
Ze verdween in 2019 geruisloos uit het peloton, gekweld door een blessure die niemand kon thuisbrengen. Anno 2026 zit Nele Van Assche (Foca-Dynaplus) terug in het peloton, bezig aan haar 1e volledige seizoen. “Het was een lange lijdensweg, maar op de Mont Ventoux sloeg de vonk weer over. Het kriebelde om te weten wat het wielrennen mij nog kan bieden.”

Lange lijdensweg
De terugkeer van Nele Van Assche lijkt niet zo vanzelfsprekend geweest te zijn. In 2019 zette ze een punt achter haar carrière, maar de ware aard van haar blessure was een mysterie. Ook voor haarzelf. “Ik zat destijds met problemen in mijn heup, maar ik wist niet wat er aan de hand was”, bevestigt ze. Een lange tocht langs specialisten volgde, zonder resultaat. “Ik heb verschillende dokters afgelopen en niemand kon me echt zeggen wat er aan de hand was. Ze haalden altijd wel iets anders aan, zonder echt te weten wat er exact speelde.”
De pijn was constant en belemmerde haar zelfs in het dagelijkse leven. “Ik kon op de schoolbanken niet op mijn stoel blijven zitten. Ik dacht: ik ben nog zo jong, hier moet toch echt iets aan gedaan worden.” Uiteindelijk, na een zoektocht die jaren aansleepte, kwam de diagnose. “Ze hebben toch gevonden dat ik het piriformis syndroom had. Een zenuw zat gekneld door de spier in mijn heup.” Een operatie bleek onvermijdelijk. “Eerst is er geprobeerd met verschillende inspuitingen, maar dat hielp nooit lang. Waardoor ik uiteindelijk toch geopereerd ben.”
De operatie, nu bijna 3 jaar geleden, was stilaan het einde. “Ik denk dat ik er wel bijna 5 jaar mee gesukkeld heb”, vertelt ze. Het herstel verliep relatief vlot. “Ze hebben die spier een klein beetje verlegd waardoor die zenuw terug vrijkwam. Ik heb bij de kine geoefend om die spier terug op te bouwen, maar op zich viel dat wel mee.” Toch duurde het nog even voor de koersmicrobe opnieuw de kop opstak.


Mont Ventoux
De echte ommekeer kwam er tijdens een vakantie in Frankrijk, anderhalf jaar na de ingreep. “We zijn op reis geweest naar de Ventoux en dan kriebelde het om een keer de Ventoux op te fietsen. Dat heb ik dan ook gedaan.” De beklimming verliep fysiek goed en plantte een zaadje. “Een half jaar later kriebelde het toch om terug echt te starten.” In de tussenliggende jaren was de fiets nooit helemaal uit haar leven. “Heel af en toe zat ik nog eens op de fiets, maar niet consequent. Alleen als het eens goed weer was”, lacht ze.
De stap naar een ploeg was een logische volgende. Via oude bekenden kwam ze bij Foca-Dynaplus terecht. “Renster Ditte Lenteclaes kende ik nog van vroeger. Zij had mij ook gestimuleerd om terug te beginnen toen ik haar in februari in Spanje zag. Ook manager Stijn Peelman ken ik nog van vroeger, van bij de Van Assche-ploeg van mijn papa.” Het voelde meteen goed aan. “Ik was bij hen gaan luisteren en kreeg er nog een plaatsje.”
De terugkeer in een team doet haar zichtbaar deugd. Het sociale aspect is een belangrijke factor in haar plezier. “Het is inderdaad fijn om weer bij een ploeg te zitten, om terug bij een groepje te zijn.”
Na 5 jaar afwezigheid is de wielerwereld echter niet meer dezelfde. Van Assche merkt de veranderingen op alle vlakken. “Je voelt de enorme evolutie in het wielrennen. Mijn vorige fiets was er nog ene met velgremmen. Materiaal maar zeker ook voeding spelen nu zo’n belangrijke rol. Dat was nog niet het geval toen ik stopte.”


Shiften
Ook fysiek is het aanpassen. Haar ambities zijn realistisch, zeker na een recente tegenslag. “Ik heb onlangs een pneumonie-infectie gehad, waardoor ik geen goede start van het seizoen heb gekend en al 3 weekends niet heb kunnen koersen.” De wintervoorbereiding was goed, maar ze voelt waar de werkpunten liggen. “Vooral de lengte van de koersen zijn nog een ding. Ik merk dat ik naar het einde toe snel krampen krijg. Aan mijn wattages is nog wat werk, voel ik. En de explosiviteit, het optrekken na de bochten, dat valt mij nog het zwaarste.”
Doelen voor dit seizoen 2026 zijn dan ook bescheiden. “Ik heb niet direct doelen voorop gezet. Vorig jaar heb ik niet veel koersen kunnen uitrijden, dus ik hoop vooral een goed jaar te hebben waarin ik koersen kan uitrijden. Hopelijk kan ik ergens toch wel al een betere uitslag rijden.” De combinatie met haar job als verpleegkundige in het ziekenhuis van Dendermonde lukt wonderwel. “Ik heb geluk met een goede hoofdverpleger. In de zomer krijg ik mijn weekends thuis voor de wedstrijden en door de shiften in de week is er net iets meer ruimte om te trainen.”