Sommige beklimmingen schrijven geschiedenis zonder daar eigenlijk veel voor in huis te hebben. Het bewijs dat niet het parcours maar de renners de koers maken. Pra Loup is zo’n plek: geen monsterlijke col, maar wel het decor van 1 van de meest beklijvende verhalen uit de Tourgeschiedenis. 50 jaar later fietsen we zelf omhoog en proberen we te begrijpen wat er zich afspeelde.


Tourgeschiedenis
Pra Loup toont aan dat de Tour-machine loont om jezelf op de kaart te zetten. Ware het niet van de zwanenzang die een zekere Kannibaal hier beleefde, dan lieten we deze klim wellicht gewoon links liggen. De tocht naar het skistation heeft weinig te bieden dat hem onderscheidt van andere beklimmingen in de buurt. Het is niet de lastigste, niet de mooiste, maar er kleeft wel 1 van de meest spectaculaire inzinkingen uit de Tour-geschiedenis aan vast.
Over 6,3 km gaat het gemiddeld aan 6,6% omhoog, met uitschieters van 9%. Start je vanaf Barcelonnette, dan krijg je daar nog zo’n 2 km rustig klimmen bovenop – ideaal dus om je warm te rijden. Na de smalle wegen van de Col d’Allos en Col de Cayolle moeten we ons deze keer geen zorgen maken over het naderende verkeer. Hoewel verschillende auto’s ons voorbij razen, is de weg zo breed dat we ons veilig voelen. Dat komt wel met een keerzijde: wat ideaal is voor de skibussen in de winter, voelt saai voor een door de naburige cols verwende wielertoerist.
Gelukkig maakt het uitzicht veel goed. Hoe hoger je klimt, hoe meer de vallei en de omliggende bergen aan je voeten liggen. Zelfs na meerdere passages in de Alpen en Pyreneeën blijft de kracht van de natuur toch steeds verbazen. De klim zelf is behoorlijk gelijkmatig. Vlakkere tussenstukken om de benen zuurstof te geven zal je niet vinden, maar de stijgingspercentages lopen niet hoog dus dat is geen gemis.




Merckx slaat terug
De beklimming mag dan op zich niet gedenkwaardig zijn, toch vinden we hem de moeite in combinatie met de Col d’Allos. Het biedt immers de kans om een stukje geschiedenis na te fietsen. De combo lijkt haast voorbestemd, want beide hellingen delen dezelfde voet. Zo ook in de Tour van 1975, waar Pra Loup zich voor eeuwig mee verbond. Hoewel de Tour hier slechts 3 keer finishte, kent elke wielerliefhebber zijn naam.
Het skistation diende in de 15e rit als finishplaats na een 217 km lange onderneming vanuit Nice. Eddy Merckx begon die dag als geletruidrager en leek op weg naar een 6e Tourzege. Wat echter vaak wordt weggelaten, is dat hij die Ronde van Frankrijk de tegenstand bergop al niet meer oppeuzelde. Tot overmaat van ramp kreeg hij daags voordien ook de beroemde vuistslag te verteren op de flanken van de Puy de Dôme.
De Brusselaar wist wellicht al dat hij Bernard Thévenet bergop niet zou lossen, maar kon gelukkig op zijn daalkwaliteiten rekenen. 1 km voor de top van de Col d’Allos trok hij de gashendel open en begon de afdaling naar Pra Loup met 15 seconden voorsprong. Die kloof groeide naar meer dan een minuut tegenover de minder dalende Fransman.



Thévenet riposteert
Hoewel we Pra Loup zeker geen beest zouden noemen, was het in 1975 wel de 5e beklimming op een hete dag. Precies daar begint de geschiedenis en onze rit door elkaar te lopen. Begin augustus brandt de zon genadeloos op de flanken van de berg, waar geen streepje schaduw te vinden is. Tot overmaat van ramp blijkt onze bidon leeg aan de voet. We besluiten de klim mentaal in 2 delen te splitsen. 3 km zonder water moet doenbaar zijn, daarna zien we wel hoe we de volgende 3 km overleven.
Voor we het weten, rijden we richting Pra Loup 1500, het dorpje iets onder het eigenlijke skistation. Als Merckx vandaag zou terugkomen, dan zou hij hier de gele triomfboog zien die de zege van zijn Franse rivaal herdenkt. Er rest ons nog slechts 2 km tot de top, maar dat die een lijdensweg kunnen zijn, moeten we Eddy niet vertellen. Thévenet stoof hem voorbij en werd steeds kleiner. Door een combinatie van pijn en vermoeidheid schoot zijn voorsprong pijlsnel de lucht in. Merckx verloor in enkele kilometers nog maar liefst 2 minuten op de Fransman. De beginnende uitdroging versterkt ook bij ons het effect van de voorgaande hoogtemeters, waardoor we begrijpen waarom deze korte klim zo hard aankwam bij de 5-voudige Tourwinnaar.
Hoewel onze hersenspinsels ons afleiden, kunnen we er niet naast kijken: het skidorp zelf is er als kopie van zijn vele soortgenoten 1 om snel te vergeten. Op de top nemen we net genoeg tijd om de balans op te maken: deze klim is niet groot genoeg om Eddy Merckx klein te krijgen. Het moet dus wel die vuistslag daags voordien geweest zijn die tot zijn instorting heeft geleid. Nu we dat raadsel oplosten, kunnen we ons de afdaling instorten. Op dat vlak vinkt Pra Loup vele vakjes af: een goed wegdek, rechte stukken om snelheid te halen en bochten om eens lekker schuin te hangen.