
Een dag na zijn overwinning in de Memorial Tuur Hancke in Lo-Reninge straalt Guillaume Seye veel voldoening uit. De hardrijder van Cibel-Cebon opende er zaterdag 14 maart op overtuigende wijze zijn rekening voor 2026. De zege is een bevestiging van een sterke seizoensstart en het resultaat van een uitgekiend ploegenspel, in een koers die hem nauw aan het hart ligt. Het smaakt naar meer, met 1 specifiek doel in het vizier: een 3e Belgische tijdrittitel.


Luxepositie in de spits van de koers
De overwinning kwam er niet zomaar. Het was het orgelpunt van een collectief sterke prestatie van de ploeg. “Dat voelt goed, zo vroeg op het seizoen”, begint Seye. “Ik had een goede winter achter de rug, ondanks een polsblessure rond Nieuwjaar. Na een val heb ik een week in het gips moeten zitten.” Die goede basis werd al snel duidelijk met een knappe 3e plaats in Gent-Staden, na Jasper Dejaegher en Yentl Vandevelde. “En zaterdag zaten we met de ploeg in een luxepositie.”
Het tactische plan ontvouwde zich in het voordeel van de ploeg. “Jens Vanden Heede en Rico Van Damme waren ook mee, dus we waren met 3 man in de kopgroep. Naast VDM-Trawobo waren we de enige ploeg met 3 man mee”, legt Seye uit. Die numerieke overmacht was de sleutel tot het succes. “Die luxepositie hebben we kunnen uitspelen. We wilden vooral Rico zijn kaart spelen, maar ze lieten hem niet rijden.”
Door de patstelling moest het plan worden bijgesteld. “In het kader van het ploegenspel moest ik ook eens aanvallen. Ik kreeg dan plots wel de vrijgeleide, samen met Wout Bosmans van DL Chemicals-Experza”, vertelt Seye. “We hadden een goeie verstandhouding en reden samen weg.” Het vertrouwen in een goede afloop was er meteen. “Ik voelde zelf wel dat ik het in de sprint zou kunnen halen. We spraken vooraf binnen de ploeg ook af: je rijdt pas weg als je voelt dat je zeker bent dat je kunt winnen.”



Focus op BK
De zege in Lo-Reninge is meer dan een mooie overwinning; het is een belangrijke stap in de opbouw naar zijn grote doelen. “Winnen is nog altijd belangrijk, ja”, glimlacht Seye. “Voor elke renner, maar ook voor de ploeg. Als winnen niet belangrijk meer is, dan moet je niet deelnemen, denk ik.” Seye staat er dus ana het begi van dit seizoen, een groot verschil met vorig jaar. “Toen ben ik gestart met een knieblessure”, blikt hij terug. “Daarom heb ik Gent-Staden toen moeten overslaan en ben ik pas de GP Vermarc half maart begonnen met koersen.”
Nu voelt de renner dat hij op schema zit voor wat komen moet. “Ik ben nog niet op mijn best, maar de winter was relatief goed. Ik heb zeker een ruime en goede basis, maar ik voel dat ik nog wel wat conditie bij kan krijgen.” Die piek moet er komen richting het Belgisch kampioenschap Tijdrijden, een discipline waarin hij uitblinkt. “Daar wil ik inderdaad pieken.”
De voorbije jaren strandde Seye telkens op een zucht van de tricolore trui. “Ik ben de laatste 2 jaar een keer 10 en een keer op 11 seconden van de titel gestrand. Dat was niet voldoende.” Dit jaar hoopt hij het gat te dichten. Een nationale titel is niet alleen een persoonlijk doel, maar ook van groot belang voor het team. “Voor mij is het een seizoensdoel en voor de ploeg is het heel mooi. Dan kan je samen toch een Belgische kampioenstrui tonen, altijd prestige.”



Hardrijder pur sang
Seye kent zijn kwaliteiten en weet waar zijn kansen liggen. Op de vraag of hij ook de wegrit van het BK eens op zijn palmares wil, glimlacht hij. “Het zal alvast niet voor dit jaar in Huldenberg zijn. Daar zal het voor mij iets te zwaar worden in de finale. Ik heb vernomen dat we elke ronde de Smeysberg over moeten.” Hij blijft dan ook een pure hardrijder. “En dat is de laatste jaren alleen nog maar erger geworden, heb ik de indruk. Lange stukken aan hoge wattages gaan makkelijker voor mij.”
Die kracht kwam ook in Lo van pas, waar hij met een gemiddeld vermogen van 310 Watt reed en in de sprint een piek van 1400 Watt trapte. Toch voelde hij zich niet top. “Ik had er eigenlijk niet echt een supergevoel. Ik ben afgelopen week ook een beetje ziek geweest.” Dat hij desondanks kon winnen, toont zijn klasse.
Zijn 3e jaar bij Cibel-Cebon zorgt voor de nodige stabiliteit en vertrouwen. “Gaspard (Van Peteghem, red) is een goeie ploegleider, een goeie mens. Ik zit er op mijn gemak.” De hechte band binnen de ploeg is 1 van de sterktes. “We zitten ook al 3 of 4 jaar met grotendeels dezelfde ploeg. Het is niet dat je elk jaar nieuwe renners moet leren kennen. Die band is er al en dat geeft een goed gevoel in koers. Je weet wat je aan elkaar hebt en wat je van elkaar kunt verwachten. Dat is wel plezant.”

