Wat een doorgedreven training moest worden, draaide voor Senne Dewaele (20) van Cibel-Cebon uit op een heroïsche uitputtingsslag. Samen met zijn kompaan Warre Willems nam hij deel aan de 12 uur van Zolder. Als 1 van de weinige duo’s tussen de sterke 4-koppige teams streden ze tot op de meet voor de overwinning. “Ik koers nog maar 3 jaar, maar van de grote kanonnen bij de ploeg steek, ik veel op.”


43 km/u gemiddeld
Het plan barstte vooraf nochtans niet van te veel ambitie. “De 12 uur van Zolder was eigenlijk gewoon meer bedoeld als een doorgedreven training met mijn maat Warre Willems van Shifting Gears-Strategica”, steekt Dewaele van wal. “We hadden ons ingeschreven als duo en wilden gewoon onze uren maken. Lekker meerijden in het peloton, dan is dat leuk en niet té lastig.”
Maar een koers is een koers, en het bloed kruipt waar het niet gaan kan. “Na een goeie 2 uur is Warre weggereden met een groepje. Die mannen zijn weggebleven en toen begon het voor ons.” Wat volgde was een achtervolging die maar liefst 6 uur zou duren. “We hebben inderdaad 6 uur moeten rondrijden om het peloton te dubbelen. We waren het enige duo dat mee was met enkele Quattro’s, de teams van 4 man.”
De inspanning was immens. De teams van 4 renners konden voortdurend wisselen en bleven zo frisser, terwijl Dewaele en Willems hun beurten van anderhalf uur moesten volmaken. “We hebben uiteindelijk lekker hard moeten afzien. In die 6 uur tijd heb ik 260 km gereden aan 43 km/u gemiddeld. Het was echt pittig. De knikjes in het parcours kruipen er na zoveel uren ook wel in.”

Rico Van Damme en Guillaume Seye
De prestatie in Zolder toont de motor en de mentaliteit van de renner uit Merelbeke. Toch is hij een relatieve laatbloeier in de wielerwereld. “Ik heb tot mijn 17e altijd gevoetbald. De droom was vroeger om profvoetballer te worden, maar dat is het niet geworden.” (lacht)
De liefde voor de fiets kwam er via zijn familie. “Op vakantie in Oostenrijk heb ik voor het eerst op een koersfiets gesprongen. Daarna reed ik ook in Frankrijk en dat overtuigde me om het een keer echt te proberen.” Dewaele reed de laatste 4 maanden als junior. “Ik was snel helemaal verkocht en ben ook meteen gestopt met voetballen.”
Binnen zijn ploeg Cibel-Cebon is hij naar eigen zeggen nog wat zoekende. “We zitten echt met zotte kanonnen in onze ploeg. Zoals Matthew Van Schoor, Rico Van Damme en Guillaume Seye. Die rijden bijna iedere week voor het podium. Dat is wel tof om daar tussen te zitten.” De prestaties van zijn ploegmaats werken aanstekelijk. “Dat zorgt ervoor dat ik ook wil presteren. Het geeft superveel motivatie. Iedereen is ook heel vriendelijk en ze hebben ook redelijk veel ervaring. Wat voor mij extra belangrijk is omdat ik nog maar 3 jaar koers.”

Koersinzicht
Als renner wil Senne Dewaele zich ontwikkelen tot een allrounder. “Ik wil eigenlijk alles kunnen. Een echte sprinter zal ik nooit worden, dat weet ik al.” Zijn hart ligt bij de zwaardere wedstrijden. “Het liefste wat ik doe zijn de klimmetjes in Wallonië. Lekker lastige parcoursen waar je het verschil kunt maken, dat vind ik leuk.”
Voor de rest van het seizoen is zijn doel duidelijk: werken aan zijn tactisch vermogen. “Ik voel wel dat de benen in orde zijn. Ik zou gewoon graag echt mijn koersinzicht verbeteren en mee zijn met de juiste ontsnappingen.” Het is een frustratie die hij hoopt om te buigen in een sterkte. “Ik rijd altijd aanvallend, maar uiteindelijk ben ik niet vaak mee met de juiste groep. Dat zou ik graag willen veranderen, zodat ik eens een echt resultaat kan rijden.”
De prestatie in Zolder is alvast een enorme opsteker. Na de lange jacht konden ze met 2 andere quattro’s het peloton dubbelen. De finale was op het scherp van de snee. “We zijn uiteindelijk 2e algemeen geworden. Warre moest op het einde nog spurten voor de eindzege.” De ontknoping was bitterzoet. “We kwamen net een half wiel tekort voor de algemene winst.”