden verbindt.
1 verhaallijn komt geregeld terug: plekken die anders even leeg zouden lijken als een verlaten goudstadje midden in een Amerikaanse woestijn, bruisen 1 keer per jaar als de koers passeert. Hun naam krijgt een mythische status terwijl buiten wielermiddens de stilte regeert. Denk aan de rust in het onooglijke Kwaremont op een doordeweekse dag. Elders krijgt het contrast iets tragisch. Zoals bij de promenade in Sanremo die in realiteit een banale weg blijkt. Of de regio rond Wallers waar naast kasseien vooral de armoede heerst.
Door de opeenvolging van wielerplekken valt op dat wat ooit eeuwig bleek – denk aan de verschuiving van de Muur-Bosberg naar de Kwaremont-Paterberg – helemaal niet zo heilig is voor wedstrijden. Veel plekken die we nu iconisch vinden, maken relatief gezien nog niet zo lang deel uit van de wedstrijde. Zo reed Monsieur Parijs-Roubaix nooit over Carrefour de l’Abre, want die maakt nog geen 50 jaar deel uit van het parcours.
Check het boek bij onze online boekenpartner Boeken Café.
