Loes Sels (40) is bezig aan een sterk seizoen in de kleuren van haar nieuwe ploeg Belco/Van Eyck. Na 5 jaar in de Proximusstal koos de Zoerselse voor een nieuwe omgeving. De hitte tijdens de afgelopen wedstrijden deert haar weinig, zolang het lichaam maar voldoende afkoeling krijgt. Sels voelt zich uitstekend op de fiets en neemt met plezier de jongere rensters in het team op sleeptouw tijdens de koers. “Ik denk dat ik nog een stap vooruit heb gezet sinds vorig jaar en ik kan echt mee koersen.”


Overstap
De keuze voor haar huidige team was een samenloop van omstandigheden. Sels kende de structuur al vanuit het verleden, toen nog onder de naam De Sprinters Malderen, en wist perfect waar ze aan begon toen ze haar contract tekende. “Ik heb hier vroeger al als gastrenner gereden toen ik nog bij Crelan zat, vooral om na de winter toch een wegprogramma te kunnen rijden”, legt ze uit. De huidige samenwerking bevalt de renster tot nu toe enorm goed. “Drijvende kracht Luc Steenackers is echt een hele goeie manager voor ons. We krijgen ook alles wat we nodig hebben. De kledij en de fietsen zijn volledig in orde. Het is echt een heel leuk team, zeker en vast.”
Toch was het definitieve afscheid van haar vorige omgeving even wennen voor Sels. Na 5 jaar trouwe dienst vertrok ze bij Velopro (voordien Proximus), nadat duidelijk werd dat de ploeg hervormd werd tot een clubteam. “Het was al wat doorgenomen, maar je kent de rensters natuurlijk goed. Je bouwt daar een band mee op en dan is dat ineens allemaal weg”, blikt ze terug op die breuk. Uiteindelijk bleek vertrekken de enige logische optie voor haar sportieve toekomst. “Iedereen ging daar weg, dus ik zag niet goed in waarom ik daar nog moest blijven. Het is wel wat gedoe geweest, maar nu zit ik echt wel goed.”
Bij Belco/Van Eyck vond ze al snel haar draai tussen de nieuwe gezichten. “Hier is het ook wel goed, we hebben goeie rensters en dat is ook niet onbelangrijk”, klinkt het. Binnen de ploeg neemt Sels, gezien haar leeftijd en palmares, automatisch een begeleidende functie op zich. “We hebben met Emma Duchateau, Britt Huybrechts en Masja Keesman een aantal jonge rensters die goed met de fiets kunnen rijden. Maar ze missen nog ervaring om bijvoorbeeld mee voorin te blijven. Dat probeer ik hen dan ook aan te leren. Zo van die kleine dingen. We proberen elkaar ook te helpen als het nodig is, dat niet iedereen voor zichzelf rijdt.”


Baloise Ladies Tour
Op sportief vlak mist Sels soms de echte uitdaging in de kleinere en vlakkere koersen. Die wedstrijden eindigen te vaak in een gecontroleerde massasprint, wat haar kansen op een uitschieter verkleint. “De koersen zijn hier in België natuurlijk niet altijd even lastig, dat is jammer maar niks nieuws”, vertelt ze ronduit. “In die vlakke wedstrijden houden de grote ploegen alles bij elkaar voor de sprint. Je kunt dus wel proberen om aan te vallen, maar ze laten je toch niet rijden.”
Haar ware passie ligt bij de zwaardere, selectieve wedstrijden waar ze haar krachten volledig kwijt kan. “Ik moet het van wedstrijden hebben die lastig zijn en waar ik echt lang een hoog vermogen moet rijden”, analyseert de renster haar eigen profiel. “Als het lastige wedstrijden zijn, dan zijn er ook grotere ploegen en dan is het daar wat lastiger. Dat maakt het natuurlijk plezant om te koersen. Maar die zware wedstrijden zijn er niet superveel.”
Sels kijkt daarom reikhalzend uit naar bijvoorbeeld de aankomende Baloise Ladies Tour, waar ze zich direct wil meten met het profpeloton. “We gaan daar met een goed team naartoe, met rensters als Emma, Britt en Falke Kerkhof”, somt ze op. “Ik ben eens benieuwd wat we daar kunnen doen. Als clubteam tegen profs in de Baloise Ladies Tour is samenwerking hard nodig. Voor mezelf wil ik me toch weer in de kijker proberen te fietsen. Ik ben in orde, het is een hoog niveau, maar ik denk niet dat ik veel moet onderdoen op dit moment.”


Ervaring
Ondanks haar jarenlange ervaring in het peloton voelt Sels geen fysiek verval wanneer ze in de ochtend uit bed stapt. “Nee, eigenlijk niet”, lacht ze wanneer de vraag gesteld wordt. “Ik voel me ook heel goed dit jaar. De motivatie om te blijven presteren is nog steeds volop aanwezig, al besef ik dat mijn lichaam een consequente aanpak vereist. Ik moet er misschien wel meer voor doen. Er komt wel wat bij kijken als je ouder wordt, maar het gaat goed.”
Haar trainingsregime is grotendeels ongewijzigd gebleven door de jaren heen. Ze werkt nog altijd succesvol samen met dezelfde trainer, die haar capaciteiten door en door kent. “Ik train eigenlijk hetzelfde als vroeger”, bevestigt Sels. Het precieze aantal uren op de fiets varieert naargelang de periode, maar de wekelijkse basis blijft. Het verschilt een beetje, maar het draait gemiddeld rond de 14 uur in de week op de fiets.”
Naast de vele uren in het zadel besteedt Sels extra en structurele aandacht aan specifieke krachttraining ter preventie van blessures. “Ik probeer 2 keer in de week mijn krachttraining te doen in de fitness”, legt ze uit. “Dat is een belangrijke voor mij. Je voelt wel als je wat ouder wordt dat je die oefeningen echt nodig hebt om alles wat losser te maken.” Ook tijdens warme koersdagen past ze haar routine strikt toe. “Zoveel mogelijk koelen, elke ronde drinken aannemen en veel water kappen. Dat scheelt al heel veel om je lichaam afgekoeld te houden.”