
Warre Van den Meerssche (21) rijdt sinds dit seizoen voor de Waalse ploeg Team COPPI-BO.Buro. Een keuze ingegeven door zijn jongere broer Lomme. Zondag 12 april 2026 mochten ze zij aan zij Parijs-Roubaix-betwisten. “Lomme heeft meer talent meegekregen”, verzekert 3e jaars Warre.


Achtervolgen
Een valpartij is in Parijs-Roubaix eerder regel dan uitzondering. Ook Van den Meerssche ontsnapte er niet aan. “Achterpad scheef en Garmin afgebroken”, noemt hij maar 2 euvels die moesten worden opgelost. Op dat moment nam zijn koers een andere wending. “Grote paniek was er niet. Ik moest onmiddellijk proberen om de schade te beperken en dus voort te bikkelen.” Een mentaliteit die hem typeert.
De weg terug was een gevecht dat hij met overtuiging aanging. “Uiteindelijk zat ik toch snel terug op de fiets. Het was wel eventjes achtervolgen en dan eigenlijk gewoon met een groepje naar de finish.” De frustratie van de val maakte al snel plaats voor realisme. Hij voelde dat de benen goed waren en dat het tempo er nog steeds in zat. “Maar zoals ik al zei, het liep wel vlot. Al bij al heb ik niet zoveel tijd verloren en ben ik tevreden met mijn 34e plaats.”
Het resultaat was uiteindelijk bijzaak, de prestatie gaf de doorslag voor zijn gemoedstoestand. De finish halen in Roubaix is voor velen een overwinning op zich, zeker na mechanische pech. “Ja, ik ben tevreden”, besluit de West-Vlaming uit Tielt zijn analyse van de wedstrijd. “Wat dat betreft, op naar de volgende koers.”


Waalse ploeg
De overstap naar zijn huidige team was een weloverwogen keuze, ingegeven door een familiale band. “Ik reed vorig jaar nog bij VDM-Trawobo en ben deze winter naar de COPPI-ploeg gegaan omdat mijn broer daar al zat”, legt hij uit. Lomme Van den Meersschereed vorig jaar al voor de ploeg toen het nog Mini Discar heette. “Hij was hier heel tevreden en ze rijden ook een zeer mooi programma, vind ik.”
De sfeer binnen de Waalse formatie bevalt hem uitstekend. Het is een omgeving waar hij zich als renner gewaardeerd voelt en waar de menselijke aanpak primeert. “Het is een goeie ploeg. Ze zitten hier echt in met de renners.” Die omkadering, gecombineerd met de kansen die hij krijgt, bevestigt dat hij de juiste beslissing heeft genomen. “Belangrijke factor is dat ik hier natuurlijk koersen van een andere grootteorde kan rijden.”
Cruciale factor blijft de aanwezigheid van zijn broer. Samen aan de start staan van een Monument als Parijs-Roubaix overstijgt het sportieve. “Ja, het is ongelooflijk. Dit is echt een droom”, glundert hij. “Vroeger hebben we zelf nog de miniversie van Parijs-Roubaix gedaan, maar dit is natuurlijk iets anders. Het was toen al elke keer een hoogtepunt. Dus om hier nu terug te staan samen met hem is echt speciaal. Des te meer omdat we nagenoeg de volledige wedstrijd bijna samen in een groepje hebben gereden.”


Van de cross naar de Ardennen
De weg naar de kasseien van Roubaix begon voor Van den Meerssche in het veld. “Ik ben begonnen in het veldrijden. Dat heb ik heel lang gedaan.” Het was een goede leerschool, maar hij voelde dat zijn plafond elders lag. “Omdat ik die grote motor wat miste en het toch iets beter liep op de weg, heb ik de volledige switch gemaakt.” Het is een overstap die dit seizoen 2026 zijn vruchten lijkt af te werpen na een bijna vlekkeloze winter.
Gevraagd naar zijn specialiteit, bekent hij dat kasseien niet per se zijn favoriete terrein zijn. “Ik doe het wel heel graag, maar ik denk niet dat ik hier ooit echt ga uitblinken. Het Ardennenwerk ligt me nog net iets beter.” Hij omschrijft zichzelf als een renner voor de lastigere, heuvelachtige klassiekers. “Ik heb zo wel net die 5-minuteninspanning die nodig is voor de Ardeense hellingen. Schrijf maar op dat ik een puncheur ben.” (lacht)
De stap naar Team COPPI-BO.Buro was dan ook een stap richting dat zwaardere programma. “Dat was natuurlijk ook de bedoeling, om echt een heel jaar hierop in te zetten. Als ik ooit nog een hoger niveau wil bereiken, dan denk ik dat dit toch de manier is waarop het moet gebeuren.” Hij is realistisch over zijn huidige plaats in het peloton. “Vandaag draai ik niet helemaal vooraan mee, maar ik zit er toch ook niet zo heel ver van, merk ik. Dit is in ieder geval wel de juiste stap geweest voor mij. Ik kan hier Lomme ook geregeld eens bijstaan in de koers, want ja, hij meer dan talent meegekregen dan ik.”
