Veldrijden leeft overal, zelfs in het ijskoude Alaska. Emil Palme, een 2e jaars junior met Duitse roots, trotseert de extreme weersomstandigheden in het hoge noorden om zijn droom na te jagen. Hij wil zich deze winter in de kijker rijden om zo een felbegeerde studiebeurs te bemachtigen aan een universiteit op het Amerikaanse vasteland. En ook zijn ambitie om in Europa veldritten te rijden, heeft hij nog niet opgegeven.


Arctic Bicycle Club
Vaak kijken crossfans al op als ze in België een groep Amerikaanse veldrijders tegen het lijf lopen. In de VS was er een soortgelijke reactie toen bij 1 van de zomercrosskampen ineens een renner uit Alaska verscheen. “Mijn vader werkt bij Defensie, dus ik heb op veel plekken gewoond”, vertelt Emil Palme uit Alaska. “Hawaii, toen Oklahoma, daarna Duitsland en nu Alaska. Ik begon in Oklahoma met fietsen, maar leerde het veldrijden in Duitsland kennen. Mijn moeder deed het al een tijdje, zij is Duitse, en pakte het daar weer op.”
Tegenwoordig woont het gezin in de buurt van Anchorage, de grootste stad van Alaska. Tot zijn grote verbazing ontdekte Palme daar een levendige lokale crossvereniging. “Ik koers voor de Arctic Bicycle Club en zij organiseren een lokale crosscompetitie. Elke week zien we ongeveer 300 deelnemers, waarvan veel kinderen”, vertelt hij enthousiast. “De events zijn laagdrempelig, en dat maakt het enorm leuk. We hebben kraampjes met eten, iedereen onder de 18 crosst gratis en we hebben zelfs plekken waar je glitters op je gezicht kunt doen voor de start om de zenuwen voor de jongste renners wat weg te nemen.”
Die aanpak past perfect bij de cultuur van de staat. De samenleving in Alaska is hecht en staat heel dicht bij de ruige natuur. “De meeste fietsers die ik in Alaska ken, hebben wel minstens 1 keer gejaagd of gevist, en veel mensen houden van wandelen”, merkt de jonge coureur op. “Ik heb het gevoel dat we meer in contact staan met de natuur. We ruimen altijd netjes ons eigen afval op en proberen de omgeving zo proper mogelijk te houden. Dat is echt een heel belangrijk onderdeel van onze identiteit hier. Wist je dat we altijd berenspray, 15 keer krachtiger dan pepperspray, meenemen als we fietsen? Ik kom om de week wel een beer tegen.”


5.000 km reizen
Ondanks de goeie sfeer is de realiteit voor iemand met topsportambities behoorlijk confronterend. In Alaska zijn er geen UCI-wedstrijden om ervaring op te doen. “Om bij een cross van hoog niveau te komen, ben ik zo 5 uur aan het vliegen. Het alternatief is een autorit van meer dan 5.000 km”, benadrukt Palme. “Dat reizen is echt vermoeiend, en dan heb je ook te maken met de kosten. Ik koers maar weinig buiten Alaska.”
Naast de geografische ligging vormt de brute winter nog een obstakel. “Trainen in de winter is bij ons extreem lastig, want er ligt al snel 2 meter sneeuw op de grond”, bekent Palme. “Elke vorm van buiten fietsen wordt dan bijna onmogelijk, tenzij je met een fatbike op pad gaat. Daardoor zit ik toch al snel 5 volle maanden uitsluitend binnen op Zwift als ik wil fietsen. Dat verveelt snel, kan ik je zeggen.”
Om te voorkomen dat hij mentaal opbrandt door urenlang naar een scherm te staren, zoekt Palme naar alternatieve oplossingen om fit te blijven. “In de winter houd ik mijn duurconditie bij op de ski’s. Langlaufen is erg zwaar, en daarom een goede voorbereiding op het Nationaal kampioenschap Veldrijden”, legt hij uit. “Daarnaast ga ik tegenwoordig ook naar de sportschool. Ik merkte dat ik in de winter veel spiermassa kwijtraakte en nu niet meer.”

Tom de Kort, Corné van Kessel en Bodi Del Grosso
Om zijn achterstand op het gebied van techniek en specifieke crosstraining in te halen, trok Palme onlangs naar een veldritkamp van EuroCross Academy in de staat Vermont. “Ik heb het gevoel dat ik deze week zoveel beter geworden ben”, glundert de Alaskaan. “Ik heb thuis nooit zulke gedetailleerde tips gekregen als hier van Tom de Kort, Corné van Kessel en Bodi Del Grosso. Ze gaven mij zelfs ‘de husky’ als bijnaam vanwege mijn matje. Het was echt leuk, en ik heb veel meer vertrouwen in het seizoen nu.”
Net als vele leeftijdsgenoten droomt Palme van de cross in Europa. “Natuurlijk wil ik in België crossen, maar dat wordt wel heel moeilijk vanuit Alaska”, erkent ‘de husky’. “Ik ben half-Duits, dus dat is een klein voordeel. Misschien kan ik vanuit familie en vrienden iets regelen, zoals ik dat in de zomer al voor het mountainbiken doe. Het enige probleem is dat Kaiserslautern niet om de hoek is bij Diegem.”
Daarom fixeert Palme zich niet op het crossen in Europa, maar op het behalen van een studiebeurs. “Ik wil mij vooral in de kijker rijden bij de fietsuniversiteiten van Amerika”, stelt hij. “Er zijn er circa 20 die een prestatiebeurs voor wielrennen hebben. Als ik een goed veldritkampioenschap rijd, dan hoop ik kans te maken. Op de mountainbike heb ik al stappen gezet, zo werd ik 27e tijdens het sterk bezette Mountainbike Junior Festival in het Oostenrijkse Graz. Ik wil gewoon kijken hoe ver ik kom”, besluit de enthousiaste junior uit Alaska.