
Een 8e plaats in Luik-Bastenaken-Luik op zaterdag, gevolgd door een 8e plaats in Gent-Wevelgem op zondag. Weinig junioren deden het Elise De Bruyn na. De renster uit Lokeren toonde in 2 totaal verschillende topklassiekers haar veelzijdigheid en ambitie. Een gesprek over positioneren in de Ardennen, overleven in de Vlaamse velden en de onwrikbare wil om te winnen.

Focus op La Doyenne
Het Ardense Monument was het hoofddoel van het weekend. De Bruyn liet niets aan het toeval over. “Zaterdag was ik naar Luik gereden. Ik had me daar eigenlijk het meest op gefocust. Ik was de week voordien al gaan verkennen met mijn papa.” Die voorbereiding betaalde zich uit. “Het enige wat ik wist, was dat positionering superbelangrijk zou zijn om aan de Wanne en aan de Vecquée te beginnen. Dat lukte telkens wonderwel. Vervolgens was het gewoon proberen volgen of zelf iets proberen.”
De tactiek werkte, De Bruyn zat waar ze moest zitten in de diepe finale. Toch was er 1 renster die boven de rest uitstak. De Spaanse Alejandra Neira, die in 2027 bij Movistar de overstap maakt naar de WorldTour, had de rest achter gelaten. Het moment waarop ze de rol moest lossen, herinnert De Bruyn zich nog haarscherp. “Op de lange klim, de Côte de la Vecquée, was er na 4 km een steile bocht naar links. Er was ook een meisje dat bleef hangen, waardoor wij al een beetje uit ons ritme waren. Ik denk dat Neira daar dan ook gebruik van heeft gemaakt om weg te rijden.”
In de achtervolging perste de Oost-Vlaamse er alles uit wat er nog in zat. “Op La Redoute heb ik er nog zoveel mogelijk proberen uit te halen. Dat bleek nog een 8e plaats.” Ze had zelf graag een langere finale gehad. Gevraagd naar hoe ze La Redoute verteerde, is het antwoord veelzeggend. “Ik vond hem eigenlijk te kort. Ik had liever gehad dat we van de voet tot de echte top hadden kunnen koersen.” Het typeert haar als renster. “Volgens mijn testen ben ik wel best explosief, maar ik doe toch graag langere beklimmingen.”


Van ijsbad naar Kemmelberg
Terwijl de meeste concurrenten in daags nadien in In Flanders Fields met frisse benen aan de start stonden, had De Bruyn al een zware klassieker in het lichaam. Een unieke dubbel die een specifieke aanpak vereiste. “Ik ben voor de 1e keer in een ijsbad geweest in ons hotel, dus misschien heeft dat geholpen.” Hoe dan ook voelde ze zich opmerkelijk goed. “Ik heb eigenlijk niet zoveel last gehad van de dag ervoor. Het voelde niet aan alsof ik daags voordien al had gekoerst.”
De wedstrijd in de Westhoek was desondanks van een ander kaliber. “Ik vond het superhectisch. We hadden een toer van 20 km en dan passeerden we terug in Ieper. Het ging dan naar de Scherpenberg, Monteberg en Kemmel.” In dat nerveuze peloton was er maar 1 devies. “Richting Scherpenberg was het chaos troef, dus ik heb geprobeerd de hele tijd in de voorste gelederen te koersen, omdat ik me daar veiliger voelde.” Die strategie loonde. “Op de Monteberg ben ik helemaal naar voren geschoven, want ik wist dat de afdaling van de Kemmelberg eraan kwam. Ik ben die ongeveer als 10e opgedraaid en heb die plaats ook behouden.”
Na een gevaarlijke, natte afdaling wist ze met 2 anderen de aansluiting te maken met de kopgroep. Een podiumplaats leek binnen handbereik, tot het noodlot toesloeg in de laatste 2 km. “Aan de laatste rotonde werd er gevallen en ik gleed zelf ook weg.” Daarmee was de vogel gaan vliegen. “Daar heb ik het eigenlijk verloren. Geen idee of ik beter had kunnen doen dan die 8e plaats als we nog allemaal samen hadden gesprint, maar ik vond het wel jammer dat op die manier het verschil gemaakt werd.”


Deense connectie en de toekomst
De 2 totaal verschillende wedstrijden tonen de veelzijdigheid van De Bruyn, al heeft ze een duidelijke voorkeur. “Ik denk dat Luik-Bastenaken-Luik mij het beste ligt. In In Flanders Fields ligt de Kemmelberg mij wel, maar vlakke koersen rijd ik niet zo graag.” Ze omschrijft zichzelf als een puncher-klimmer type. Het is een profiel dat ook haar Deense ploeg Airtox-Carl Ras opviel. “Morten, de ploegleider, had mij zelf een berichtje gestuurd. We hebben een gesprek gehad en dan ben ik eigenlijk direct naar Denemarken gegaan.”
Het seizoen van De Bruyn was al uitstekend begonnen met een 6e plaats in de Trofeo Alfredo Binda, een andere Nations Cup-wedstrijd. “Mijn seizoen was daarmee supergoed gestart. Dat gaf mij wel echt heel veel motivatie. Dat ik top 10 kon rijden, of zelfs ooit een keer een podium. Daarom sta ik nu ook zelfverzekerd aan de start en ik denk dat dat mij wel goed doet.”
Met Luik en In Flanders Fields achter de rug richt ze het vizier nu op de volgende doelen: de Tour du Gévaudan Occitanie en de Ronde van Vlaanderen. De ambitie is daarbij glashelder en toont de mentaliteit van een winnaar. “Ik start altijd om te winnen. Anders moet je niet vertrekken, vind ik.” Zolang ze alles heeft gegeven, kan ze echter leven met het resultaat. “Als ik mijn best gedaan heb, ben ik niet ontgoocheld.”
